David Dessin: ‘Het koorddansen van paus Franciscus’

Het tussentijdse rapport van de bisschoppensynode die momenteel bezig is in Rome lijkt heel wat gemoederen los te maken. In het bijzonder de nieuwe taal die sommige bisschoppen gevonden hebben om over bv homoseksualiteit te schrijven lijkt op belangrijke veranderingen te wijzen. Sommigen spreken al van een heuse revolutie, anderen relativeren net en benadrukken dat alles bij het oude blijft. Toch kunnen beide gelijk hebben.

Een revolutie hoeft immers niet altijd een doctrinaire te zijn, soms kunnen ze ook symbolisch zijn, en voor een kerk die vooral uit symbolen bestaat zou dat nog wel eens grote gevolgen kunnen hebben.

Waar gaat het precies over? De Hongaarse kardinaal Péter Erdő of Hungary liet maandag in de officiële toespraak na het debat (relatio post disceptationem) weten dat de Kerk een ‘welkom thuis’ moet vormen voor mensen wiens levensstijl niet volledig in overeenstemming is met het ideaal van die Kerk. Het is een opmerking die ook terug te vinden is in het tussentijdse report van de bisschoppensynode, waar de oude retoriek van het ‘leven in zonde’ lijkt te zijn vervangen door een nieuwe taal van openheid en waardering.

In feite lijkt men te willen zeggen: homoseksualiteit is nog steeds een zonde, maar we gaan het niet meer zo noemen… Is dat zo’n revolutie?

Ja of nee?

Theologisch is er immers niets veranderd. De rechtvaardiging van deze nieuwe openheid is immers afkomstig van een al ouder principe van ‘gradualiteit’, dat vaker en vaker lijkt voor te komen in de discussies. Dit principe zegt heel eenvoudig dat ook al wijkt iemands levenswijze af van wat de Kerk als ideaal beschouwt, er daarom nog wel een bepaalde mate van morele waarde aanwezig kan zijn in de huidige levenswijze van die persoon. Hoeveel precies, dat kan elke priester voor zichzelf bepalen, maar vermoedelijk zullen er grote verschillen zijn tussen het Westen en de meer Zuiderse kerken, waar heel anders naar bv homoseksualiteit gekeken wordt.

En toch, wanneer een belangrijke kardinaal op Rome’s belangrijkste podium van het moment verkondigt dat de Kerk meer de positieve waarde in homoseksuele relaties moet zien, en de vele verdiensten die deze mensen brengen aan de Kerk, wijst dat toch op belangrijke verschuivingen in het Rome van Franciscus, maar hoe moeten we die begrijpen?

Onder druk

Wie iets afweet van de manier waarop de Kerk zich ontwikkeld heeft weet dat zij haar theologie alleen vernieuwt als ze sterk staat. Als ze zich daarentegen bedreigd voelt, zal ze eerder traditionele ideeën herbevestigen en hoogstens nieuwe pastorale modellen ontwikkelen om die te verspreiden. In de zestiende eeuw werd de Kerk geconfronteerd met de protestantse uitdaging. De contrareformatie bevestigde dan ook vooral katholieke doctrines, maar tegelijk ontwikkelden zich de Jezuiten, de Kapucijnen en andere nieuwe ordes waar soberheid en gebed centraal stonden.

Nieuwe bewegingen

Vandaag zien we iets gelijkaardig, nu de Kerk onder druk staat van het Westerse secularisme. Enerzijds wordt de kern voortdurend bevestigd, anderzijds ontwikkelen er zich grote lekenorganisaties die een groeiende rol gaan innemen, de zogenaamde ‘new movements.’ Deze organisaties moedigen leken aan hun eigen rol in de Kerk actiever te begrijpen, als missionarissen, die de wereld van binnenuit kunnen veranderen, zoals L’Arche (de Ark), Focolare, Sant’Egidio,… deze nieuwe organisaties worden gekenmerkt door weinig orthodoxie, een grote flexibiliteit, een internationale uitstraling, en opvallend vaak een meerderheid aan vrouwelijke en jongere leden. Hun activiteiten bestaan uit hulp aan armen, zieken, gehandicapten, maar evengoed het bemiddelen in politieke conflicten in de derde wereld.

Voor deze nieuwe bewegingen was het 2e Vaticaanse Concilie een bijzonder belangrijk moment. De oecumenische geest die toen ontstaan is en de grote openheid naar andere kerken en andere religies gaf hen de nodige legitimiteit om te groeien. Dat Franciscus deze nieuwe bewegingen actief steunt wijst erop dat hij – meer nog dan zijn voorganger – de oecumenische geest van Vaticanum II wil doorzetten en zelf uitbreiden naar de seculiere samenleving. Zo moeten we ook deze ‘revolutie’ die zich vandaag zou afspelen in Rome begrijpen.

Deuren open

De nieuwe taal die nu gebruikt wordt toont dat de groep rond Franciscus zich niet wil terugplooien op een kleine groep getrouwen, maar integendeel de kerkdeuren wil openen voor iedereen, ongeacht de levensstijl.

Dat deze nieuwe oecumenische geest lijkt aan te slaan bij de bisschoppen zonder dat het de wereldwijde Kerk dwingt Westerse waarden te aanvaarden, toont dat deze symbolische revolutie misschien net wel kans heeft op slagen.

 

Bron: De Redactie – 16 oktober 2014

Laat een reactie achter