Het migratiedebat in Europa schiet voor geen meter op. Iemand moet het voortouw nemen om er beweging in te krijgen. Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) en premier Charles Michel (MR) zijn geknipt voor die rol. Go Belgium, go!

Zijn we de afgelopen dagen veel meters opgeschoten in het Europese migratiedebat? In het debat misschien wel, en al zeker als het de afstand tussen de spelers betreft. Maar staan we ook dichter bij een oplossing? Veeleer niet, bleek uit de recente rel tussen de Italiaanse premier en de regering in Parijs, al zal premier Giuseppe Conte vandaag toch op de koffie gaan bij president Emmanuel Macron. En wat doen onze toppolitici? Lijdzaam toezien en met gekruiste handen wachten op een doorbraak? Hoog tijd dat de Belgen hun nek uitsteken en zich voluit engageren voor een Europees compromis.

Niet iedereen kan of wil het beamen, maar simpele oplossingen bestaan in de Europese migratiecrisis niet. Na de slogans, het spierballengerol, de verontwaardiging en de moral high ground volgt altijd de terugkeer naar de weerbarstige realiteit. Dat is ook nu niet anders. De Aquarius was niet het laatste schip op de Middellandse Zee met verstekelingen aan boord. Zoiets kan eenvoudigweg niet beslist worden, zelfs al wordt de toegang tot de Siciliaanse havens geweigerd. De vraag is wat er met het volgende ngo-schip moet gebeuren. Naar verluidt zouden er toch opnieuw vluchtelingen in Italië aan wal zijn gegaan. Maar daar heeft de Italiaanse regering dan weer geen felicitaties voor ontvangen.

Profileren

Simpele oplossingen bestaan niet, omdat migratie ook een zaak van emoties is en dus niet alleen van rationele beslissingen. Het is niet louter een kwestie van nationale besluiten maar ook van internationale spelregels. Met niet alleen een rol voor overheden maar ook voor ngo’s en malafide mensensmokkelaars. In de aankomst-, doorreis- en bestemmingslanden. In Europa, Afrika en het Midden-Oosten. Met korte-, middellange en langetermijnproblemen. Ideaal om zich te profileren, want er is altijd wel iets of iemand buiten het eigen bereik die met de vinger kan worden gewezen, binnen en tussen regeringen maar ook en vooral binnen en tussen de EU-lidstaten.

Als deze niet bijster originele opsomming van de complexiteit van het migratievraagstuk steek houdt, dan geldt dat logischerwijze ook voor de oplossingen. Die zullen veelzijdig moeten zijn, en het kan lang wachten worden op tastbare resultaten. Gelukkig is er niet tot vandaag gewacht. Sinds de crisis van de zomer van 2015 is al veel gebeurd. Ook voor wie de voorkeur geeft aan de cijfers: de migratiestromen zijn gedaald en er is veel geld gespendeerd aan opvang en projecten in het hart van Afrika. Is het genoeg? Wellicht niet. Maar de indruk wekken dat de voorbije jaren niets is gebeurd, draagt geenszins bij tot een sereen debat.

Dublin

De ironie wil dat in de delicaatste kwestie, de herziening van de Dublinverordening, de Europese Commissie een voorstel heeft gelanceerd en het Parlement haar onderhandelingspositie met ruime meerderheid heeft goedgekeurd, maar de lidstaten na twee jaar onderhandelen nog steeds niet tot een akkoord zijn gekomen. Met andere woorden: daar ligt het kalf gebonden. Allerlei mooie woorden – of beter: verwijten ten aanzien van Brussel, en nieuwe allianties ten spijt – de voorkeuren van de hoofdsteden op de schaal verantwoordelijkheid-solidariteit liggen mijlenver uit elkaar.

De Dublinregeling, waarbij vluchtelingen asiel moeten aanvragen in het land van aankomst, moet worden aangepast, al was het maar omdat de afspraken nooit op massale migratie voorzien waren. Het voornemen van de Oostenrijkse regering – vanaf 1 juli de voorzitter van de EU – om Dublin te laten voor wat het is en te focussen op de buitengrenzen is weinig geloofwaardig. Beide problemen dienen te worden aangepakt. Zoals ook illegale immigratie niet kan worden bestreden zonder een afdoend systeem van legale arbeidsmigratie. En nu we toch de taboes aan het doorbreken zijn: laten we meteen ook praten over de demografie in Oost-Europa

Pakketdeal

Een grote pakketdeal dringt zich op, want alleen op die manier kunnen de lidstaten bewogen worden om uit hun loopgraven te komen en toegevingen te doen. Dat Europees president Donald Tusk daarin kan slagen op de top van de staatshoofden en de regeringsleiders eind deze maand is eerder onwaarschijnlijk, omdat hij met zijn Leaders’ Agenda net verschillende dossiers heeft ontkoppeld.

Wie kan dan wel deze knoop ontwarren? Enter de Belgen. Staatssecretaris Francken is de nestor in de ministerraad voor Asiel en Migratie. Hij kent zijn dossiers, heeft zijn sympathie voor de Hongaarse aanpak al getoond en noemt zichzelf ‘al jaren mijnheer Salvini’, naar de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken die voor een harde aanpak van de migratie staat. Dat maakt hem de geknipte man om zijn collega’s op één lijn te krijgen.

Premier Michel kan dezelfde rol opnemen in de Europese Raad. Hij is goede maatjes met Merkel en Macron en heeft zichzelf uitgeroepen tot een Europese bruggenbouwer. Bovendien zijn Francken en Michel uitermate vertrouwd met onenigheid in en tussen regeringen. En als Belgen zijn ze bedreven in overleggen, onderhandelen en compromissen sluiten. Een alternatief is er niet.

Doe het, Francken en Michel. Want de tijd van diagnoses en voorstellen is ruim voorbij. Iemand moet de handdoek opnemen en knopen helpen doorhakken. Go, Belgium, go!

 

Bron: De Tijd

Laat een reactie achter