Bernard Spitz: ‘De ‘witte’ zorgeconomie heeft ook nood aan een warme ‘zwarte’ solidariteit’

Mijn schoonvader is niet rijk, maar ook niet arm. Hij kan met andere woorden nog zorg inkopen. Zorg die vandaag toenemend en overvloedig aangeboden wordt in al haar diversiteit. De week en de Dag van de Zorg toont de vitaliteit en het breed spectrum van de sector.

Meer dan 170 voorzieningen uit de zorgsector worden dan op de kaart gezet. Positief en assertief, misschien wat te uitgesproken vanuit de aanbieder in plaats van vanuit de vraag en misschien soms wat te hip en te weinig basaal. Maar op zich is dit initiatief van minister Jo Vandeurzen en zorgambassadeur Lon Holtzer zeker sterk te waarderen en aan te moedigen.

Zelf was ik wel verrast dat het op de officiële site van De Dag van de Zorg om de ‘witte’ economie gaat. Wit staat voor formele economie, maar roept ook de witte jassen op. Ik wil mee pleiten voor een warme ‘zwarte’ solidariteit, niet in de zin van belastingontduiking maar in de zin van informeel, gratuit, die altijd een nodig circuit zal zijn naast de ‘witte economie’. Mijn schoonvader heeft zowel een ‘wit’ als een ‘zwart’ zorgnetwerk rond zich opgebouwd.

Hij is 90 en woont alleen in zijn groot huis, een te groot huis voor vele kinderen. Een huis dat hij gebouwd heeft op een plaats waar hij sinds zijn jeugd van droomde en wilde wonen. Hij kijkt uit op glooiende weiden met aan de horizon de Hoge venen. In het al wat afgelegen dag herinnert de vage voorbijrazende hogesnelheidstrein hem op regelmatige uren aan de tijd. 

Fysiek is hij nog goed. Hij vergeet soms een beetje, maar nooit zijn reeds lang overleden echtgenote. Dagelijks, als het weer het enigszins toelaat, wandelt hij naar het kerkhof en hij vergist zich nooit van graf. Alleen kan hij in zijn groot huis eigenlijk niet blijven. Echt veilig is het niet meer. Hij heeft wel allerlei elektronische alarmspulletjes, maar juist die schijnt hij graag te verliezen. Maar we staan als familie voor een patstelling: eens uit zijn huis zal hij sterven omdat hij er zo aan gehecht s. Maar ook in zijn huis zal hij sterven, maar dan om andere aangehaalde redenen.

Opvullen van leemtes

Omwille van het ruime en diverse aanbod binnen de zorgsector heeft mijn schoonvader aan kwaliteitsvolle keuze te over. Hij krijgt wat hulp in het huishouden, wat assistentie bij de verzorging, een gewoon steunende en wat surveillerende aanwezig… Uiteindelijk heeft hij een negental personen ‘in dienst’, toegewijd en professioneel. Maar toch, met de beste wil van de wereld krijgt hij binnen de ‘witte zorgeconomie’ dat gat dag en nacht niet toegereden.

Mijn schoonvader heeft gelukkig nog vele attente kinderen. Daarom had hij trouwens een groot huis. Maar ze wonen niet zo dichtbij, ze werken, ze hebben zelf ook relatief veel kinderen, kleinkinderen, schoonmoeders en schoonvaders….Ze willen allen erg graag, “natuurlijk” voor hem zorgen. Maar spontaan en zo natuurlijk lukt dat niet vergt dit een hele coördinatie. Niet alleen al het organiseren van de witte economie, wat feitelijk al een kleine ‘dienst’ op zich is (het opvangen van de ziektes, afwezigheden, vakanties etc.), maar ook het opvullen van de leemtes die er sowieso nog zijn, vraagt keuzes, eventueel deeltijds werken, en het meenemen van een stukje professionaliteit uit je eigen levenservaring.

Zonder deze bijkomende, informele, vrijwillige en soms niet zo eenvoudig te runnen familiale KMO zou het, althans bij mijn schoonvader, niet lukken. Ook deze feitelijk evidente, wat verborgen warme ‘zwarte’ solidariteit moeten we actief blijven koesteren en cultiveren op de Dag van de Zorg. Al is het maar om samen sprakeloos te kunnen blijven kijken naar het vuur van de open haard, of naar de trein in het dal die voor ons allen voorbijsnelt.

Bron: Knack.be

Laat een reactie achter