Gisterochtend gaf een snipverkouden David Cameron in de Londense City zijn langverwachte toespraak over de positie van het Verenigd Koninkrijk in de Europese Unie. De ontvangst door de aanwezige journalisten in de kantoren van het persagentschap Bloomberg was wat de Brittenlukewarm noemen, lauw dus. In zijn speech zat voor elk wat wils. Maar dat is tegelijk het grote probleem. Zijn al met al korte uiteenzetting bevatte alle ingrediënten van een slecht compromis:trying to please everyone by satisfying nobody .Cameron wil van de huidige crisis handig gebruikmaken om de positie van de Britten te versterken in de EU. Versta: voor tal van initiatieven hebben de andere EU-lidstaten de zegen van de Britten nodig en als Cameron in ruil zijn zin niet krijgt, kan hij het integratieproces vakkundig torpederen. De Britse premier wil de EU reduceren tot een vrijhandelszone op het moment dat de eurocrisis Europa omvormt tot een soort lotsgemeenschap. De finale onderhandeling daarover vindt volgens Cameron plaats wanneer een nieuw EU-verdrag op tafel zal liggen. Dat nieuwe verdrag – verwacht na de Europese verkiezingen van 2014 – zal het post-crisis-Europa hertekenen en dus de Britten een uitgelezen kans bieden om hun agenda finaal door te drukken. Daarna wil Cameron de Britse bevolking een duidelijke vraag stellen: moet het Verenigd Koninkrijk lid blijven van een dergelijke Unie?

Met de belofte van een referendum over het EU-lidmaatschap willigt hij een oude eis in van zijn eurosceptische backbenchers. Maar door ze op die manier te paaien en tegelijk de hete aardappel voor zich uit te schuiven, geeft hij deze groep van Conservatieve hardliners de kans om zich gedurende de komende jaren te profileren tegen de EU, terwijl hij zonder hun steun zijn meerderheid verliest in het Lagerhuis. Aan die gijzeling maakt Cameron dus geen einde, integendeel.

Wie hij ook nodig heeft om aan de macht te blijven, zijn de LibDems van vicepremier Nick Clegg. Deze pro-Europese coalitiepartner is altijd tegen een referendum geweest, blijft daar nu voorlopig van gespaard maar wordt tegelijk uitgesloten van regeringsdeelneming met de Conservatieven na de verkiezingen van 2015.

Cameron moet ze tot dan wel aan boord houden en zich nadien verzekerd zien van een absolute meerderheid in het Britse parlement. Opiniepeilingen laten uitschijnen dat dit een verre wensdroom is. Cameron speelt dus hoog spel in Londen.

Chantage

In de andere hoofdsteden van de EU hoeft Cameron evenmin op veel sympathie te rekenen. Door de dreiging van een negatieve uitslag bij het referendum – de EU heeft op dat vlak een traditie – zullen de andere lidstaten zich snel gechanteerd voelen. Want bij elk voorbehoud ten aanzien van de Britse voorstellen, kan Cameron het gevaar van een Brexit inroepen, terwijl hij tegelijk zichzelf uitroept tot een overtuigde voorstander van EU-lidmaatschap. Wie op die manier onderhandelt en zijn partners voortdurend op de zenuwen werkt, dreigt wellicht eerder zelf buitengegooid te worden dan de kans te krijgen een nieuwe koers te varen of een stap opzij te zetten.

Cameron zou het nochtans moeten weten. Zijn weigering om hetfiscal compact over nauwere samenwerking inzake begrotingspolitiek te onderschrijven, dreef de andere lidstaten ertoe een verdrag buiten de EU en dus zonder de Britten af te sluiten. Tegelijk brengt hij ook iedereen in een lastig parket die tot nu toe de positie van de Brittenat the heart of Europe heeft verdedigd. Op die manier zal Cameron niet veel vrienden overhouden op en rond het Schumanplein.

De schade is potentieel nog veel groter. Big business in Londen wil niets liever dan volop kunnen profiteren van het EU-lidmaatschap. Een beslissing daaroveron hold zetten is niet bepaald wat een slabakkende economie nodig heeft. Investeerders zijn immers als de dood voor politieke onzekerheid. En ook grote broer Amerika is wellicht not amused. Traditioneel willen de VS liever de Britten binnen dan buiten de EU. Zo kan Washington meer invloed uitoefenen op de beslissingen die in Brussel worden genomen.

Als Cameron de verkiezingen van 2015 verliest, heeft hij zijn kans verkeken om het Verenigd Koninkrijk definitief in de EU te verankeren. Als hij de verkiezingen wint, staat hem een uitermate moeilijke opdracht te wachten: dehearts and minds van de Britten winnen voor Europa. In beide scenario’s is de uitkomst hoogst onzeker, laat Cameron een verdeelde partij achter en heeft hij veel krediet verspeeld bij zijn Europese collega’s. Is het werkelijk met een dergelijk palmares dat hij zijn plaats wil verdienen in de annalen van zijn partij, zijn verdeelde koninkrijk en de EU?

 

Bron: De Standaard

Laat een reactie achter