In heel het debat rond pedofilie in de kerk, dat recentelijk weer een uitermate trieste  aanvulling heeft gekregen door het interview met Roger Vangheluwe, is er weinig te horen over de zorg voor daders. In het geval van de voormalige bisschop van Brugge is het pijnlijk duidelijk geworden dat de man niet begeleid werd in het afgelopen jaar en met een nu voor iedereen zichtbaar geworden pathologie opnieuw ‘in het verborgene’ verblijft. De risico’s hiervan hoeven na zijn interview niet meer verduidelijkt te worden.

Niet opnieuw

In de nasleep van het debat werd vaak in krasse taal gesproken over wat met de voormalige bisschop en zelfs de hele kerkgemeenschap zou moeten gebeuren. De verontwaardiging is terecht en gerechtvaardigd, maar is het probleem van de aanwezigheid van pedoseksuelen in kerk en maatschappij opgelost met hen in de vergeetput, de gevangenis of de psychiatrie te stoppen? Moet de vraag niet dringend gesteld worden of we als samenleving, naast de vanzelfsprekende en noodzakelijke zorg voor de slachtoffers, geen verantwoordelijkheid hebben naar daders? Hebben we niet de plicht om hen te begeleiden?

De zorg voor daders kan wellicht de kans vergroten dat ze niet opnieuw slachtoffers maken. Ligt daarin niet evenzeer de verantwoordelijkheid die we als samenleving hebben tegenover de huidige slachtoffers? Is het objectief niet te zorgen dat we het aantal toekomstige slachtoffers zoveel mogelijk beperken? Wat doen we met de terugkeer van pedoseksuelen in de samenleving? Want het probleem is natuurlijk niet opgelost als pedofielen de gevangenis of de psychiatrie verlaten.

Minder recidive

In het buitenland wordt er regelmatig bericht over pedofiele daders die na een gevangenisverblijf geen woonplaats vinden. De burgemeesters van Eindhoven en Heuvelrug werden in 2009 door de rechtbank teruggefloten toen ze een verblijfplaats weigerden aan een veroordeelde pedofiel die zijn straf had uitgezeten. Volgens deze rechtbank kun je pedofielen geen verblijfplaats weigeren, je kan hen wel verbieden om in de buurt van zwembaden, speelpleinen en scholen te komen.

In Canada werd in 1994 gestart met de COSA methode die in 2002 ook door Groot Brittannië werd overgenomen. De ‘Circles of Support and Accountablity’ methode (COSA) omringt elke dader met een aantal vrijwilligers die contact onderhouden, praten en controleren. Hierbij worden ze begeleid door een professional. Daders dus niet isoleren, maar net het omgekeerde: hen met een aantal mensen verbinden. In Canada leidde dit tot 70% minder recidive. De buitenlandse experimenten leren dat sociaal isolement van pedofielen juist recidive in de hand werkt. Nederland startte met de COSA methode in 2009.

In Vlaanderen is het tijd om ook deze discussie te beginnen. Geen enkele discussie rond beleidsopties voor de zorg voor daders zal eenvoudig verlopen en naar alle waarschijnlijkheid gepaard gaan met hevige gevoelens. Maar ze moeten er wel komen in het belang van de primaire zorg voor bescherming van kinderen.

 

Bron: De Redactie – 23 april 2011

Laat een reactie achter