Hoe eerlijk ben je als je zegt: “Sorry voor alles”? Excuses of verontschuldiging?

“Sorry voor alles” kreeg een prijs. Het zet Mark Van de Voorde aan het denken over de eerlijkheid van de vele keren dat we “sorry” zeggen. Hoe eerlijk zijn we dan?

Het VRT-programma “Sorry voor alles” kreeg in New York de Emmy Award voor beste niet-gescripte entertainment. De makers zouden sorry kunnen zeggen tegen al die andere programma’s die de trofee niet kregen, maar dat schitterende programma verdiende de Emmy zonder meer. Dus geen sorry. De titel van het programma is welhaast evengoed bedacht als het unieke format. Het woord “sorry” ligt ons allen in de mond bestorven. We zeggen sorry aan de lopende band, maar verontschuldigen wij ons wel?

Het is misschien geen toeval dat we dat Engelse woord voor “excuseer” of “verontschuldig me” in de mond nemen. Een vreemde taal schept afstand, de betrokkenheid is kleiner. Sorry is dan ook een soort tussenwerpsel geworden. Sorry hier, sorry daar. Een soort veredeld ‘oeps’. Je zegt sorry als je wil passeren en iemand blokkeert de weg, als je bij de bakker een muntje tekort komt en dus een biljet van twintig moet geven… Vooral dus sorry voor zaken waar je niks kunt aan doen. Sorry is het nieuwe pardon.

Sorry is niet alleen de snelste weg om voorbij een obstructie te geraken of wisselgeld terug te krijgen, het is ook steeds meer de snelste weg om weg te komen met excuses. Sorry, ik had het niet gezien.

Sorry, ik was onoplettend. Sorry, ik wist het even niet. Sorry dus voor de foutjes die je liever zo snel mogelijk vergeet. En de andere dus ook.

Sorry vraagt geen antwoord “Oké” of “Aanvaard”.

Sorry betekent vaak ook: Zwijg maar!

We excuseren ons nu eenmaal niet makkelijk. Daarom hopen we dat de ander er ook geen punt van maakt. Excuses zijn gênant. Voor ons imago. Voor onze trots. We hebben nu eenmaal geleerd om een beetje perfect te (willen) zijn. Elke verontschuldiging lijkt een blamage aan onszelf: een bekentenis dat we toch niet perfect zijn. Daardoor vergeten we dat excuses belangrijk zijn voor de relaties met andere mensen. We zijn echter ook bang dat de andere onze excuses niet zou aanvaarden. Dan staan we helemaal te kijk, ligt ons imago in gruzelementen en is de relatie om zeep. Dat we bang zijn dat onze excuses niet aanvaard worden, heeft misschien wel te maken met het feit dat vergeven een vergeten deugd is geworden. Alleen een samenleving waarin vergiffenis plaats kan grijpen, is een samenleving waarin men zich kan excuseren.

We verontschuldigen ons dus vooral als het niet nodig is. Met een sorry. “Sorry voor alles” dus, behalve waarvoor de sorry welkom zou zijn. En als we toch onze excuses aanbieden, doen we het met een omtrekkende beweging. Twee recente voorbeelden: de Nederlandse minister-president Mark Rutte en de Vlaams tv-maker Bart de Pauw. Naar aanleiding van de discussie over de afschaffing van de dividendbelasting in Nederland had minister-president Mark Rutte uitgehaald naar ons land: “Je ziet aan België wat er gebeurt als je niet op tijd de bakens verzet. In België zijn op één na geen grote internationale bedrijven meer. Dat heeft enorme effecten op de werkgelegenheid.” Die (overigens foute) opmerking schoot bij onze premier Michel in het verkeerde keelgat. Excuses op hun plaats dus. Dus verontschuldigde Rutte zich voor wat hij zijn “zeer onhandige” en “lompe” uitspraak noemde. Maar wel zo: “Ik had de opmerking misschien niet zo hoeven maken, maar inhoudelijk vrees ik dat het feit klopte.”

Dat hij die opmerking “niet zo” had moeten maken, wil dus zeggen dat hij ze wel mocht maken, maar anders. Met andere woorden “met andere woorden”. Overigens bleef Rutte “vrezen” dat het feit klopte. Zeggen “ik vrees dat…” is het meest gebruikte “excuus” om de eigen excuses teniet te doen. De truc van die niet excuserende excuses was nog straffer bij Bart De Pauw (de zaak was ook veel straffer). Toen de mediastorm over grensoverschrijdend gedrag van de tv-maker enkele dagen woedde, besliste De Pauw om zich te excuseren. Hij deed het niet zelf, maar zijn advocaat stuurde een persbericht rond met volgend citaat: “Ik ben tot inzicht gekomen dat mijn speelse of flirterige manier van omgaan niet door iedereen gesmaakt wordt. Ik wil mij via deze weg dan ook bij iedereen excuseren die zich door mij geïntimideerd zou hebben gevoeld. Dat is niet ok en dat zal niet meer gebeuren.”

Veel woorden in dit korte tekstje zijn bepalend. “Flirterige manier van omgaan…”: geen feiten maar speelse omgangsvormen. “Niet door iedereen gesmaakt”: die vrouwen konden tegen geen humor. “Iedereen die zich… geïntimideerd zou hebben gevoeld”: het gaat niet over het gedrag van hem maar over het eventuele aanvoelen van anderen. Dit is een schoolvoorbeeld van hoe verontschuldigingen gecamoufleerde beschuldigingen worden. Eigenlijk zijn de anderen fout. Dit gebeurt meer dan we denken, als mensen zich verontschuldigen. Ze excuseren zich niet, ze halen “excuses” aan, in de betekenis van uitvluchten. “Les excuses sont faites pour s’ en servir”, zeggen de Fransen.

Aan de Erasmus Universiteit (Rotterdam) promoveerde in 2014 Joost Leunissen op een proefschrift over verontschuldigingen. Spelsituaties met proefpersonen hadden hem geleerd dat slachtoffers het meest behoefte hebben aan verontschuldiging bij bewuste normoverschrijdingen, maar dat de relatie van de dader tegenover het slachtoffer bepalend is of die er komt. Enkel als de dader de relatie waardevol vindt, zegt hij menens sorry. Om over na te denken. Alvast sorry voor deze ernstige reflectie bij het vrolijke feit van de Emmy Award voor “Sorry voor alles”. Maar ik had er goede excuses voor. Dus geen verontschuldigen mijnentwege.

Bron: vrtnieuws.be

 

Laat een reactie achter