De regering kondigt trots aan dat het Federaal Planbureau in de toekomst de verkiezingsprogramma’s van politieke partijen zal berekenen. “Grote transparantie daarover zal de burgers in staat stellen de beleidsvoorstellen van verschillende partijen correct af te wegen en appelen met appelen en citroenen met citroenen te vergelijken. Beleidsvoorstellen die niet realistisch zijn, zullen het niet halen,” aldus Kris Peeters. Een overwinning voor de democratie? Ik vrees van niet.

De maatregel komt allesbehalve als een verrassing. De voorbije verkiezingscampagnes zagen we al hoe er in de politieke debatten met cijfers gegoocheld werd dat het een lieve lust was. Zowat alle partijen hadden hun verkiezingsprogramma uitvoerig laten narekenen.

Het waren dan ook al te vaak niet de ideeën die onderwerp van discussie werden, maar wel de cijfers. De zwaarste discussies over voorgenomen besparingen gingen meestal niet over wie de rekening gepresenteerd zou krijgen, maar over hoe de berekening was gebeurd.

De VRT nieuwsdienst werkte dat overigens in de hand, door de partijprogramma’s door academici te laten narekenen (het fameuze “Rekening 14”). Naar het Nederlandse voorbeeld zou het Planbureau die berekeningen nu op een meer grootschalige en nauwkeurige manier uitvoeren.

Dat brengt ons dadelijk bij de futiliteit van deze maatregel. Is er iemand die werkelijk enige illusie koestert dat de cijferdiscussies hiermee van de baan zullen zijn? Het planbureau mag dan wel objectiviteit nastreven, ook hun cijfers komen nog niet in de buurt van de absolute waarheid.

Het blijven grotendeels voorspellingen op basis van theoretische modellen waarvan de keuze nooit volstrekt neutraal kan zijn. Voor de geloofwaardigheid van ons politieke debat is dit een maat voor niets. Bovendien hangt er een stevig prijskaartje aan vast. Dat heeft men alvast berekend, of wat had u gedacht?

Politici als boekhouders

Toch is dat allemaal nog niet eens het grootste probleem. Op het eerste gezicht klinkt het prima: Als burgers hebben we niets aan loze beloftes. Een objectieve berekening van de partijprogramma’s lijkt dus een goede maatregel, aangezien dergelijk bedrog wordt doorprikt.

Dat moet de partijen ertoe aanzetten om zorgvuldiger om te springen met hun verkiezingsbeloftes. Juist in dat laatste element schuilt er ook een keerzijde. Door de nadruk op de objectieve berekening dreigen partijprogramma’s te verworden tot een boekhoudkundige opsomming. Wat goed bedoeld was, om de kwaliteit van het democratische debat op te krikken, brengt zo in de praktijk een verschraling van de democratie teweeg.

Het is juist een belangrijke functie van politieke partijen om de burgers een project aan te reiken, een haalbare, maar vooral ook enthousiasmerende toekomstvisie op een betere samenleving.

Zeker in de politieke cultuur die we vandaag kennen is dat zeer belangrijk. Die politieke cultuur wordt immers gekenmerkt door ofwel gelatenheid, ofwel blinde verontwaardiging. Als we kijken naar de klimaatopwarming, de mobiliteitsproblemen, het onvermogen om vermogen te belasten, het uitblijven van hervormingen die een nieuwe bankencrisis moeten vermijden, enzovoort, dan zien we allemaal dossiers die vragen om moedige projecten.

Als burgers halen we de schouders op en kijken we lijdzaam toe hoe er eigenlijk niets verandert. Alleen wat direct aan onze portefeuille of verworven rechten raakt, jaagt nog steeds velen onder ons de straat op. Dat konden we de voorbije dagen merken. Helaas ontbreekt het ook bij de vakbonden al te vaak aan visie.

Leve de utopie

Exact vijfhonderd jaar geleden publiceerde Thomas More in Leuven zijn befaamde Utopia. Het wordt hoog tijd om dat concept te herwaarderen. Onze democratie heeft nood aan utopieën, maar dan wel in de juiste betekenis van het woord.

Niet in de zin van luchtkastelen en andere compleet van de pot gerukte hersenspinsels. Wel in de zin van creatieve voorstellingen van een betere samenleving.

Het zijn die utopieën die ons als burgers moeten enthousiasmeren en hoop geven. Zo kunnen politici ons uit onze schulp van gelatenheid of onze waas van blinde verontwaardiging halen. De nadruk op cijfers staat dat in de weg. Als partijen geen voorstellen meer durven lanceren die het Planbureau niet perfect kan uitrekenen, dan zetten we een rem op onze democratie en onze toekomst.

 

Bron: VRT NWS

Laat een reactie achter