U bent hier:    Home      Maatschappij      Misbruik in sportclubs. Sportpsycholoog klaagde probleem 15 jaar geleden al aan: “Er lopen nog velen rond die zwijgen”
sportfoto

Misbruik in sportclubs. Sportpsycholoog klaagde probleem 15 jaar geleden al aan: “Er lopen nog velen rond die zwijgen”

4 juni 2017
door admin
Gepubliceerd inMaatschappij, Slider, Sport

Auteur: Annick Grobben, Het Laatste Nieuws

De judowereld staat op haar kop sinds de getuigenissen van ex-judoka’s over seksueel grensoverschrijdend gedrag door hun coach. “Dat probleem is al minstens vijftien jaar bekend, niet alleen in de judo maar in de héle sportsector”, zegt hoogleraar Yves Vanden Auweele (75), die in 2002 als eerste onderzoek verrichtte naar seksueel misbruik in Vlaamse sportmiddens.

Ann Simons en Niki Heylen bonden vorige week de kat de bel aan, al snel deden nog twee andere ex-judoka’s publiekelijk hun verhaal over vernederende opmerkingen en ongewenste aanrakingen tijdens trainingen in de jaren 80. De gevolgen bleven niet uit. Sportminister Philippe Muyters wil de aantijgingen “tot op het bot” onderzoeken, de Vlaamse Judofederatie zette haar geviseerde topcoach – dan toch – op non-actief.

Eén van de weinigen die niét opkeek van de bom onder de Vlaamse judowereld, is voormalig emeritus hoogleraar sportpsychologie Yves Vanden Auweele van de KULeuven. Sterker nog: hij vraagt zich af waarom er vijftien jaar geleden niet aan de alarmbel is getrokken. “Want zolang is het probleem binnen de héle Vlaamse sportsector al bekend”, aldus Vanden Auweele, die daarbij verwijst naar zijn eigen twee studies over seksueel grensoverschrijdend gedrag van trainers in zowat alle sportdisciplines: van voetbal en zwemmen over atletiek en gymnastiek tot schaatsen en motocross.

”In mijn eerste onderzoek in 2002, bij 600 universiteitsstudenten met een verleden in de competitiesport, gaf 7,3% van de meisjes en 5% van de jongens aan in hun tienerjaren het slachtoffer te zijn geweest van seksueel misbruik en dito avances. Het ging hierbij om zeer ernstig, ontoelaatbaar gedrag van trainers, zoals het aansporen tot seks in ruil voor een beloning of met een afwijzing als dreigement, het aanraken van de intieme lichaamsdelen van atleten en het bekijken van atleten tijdens het douchen. En ja, daar zaten ook enkele gevallen van verkrachting door de trainer bij.”

“Bijna de helft van de ondervraagde studenten (45,6%) gaf in die studie toe dat hun trainer zich had bezondigd aan ongewenste seksuele intimiteiten”, vervolgt hij. “In deze categorie ging het onder meer om seksuele opmerkingen, het aanstaren van billen en borsten en schaamstreek, niet instructiegerelateerde aanrakingen, massages en flirts, tot zelfs intieme relaties met atleten onder de 18 jaar. Verder herkenden liefst 7 op de 10 studenten gedrag in de ‘grijze zone’: de trainer die hen aansprak met koosnaampjes, die tijdens kampioenschappen in dezelfde kamer sliep, die suggestieve moppen vertelde, die hen thuis – en niet in verband met sport – telefoneerde, hen mee uitvroeg voor etentjes, hen thuis uitnodigde onder het mom van sportzaken, hen complimentjes gaf over hun uiterlijk en zich opstelde als een surrogaat-ouder.”

“Natuurlijk ben ik toen geschrokken van de resultaten”, aldus Vanden Auweele. “Het waren de eerste berichten van grensoverschrijdend gedrag in de sport in ons land en dat gedrag bleek tot mijn ontzetting in alle sportdisciplines voor te komen. In 2012 heb ik dezelfde studie overgedaan bij alle eerstejaars van de KULeuven met een achtergrond in de competitiesport. De cijfers lagen toen iets lager, allicht omdat de pedofiliezaak van bisschop Roger Vangheluwe twee jaar eerder was losgebarsten en er goddank al iets alerter in sportmiddens werd gereageerd. Maar nog altijd gaf toen 3,6% van de 730 respondenten aan seksueel misbruikt te zijn en had 40% te maken gehad met ongewenste seksuele intimiteiten. En die studie is nog geen vijf jaar oud.”

Horrorverhalen

De sportsector zag Vanden Auweele niet graag komen met de onthutsende resultaten van zijn studies, die zelfs amper de media haalden. “De reacties waren even onbegrijpelijk als ontmoedigend”, zegt hij. ”‘Wat denkt u wel? U ondermijnt de sport!’ ‘Waarom viseert u ons? Op een ander komt dat toch ook voor?’ ‘Beseft u wel dat we nu minder sponsorgeld krijgen?’ ‘Hier gaat u de ouders mee afschrikken.’ Dat was de teneur. En ook nog: ‘Wij weten van niks.’”

Welke conclusies hij aan die reacties vastknoopt? “Dat vele sportmiddens, trouwens nog altijd, blijkbaar gesloten wereldjes zijn. In de cultuur van de georganiseerde sport heerst nog steeds een taboesfeer. Georganiseerde sport wordt gezien als goed voor de ontwikkeling van een kind. Uit de literatuur blijkt dat dit kan leiden tot opzettelijke blindheid: het weigeren om problemen te zien of toe te geven dat ze er zijn. Alleen al de horrorverhalen van de verkrachte Engelse voetballertjes zijn daarvan een bewijs.”

Volgens Vanden Auweele heeft de overheid wel alert gereageerd. “De bijzondere parlementaire commissie heeft destijds harde woorden gesproken aan het adres van de sportsector, er kwam veel medewerking van toenmalig sportminister Bert Anciaux en het kabinet van huidig minister van Sport Philippe Muyters heeft effectief maatregelen genomen. Denk maar de oprichting van het meldpunt 1712 en het decreet ‘ethisch verantwoord sporten’ dat sportfederaties verplicht om gedragscodes uit te werken rond het voorkomen van seksueel misbruik. Daar zit niet het probleem.

“Het probleem is dat niet alle sporttakken die goeie voorstellen hebben opgepikt en er iets mee doen. De ene club doet ongelooflijk hard haar best, de andere neemt het zo nauw niet. De discipline van de gymnastiek – waarbij het contact tussen trainer en atleet zo mogelijk nog fysieker is dan bij judo én waar véél problemen zijn geweest – springt hyperalert met de problematiek om. (zie kader, red.) Een groot verschil met de judosport, waar duidelijk niet naar behoren is gewerkt rond preventie en opvang van slachtoffers. De Judofederatie wist lang geleden al van de klachten van Ann Simons. En pas nu wordt die trainer op non-actief gezet. Dat had jaren geleden moeten gebeurd zijn. Maar ja, er was blijkbaar geen ‘sense of urgency’. Tot die ex-judoka’s de moed hadden om op te staan.”

Schaamte

Blijft ook de vraag waarom er zoveel tijd verloren gaat, waarom slachtoffers zolang wachten om misbruik te melden. “Net zoals in het geval van pedofilieslachtoffers binnen de Kerk zie je ook in de sport dat velen zwijgen of inderdaad pas decennia na de feiten spreken. En waarom? Kinderen van 12, 13 jaar weten vaak nog niet weten wat normaal en abnormaal gedrag is”, aldus de emeritus hoogleraar. “Ze zijn hun seksualiteit nog aan het ontdekken, kunnen nog niet goed inschatten wat misbruik is. En wanneer dat besef er eenmaal is, volgt in vele gevallen schaamte. Schaamte omdat ze ontoelaatbaar gedrag hebben toegelaten. Ook angst speelt mee. Angst om niet geloofd te worden, angst voor repercussies. Want het is wel de trainer die beslist of een atleet al dan niet wordt geselecteerd voor een kampioenschap. Dat zijn allemaal redenen die verklaren waarom die slachtoffers onder de radar blijven.”

“Maar de drempel moet omlaag en daar ligt volgens mij dé grote uitdaging voor alle sportfederaties”, besluit Yves Vanden Auweele. “Als ik vijftien jaar geleden al kon aantonen dat er zo veel slachtoffers in alle sporten zitten, dan is het schrijnend dat er nog maar een paar zijn opgestaan. Dan lopen er nog zovelen rond die zwijgen, maar die mogelijk wel voor de rest van hun leven getekend zijn. De sportfederaties moeten veel nadrukkelijker een kader scheppen waarbij elk sportertje wéét dat het met zijn of haar klacht bij een vertrouwenspersoon kan aankloppen. Dat zou al veel helpen.”

“Waarom ook geen bewijs van goed gedrag en zeden vragen aan trainers? De sportsector heeft zich daar altijd tegen verzet. ‘Het is al moeilijk genoeg om voldoende trainers te vinden’, klinkt het daar. ‘Als we dan ook nog voorwaarden gaan opleggen, komen die vrijwilligers niet meer en ligt heel de sportsector op zijn gat.’ Ik ken voorbeelden van vrijwillige trainers die na hun veroordeling voor pedofilie gewoon naar een andere sportvereniging trokken. Dus toch maar overwegen, zo’n bewijs van goed gedrag.”

Bron: Het Laatste nieuws, 2 juni 2017, p. 4-5.

Neem contact op

  • Dijkstraat 44, 3150 Wespelaar
  • T 016 61 80 62 of T 016 36 01 31

Over ons

Logia is een christelijk impulsforum. Het brengt professionals uit het maatschappelijk werkveld bijeen om kennis en ervaringen uit te wisselen. Samen zoeken zij naar antwoorden op actuele en maatschappelijke vragen. Logia wil de rijkdom van de christelijke sociale ethiek bekendheid geven in de regionale en landelijke media.