Stephan Claes: Depressie-puzzel verrijkt met dertig nieuwe stukjes

Een grootschalige studie heeft de kennis over depressies in één klap aanzienlijk vergroot. Er zijn nu al 44 betrokken genvariaties gevonden.

Depressie is wereldwijd een veelvoorkomende psychische aandoening, maar tegelijk is het bijzonder moeilijk om de ziekte te begrijpen. Dat komt omdat iemands leven een rol speelt, maar ook zijn genen. En de betrokken genen zijn niet op de vingers van een hand te tellen.

In een internationale studie die gisteren in het vakblad Nature Genetics verscheen, zijn maar liefst 44 genetische variaties geïdentificeerd die gelinkt worden aan de stoornis. Daarvan waren er al – of slechts – 14 bekend uit eerder onderzoek, 30 zijn dus nieuw. Voor deze studie – de grootste ooit naar de genetische risicofactoren voor een klinische depressie – hebben wetenschappers uit 161 instellingen de data geanalyseerd van 135.000 mensen met een depressie en 344.000 mensen zonder.

Die 44 variaties zijn er zoveel, dat elke mens er minstens een aantal van bezit. Toch worden we niet allemaal depressief, want de afzonderlijke bijdrage van elke variatie is klein.

Tegenslagen

Het zal er nu op aankomen om het mechanisme, de neurobiologie, beter te doorgronden. Dat wil zeggen: nagaan welke rol de genetische variaties spelen in de hersensystemen die tot een depressie leiden’, zegt professor Stephan Claes, diensthoofd psychiatrie aan het UZ Leuven (dat niet bij de studie betrokken was). ‘Als we dat beter begrijpen, kunnen we hopelijk betere medicatie ontwikkelen. Er zijn nu al veel geneesmiddelen, maar vaak slagen die er alleen in om de symptomen te verlichten. Terwijl we natuurlijk liever de oorzaak van de ziekte aanpakken.’

Claes wijst erop dat medicatie slechts een deel is van een bredere behandeling. ‘Genen verklaren ongeveer een derde van iemands kwetsbaarheid, de rest wordt bepaald door de omgeving. Stress en tegenslagen bijvoorbeeld, kunnen een depressie in de hand werken. We blijven dus nood hebben aan psychotherapie’.

Overgewicht

Dat depressie meer is dan een stel ongelukkige genen, blijkt ook uit de genoomstudie. De onderzoekers gingen na of er verbanden waren tussen depressies en andere psychische aandoeningen, ziekten en kenmerken. Zo blijkt onder meer dat overgewicht en leerproblemen (maar niet het IQ) het risico op depressies vergroten.

‘Verwacht niet dat we binnenkort met een bloedafname en een DNA-analyse kunnen bepalen hoeveel kans je loopt op een depressie. Er spelen te veel andere zaken mee’, benadrukt Claes. ‘Wat misschien wel zal kunnen, is op basis van een genetisch profiel oordelen of medicatie A of medicatie B beter zal werken voor een bepaalde persoon.’

De auteurs van de studie verwoorden het als ‘precisiegeneeskunde’. Hun werk kan overigens verder reiken dan depressies, want er bleek een grote overlap te zijn tussen genvariaties gelinkt aan depressie en die gelinkt aan andere psychische aandoeningen. Wat niet mag verbazen, want een depressie komt zelden alleen.

Bron: De Standaard 

Een artikel van Standaard-journaliste Lotte Alsteens

Laat een reactie achter