Mark Van de Voorde: ‘Is geluk wel meetbaar?’

De universiteit van Leuven gaat een maand lang tips om gelukkig te worden sturen naar mensen en daarna nagaan of die respondenten er ook werkelijk gelukkiger door zijn geworden. Bij het horen van dit nieuws schoot mij de uitspraak te binnen van de Duitse filosoof en bioloog Ernst Junger: “De mens kent vele wetenschappen, maar de wetenschap van het geluk kent hij niet.”

Meten is weten?

Ik vrees dat het wetenschappelijke onderzoek naar de geluksbeleving weinig relevante informatie zal opleveren Geluk is een te complex gegeven om het te kunnen meten. De tot vervelens toe gehoorde uitspraak “meten is weten” gaat hier alvast niet op. Meten is slechts een beetje weten en bovenal jezelf wijsmaken dat je het dan weet.

De meeste dingen in het leven zijn niet te meten. Geluk bijvoorbeeld. Gelukkig zijn en zich gelukkig voelen, ook al geen synoniemen, zijn afhankelijk van onvoorziene omstandigheden, schommelingen in de persoonlijke psychische toestand, onverwacht wisselende omgevingsfactoren, plotse gebeurtenissen dichtbij of veraf. De kans dat men zomaar eenduidig zal kunnen constateren dat tip A wel en tip B niet werkt, is dus uiterst klein. Men zal nooit met zekerheid kunnen weten of de stijging van het geluksgevoel in die periode wel is te danken aan de toepassing van die tip.

Net die week in een dipje

Je kan je in die periode misschien ook wel gelukkiger voelen, omdat een buurman die jaren nors aan je voorbijliep, plotseling geïnteresseerd kwam vragen of hij een handje kan helpen. Of in de familie werd een kindje geboren. Of je zoon had net die week een vaste job gevonden. Of tijdens de koopjesdagen kon je een uitzonderlijk mooi kledingstuk op de kop tikken. De kans is dan erg groot dat die geluksstijging niet het gevolg was van vijf minuten per dag stil zijn zoals de faculteit psychologie je had gevraagd te doen.

Het zou ook kunnen dat die vijf minuten stilte ogenschijnlijk niet blijkt  te helpen. Maar die tip zou wel geholpen hebben, als geen andere zaken je poging hadden doorkruist om er gelukkiger door te worden. Je kreeg die week te horen dat een familielid ernstig ziek is. Of je zoon verloor zijn  baan. Of de buurman schold je uit. Om nog niet te spreken van dat heftige meningsverschil met je partner of die hoogoplopende ruzie met de kinderen. Of misschien ben je gewoon iemand die aan stemmingswisselingen lijdt, uitgerekend die week zat je in een dipje.

Het goud van de regenboog

Er is iets fundamentelers, vrees ik, dat het onderzoek kan belemmeren, namelijk dat het onderzoek te zeer de aandacht van de respondenten vestigt op hun geluksbeleving en de vorderingen die ze ter zake al of niet maken. Niemand is ongelukkiger dan hij die per se gelukkig wil worden. Wie het geluk najaagt, vindt het nooit. Geluk is de zogenaamde pot goud aan de voet van de regenboog; de plek waar de regenboog op de aarde rust, is helaas niet te vinden.

Daar zit het probleem. Het onderzoek vereist nu eenmaal dat zijn respondenten tips toepassen met de bedoeling  hun gelukscurve na te kunnen gaan. Dat betekent dat zij sowieso gefocust zullen zijn op hun persoonlijk geluksstreven, wat niet bevorderlijk is om hun echte geluk te meten. Geluk is geen doel dat je kunt nastreven. Geluk is een bijproduct van een zinvol leven. We zeggen vaak dat de mens een gelukzoeker is, maar de realiteit wijst uit dat de mens een zinzoeker is die na het vinden van een doel om voor te leven er de bonus geluk bovenop krijgt.

Wat mensen verbindt

De meeste mensen weten maar al te goed wat geluk bevordert: werk, relatie, vrienden, engagement, cultuur, beschouwend leven… Allemaal zaken die een ‘doel’ of een zin’ hebben die buiten ons liggen. Anders gezegd, al wat niet materieel is en mensen verbindt met andere mensen.

Uiteraard zijn de materiële levensomstandigheden niet onbelangrijk om gelukkig te zijn. Wie in armoede leeft, kan niet gelukkig zijn (tenzij hij die zelf kiest voor een leven van onthechting en armoede). Wie niet weet of hij morgen nog te eten zal hebben, moet te zeer vechten voor eigen overleven om een doel of een zin buiten zichzelf te hebben.

Jaag het geluk niet na

Een welvaartsstijging verhoogt het geluksniveau van een samenleving, maar niet te allen tijde, zo bleek al uit onderzoek. De welvaartsstijging verhoogt het geluk tot op een bepaald moment, daarna zwakt de stijging van het geluk af. Dat komt omdat het geluk niet alleen bepaald wordt door materiële welstand, en bovendien omdat op een bepaald moment materiële welstand de mens individualistischer maakt waardoor deze de banden met de omgeving doorknipt of doet verslappen. De volksmond weet dit al eeuwen: geld maakt niet gelukkig, maar je hebt er wel nodig.

De meetkundige figuur van het maatschappelijke geluk zou een gelijkzijdige driehoek zijn. Een derde van de mensen is optimistisch: ze stellen het uitstekend en zien ook de toekomst zitten. Een ander derde van de mensen heeft zich afgesneden van de samenleving: de samenleving komt hun bedreigend over en de toekomst lijkt bedreigd. Tussenin zit nog een derde dat de toekomst met zorg tegemoet ziet: ze zeggen zelf gelukkig te zijn, maar zij verwachten dat het in de toekomst minder goed zal gaan.

Het ontbreekt dus bij twee derde van de mensen aan toekomstperspectief. Natuurlijk kunnen gelukstips een beetje helpen, maar om hun effect te meten zijn de omstandigheden te complex, vrees ik. De beste tip luidt: jaag het geluk niet na.

 

Bron: De Redactie – 5 januari 2014

Laat een reactie achter