Heidi De Clercq: ‘Euthanasie heeft een wetgeving, maar is daarom geen recht. Het is niet “u vraagt, wij draaien”‘

Het is toch opvallend wat voor een verwarring er nog steeds bestaat zowel bij zorgpersoneel als bij artsen wanneer het gaat over wilsverklaringen met betrekking tot palliatieve zorg, palliatieve sedatie en euthanasie, zegt Heidi De Clercq. ‘Een vraag om euthanasie betekent inderdaad niet dat die steeds ingewilligd wordt’.

Ik word op een zekere dag opgebeld met de volgende vraag: ‘Kan je mee aanwezig zijn op een overleg, we hebben een euthanasieverzoek bij een terminale vrouw?’ Tijdens het overleg blijkt de betreffende mevrouw niet onmiddellijk dood te willen, maar ze wil ‘slapen’.

De arts, een LEIF-arts, meent dat ze euthanasie wil, hij heeft de nodige papieren ervoor al in orde gemaakt. Maar wat blijkt is dat deze mevrouw niet dood wil door een spuitje, maar wel een gesprek wil waarbij ze haar vraag kan stellen om te mogen slapen. Wanneer haar de mogelijkheid van palliatieve sedatie uitgelegd wordt en de gevolgen ervan, kiest ze duidelijk daarvoor. Ze kwam daarvoor ook zeker in aanmerking aangezien ze terminaal was en aan een pijn leed die niet onder controle te krijgen was.

De LEIF-arts, die normaal onderlegd moet zijn in de verschillende begrippen, zegt daarop dat hij haar zal euthanaseren door haar diep te sederen. We maken hem duidelijk dat euthanasie en palliatieve sedatie duidelijk twee verschillende zaken zijn en dat die begrippen best niet zomaar door elkaar gebruikt mogen worden. Mevrouw heeft de dag erop, nadat ze afscheid nam van haar familie en iedereen dankte om haar wens in te willigen, de diepe continue sedatie gekregen. Na drie dagen is ze vredig ingeslapen in het bijzijn van haar familie.

Begripsverwarring troef

Het is toch opvallend wat voor een verwarring er nog steeds bestaat zowel bij zorgpersoneel als bij artsen wanneer het gaat over wilsverklaringen met betrekking tot palliatieve zorg, palliatieve sedatie en euthanasie. Dat bleek opnieuw in de uitzending van Hautekiet op 21 november en het nieuws van die dag op VRT. Een vraag om euthanasie betekent inderdaad niet dat die steeds ingewilligd wordt. Euthanasie heeft een wetgeving, maar is daarom geen recht. Het is niet ‘u vraagt, wij draaien’. Elke vraag moet zorgvuldig onderzocht worden.

Heel vaak is de vraag immers een vraag vanuit angst om pijn te lijden, angst voor aftakeling, of men voelt zich een last voor de ander of de maatschappij. Zorg voor de ander betekent alles doen wat in onze mogelijkheden ligt om de ander bij te staan en het lijden te verlichten. Dat zegt de wet trouwens ook: euthanasie is een laatste middel wanneer het gaat om ‘lijden dat op geen enkele wijze gelenigd kan worden’ (art.3§1).

De casus die in het nieuws is gekomen, toont aan dat de advocaat de wet niet goed begrepen heeft. De tweede arts die een negatief advies gaf, zal wellicht een gegronde reden hebben gehad. Maar nergens in de wet staat dat een arts ‘goedkeuring’ moet geven. Wat op zich ook wel een bedenkelijke zaak is. De tweede en eventueel de derde arts, is immers enkel verplicht de patiënt te onderzoeken, zijn bevindingen te noteren en mee te delen aan de behandelende arts.

Als de patiënt en de familie zich neerleggen bij het advies van de tweede arts, is dat hun goed recht. Normaal moet de behandelend arts, samen met de patiënt en als die dat wil de familie, bespreken wat dan gedaan wordt: euthanasie of een andere weg. In deze casus werd gekozen voor palliatieve sedatie.

Wanneer een sedatie goed uitgevoerd wordt, heeft de patiënt geen last meer van het symptoom dat bestreden wordt en is er zeker geen sprake van een vreselijke doodstrijd, zoals de reporter het verwoordde. Een overlijden door sedatie is steeds pijnloos en sereen, maar voor de omstaanders is het vaak moeilijk om toe te kijken en te wachten op het overlijden. Het is dan ook belangrijk om met veel zorg en aandacht de familie of naasten te ondersteunen.

Het is nogal kort door de bocht wanneer de arts Wim Distelmans verklaart dat palliatieve sedatie opgedrongen wordt aan iemand die euthanasie wil en dat hij daarvoor kiest omdat dat niet geregistreerd moet worden. Zegt de wet trouwens niet dat de arts verplicht is om met de patiënt ‘de nog resterende therapeutische mogelijkheden, evenals die van de palliatieve zorg’ (art3§2.1) te bespreken en volgens datzelfde artikel ‘met de patiënt tot de overtuiging komen dat er voor deze situatie geen redelijke andere oplossing is’?

In alle casussen die ik beroepshalve meegemaakt heb – en dat zijn er heel wat – heb ik nog nooit meegemaakt dat de motivatie voor een palliatieve sedatie het afzien van het registreren van een euthanasie zou zijn. Integendeel, het gaat telkens om het toepassen van goede en zorgvuldige palliatieve zorgen in nauw overleg met de patiënt en diens naasten. Een diepe continue sedatie goed toepassen in een terminale context vraagt zeer zorgvuldige zorg en opvolging.

Euthanasie blijft een ingrijpend gebeuren voor patiënt én de omgeving, waar het leven van een persoon bewust beëindigd wordt. Als die vraag er is, moet die uiteraard serieus worden genomen, maar ervaring leert dat praten over euthanasie vaak ook een wijze is waarop mensen over hun levenseinde willen praten en mogelijkheden willen verkennen van beslissingen die bij hun levenseinde kunnen genomen worden.

Wanneer door gesprekken mensen uiteindelijk kiezen voor sedatie en afzien van euthanasie is dat niet omdat het opgedrongen wordt, maar omdat mensen zicht krijgen op mogelijkheden binnen de palliatieve zorg en zij bewust kiezen voor sedatie.

 

Bron: Knack.be

Laat een reactie achter