Skip to content

Willem Lemmens: ‘Had koning Boudewijn toch een beetje gelijk?’

Volgens Willem Lemmens is de snelle uitbreiding van de abortuswet een vlucht vooruit om de complexiteit van iets als een zwangerschaps­onderbreking niet te moeten zien.

Op 3 april 1990 weigerde koning Boudewijn zijn handtekening te zetten onder de depenalisering van abortus: hij kon het als katholiek niet met zijn geweten in overeenstemming brengen om een wet goed te keuren die het recht op leven van de ongeboren foetus in de eerste twaalf weken van de zwangerschap relativeert. In de geest van de tijd, een tijd van morele vooruitgang, werd veeleer het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw gehonoreerd. Hoewel de gevoeligheid van de vorst werd gerespecteerd, was er ook veel kritiek. Gebruikte Boudewijn zijn rol als monarch niet voor het propageren van private morele overtuigingen?

Een kleine dertig jaar later leven we in een andere wereld. Een jaar geleden werd de abortuswet uit het strafrecht gelicht. Het heette dat de wet stigmatiserend en paternalistisch was, en bovendien hypocriet. Door abortus voorbij twaalf weken nog steeds te beschouwen als een mogelijk strafrechtelijk te sanctioneren ingreep, werden vrouwen onnodig met een schuldgevoel opgezadeld, vonden progressieve en liberale politici. Bovendien legde de wet volgens hen een betuttelende bezinningstijd van een week op: het recht van de vrouw die zonder verder dralen abortus wil, werd hierdoor geschaad.

Een eerste horde hebben de ethisch bewogen politici van dit land een jaar geleden al genomen: vrouwen hoeven zich nooit meer schuldig te voelen als ze abortus willen de eerste twaalf weken, want het staat niet meer in de strafwet. En die overbodige bezinningstijd is gereduceerd tot twee dagen.

Gelooft men werkelijk dat vrouwen het nu ‘makkelijker’ hebben bij een abortus omdat het niet meer in het strafrecht staat?

Nu moet volgens sommige politici een versnelling hoger worden geschakeld: door de blijkbaar wereldvreemde conservatieven in ons parlement blijft de termijn van twaalf weken als bovengrens voor abortus behouden. Want wat als je pas na drieënhalve maand tot de vaststelling komt dat je ongewenst zwanger bent? Vooral vrouwen uit sociaal zwakkere milieus zouden hiervan de dupe zijn: node trekken die naar Nederland, waar abortus kan tot 24 weken (in de praktijk hanteren artsen 22 weken). Tenzij men natuurlijk hier in België (illegaal) toch geholpen wordt. Wat ongetwijfeld massaal gebeurt, daarom precies dit wetsvoorstel.

20.000 abortussen

Men kan zich afvragen wat hier gaande is. Ieder jaar worden in België 20.000 abortussen uitgevoerd. Zijn dit allemaal tragische gevallen, waarbij de vrouw in een onleefbare impasse is gebracht door sociale tegenslag, verkrachting of zware psychische nood? Niemand weet het. Onderzoek hiernaar bestaat, zo mag men aannemen, maar wordt in de officiële cenakels niet centraal gesteld. Een echte politieke discussie hierover is onbestaande.

Wie kritische vragen stelt, zoals ik enige tijd geleden in de parlementaire commissie Justitie mocht ervaren, wordt weggehoond en verdacht gemaakt door vrouwelijke politici van progressieve signatuur die zich afvragen welke ethiek ik eigenlijk belichaam en of mijn geest wel helemaal in orde is. Enkelen van hen pretendeerden met hun pleidooi voor een liberale abortuspraktijk zelfs een louter wetenschappelijke ethiek aan te hangen, een oxymoron dat kan tellen.

Nochtans zouden die hoge abortuscijfers verwondering moeten wekken, in een tijd waarin voorbehoedsmiddelen massaal voorhanden zijn en seksuele voorlichting in alle scholen in principe wordt aangeboden. Gelooft men werkelijk dat vrouwen het nu ‘makkelijker’ hebben bij een abortus omdat de ingreep niet meer in het strafrecht staat? Alsof het psychische gewicht en de tragiek van een abortus­ervaring door de plaats van de wet in het wetboek worden geïnduceerd.

En ja, misschien zal het abortustoerisme naar Nederland afnemen als we zwangerschapsafbreking toelaten tot 18 weken. Maar dit zal niet het geval zijn voor de sporadische abortusvraag in omgekeerde richting: vanwege allerlei ‘medische’ redenen na 22 weken, wanneer de Nederlandse artsen de ingreep liever overlaten aan hun Belgische collega’s. Het einddoel is eigenlijk duidelijk: maak van abortus een gewone medische ingreep, die volkomen afgedekt wordt door de zelfbeschikking van de vrouw en moreel geheel neutraal is. Wat is het eindpunt? Het criterium van beschermwaardigheid van het meest kwetsbare leven verdwijnt hier volledig achter de horizon. Koning Boudewijn is in het licht van de huidige pensée unique een morele zonderling.

Morele anomie

De vraag is natuurlijk of dat zo is. Of deze overhaaste wetsuitbreiding eigenlijk geen symptoom is van een dieperliggende verlegenheid: een vlucht vooruit om de complexiteit van een praktijk als abortus niet te moeten zien. Om vooral niet het gesprek te moeten aangaan met de zogenaamd conservatieve scherpslijpers die beweren dat abortus meer is dan een medische ingreep en erop wijzen dat de normalisering ervan het symptoom is van een samenleving waar morele vooruitgang niet meer wordt onderscheiden van morele anomie.

Ongetwijfeld zal de tragiek van abortus tot onze leefwereld blijven behoren en zal een behoedzame wetgeving altijd nodig zijn. Maar wie beweert dat een en ander opgelost is met een volkomen morele ‘neutraliteit’ en een steeds verder oprekken van de termijnen in naam van de absolute zelfbeschikking bewijst onze maatschappij geen goede dienst. Misschien had koning Boudewijn toch een beetje gelijk toen hij manmoedig hierover een signaal in de tijd vooruit zond.

 

Bron: De Standaard

Laat een reactie achter