Mark Van de Voorde: ‘Hoelang duurt die Zesdaagse Oorlog nog?’

Vijftig jaar geleden had een korte oorlog plaats. Zes dagen duurde hij. Die oorlog begon op 5 juni 1967 met een luchtaanval van Israël op Egypte. Volgens Israël een preventieve aanval, volgens Egypte een niet-uitgelokte aanval. De waarheid is complex en dus onduidelijk. Die oorlog eindigde op 10 juni 1967 met een geopolitieke verschuiving in het Midden-Oosten. Die waarheid is tot op vandaag te zien en dus duidelijk.

Toen Israël na een strijd van zes dagen de omringende vijanden (Egypte, Jordanië en Syrië) had verslagen en de Westelijke Jordaanoever op Jordanië had veroverd, schreef het Amerikaanse magazine Life: “Als tien procent van Israëls vredelievende Arabieren door terreur zou worden bekeerd tot een interne guerrilla, dan kan geen ordentelijke staat meer functioneren.

Fata morgana in de Negev-woestijn

Een paar nieuwe regionale oorlogen, drie Palestijnse intifada’s, de bouw van een muur en de blijvende nederzettingenpolitiek van Israël hebben, ondanks twee gedeelde Nobelprijzen voor de Vrede (1978 voor Anwar Sadat en Menachem Begin; 1994 voor Shimon Perez, Yitrzhak Rabin en Yasser Arafat), de voorspelling doen uitkomen.

Al helemaal voor Palestina dat uiteen is gevallen in een onbestuurbaar lappendeken op de West Bank (plus deel van Jeruzalem) en een fundamentalistische Gazastrook. De tweestatenoplossing, die iedereen ooit genegen leek te zijn, is niet veel meer dan een fata morgana in de Negev-woestijn.

De rede heeft opgehouden te functioneren in het Midden-Oosten. Enkel de oudtestamentische wet van “oog om oog, tand om tand” geldt er. Daar zei Mahatma Gandhi ooit van dat die wet leidt tot een samenleving waarin iedereen blind is en zonder tanden staat. Zo ziet het ernaar uit, ook al is het hele Midden-Oosten vandaag tot de tanden gewapend.

Diplomatie?

Uiteindelijk moeten de rede en het praten terugkeren. De oorlog in de onmiddellijke omgeving (Irak en Syrië) kan daar een kans toe zijn. De geschiedenis van het Midden-Oosten leert immers dat het precies gewapende conflicten waren die diplomatieke mogelijkheden creëerden.

De Jom Kippoer-oorlog van 1973 leidde tot de akkoorden van Camp David. De Golfoorlog leidde tot de vrede tussen Israël en Jordanië en de erkenning van de PLO. Maar ze brachten geen definitieve oplossing en geen echte vrede.

Vrede zal pas definitief kunnen zijn, als de Israëli en de Palestijn op dat stukje van de wereld dat we ooit het Heilig Land noemden, inzien dat ze door de loop van de geschiedenis zijn gedoemd om broeders te zijn.

Eindeloze kringloop van geweld en tegengeweld

Broeder wordt men pas, als men niet enkel het eigen leed ziet maar ook dat van de ander leert zien. Als Jahwe’s woorden uit het eerste Bijbelboek Genesis (4,10) tegen Cain niet enkel slaan op de Abel van het eigen volk maar ook op die van het andere volk:

“De stem van uw broeders bloed schreeuwt mij toe vanuit de grond.”

Maar die stap zetten is moeilijk. Mensen hebben vaak enkel oog voor het hun aangedane onrecht. De Arabische wereld liep te hoop, toen Ramallah werd beschoten en Gaza werd bestookt, maar niet toen Bin Ladens mannen zich met vliegtuigen in de WTC-torens boorden. De Joodse gemeenschap protesteert terecht tegen antisemitische uitspraken, maar niet tegen de bouw van een muur bij Jeruzalem die het Palestijnen haast onmogelijk maakt om naar hun werk te gaan.

 

“De terugkeer van de joden naar hun land is goed,
als die geen enkele Palestijnse boer onrecht aandoet.”
(Martin Buber)

 

Wie enkel zijn eigen leed ziet en nooit dat van de ander, is zelfs bereid om de ander leed aan te doen. Nooit veroordeelde Arafat terroristische aanslagen tegen Israël en toen in 2000 de tweede intifada begon, riep hij zelfs op tot een jihad.

Sharon liet in 1982 het Israëlische leger de Palestijnse kampen van Sabra en Shatila in Libanon omsingelen, zodat de falangisten de vluchtelingen konden uitmoorden. Hamas groef vanuit Gaza tunnels naar Israël om onschuldige joodse burgers aan te vallen. Vandaag versnelt Netanyahu de bouw van joodse nederzettingen op de West Bank om een Palestijnse staat definitief onmogelijk te maken.

Zo creëert men altijd weer een onrecht dat de andere kant ook altijd weer wreekt. Zo ontstaat een eindeloze kringloop van geweld en tegengeweld. Nooit komt er vrede in Israël/Palestina en nooit zal er rust volgen in het Midden-Oosten, als niet de rede van de ‘broederlijkheid’ tussen de twee Semitische volkeren van Joden en Palestijnen in actie treedt.

De joodse filosoof Martin Buber zei ooit over het zionisme: “De terugkeer van de joden naar hun land is goed, als die geen enkele Palestijnse boer onrecht aandoet.” Een utopie, een illusie of toch… Inmiddels duurt de Zesdaagse Oorlog al vijftig jaar.

 

Bron: De Redactie

Laat een reactie achter