Volgens een peiling van het Franse magazine Le Nouvel Observateur zou het Front National de grootste partij van Frankrijk zijn. Het is uitkijken naar de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. Alvast in Brignoles kreeg bij voortijdige gemeenteraadsverkiezingen van 6 oktober de kandidaat van het Front National 40 procent van de stemmen. Een onafhankelijke extreemrechtse kandidaat haalde ook nog eens 9 procent. Beide ‘nationalisten’ kregen zowat de helft de kiezers achter zich.

Zondag 29 september, in Oostenrijk haalt de populistische nationalistische partij FPÖ, die na het vertrek en later de dood van haar boegbeeld Jörg Haider in de lappenmand is terechtgekomen, opnieuw de scores van haar hoogdagen. Hoewel partijleider Heinz-Christian Strache al gespot werd op neonazistische feestjes, heeft hij, zoals zijn voorganger, de looks van een vlotte jongen.

Zaterdag 28 september, in Griekenland wordt de top van de fascistische nationalistische partij Gouden Dageraad in de boeien geslagen. Hoewel de partij onder de leiding van de bruut ogende Nikos Michaloliakos zich schuldig maakt aan geweld en alle kenmerken heeft van een terreurbeweging, groeit haar aanhang.

Proper en vuil nationalisme

Tussen FPÖ en Gouden Dageraad gaapt een kloof zo diep en zo breed als de Adriatische Zee. Je mag beide nationalistische partijen niet plaatsen in hetzelfde segment van rechts tot extreemrechts. Front National en die andere Franse nationalist zijn nog van andere soort. Toch hebben ze allemaal meer gemeen dan op het eerste gezicht lijkt.

Dat in Oostenrijk het populistisch nationalisme maar in Griekenland het fascistisch nationalisme opduikt – om het onder Marine Le Pen vervellende Front National even buiten beschouwing te laten – heeft vooral te maken met de respectieve economische toestand. Beide strekkingen van het nationalisme, het ‘propere’ en het ‘vuile’, zijn producten van de crisis. Daarom rukt overal in Europa het nationalisme (of zijn variant regionalisme) op (behalve in Duitsland, daar beseffen ze heel goed waar nationalisme op uit kan draaien).

Als de crisis groter en dramatischer zou worden, is het ook niet denkbeeldig dat het proper nationalisme overgaat in of weggedrukt wordt door het vuil nationalisme. In Nederland organiseert de PVV van Wilders al demonstraties, als dat een (nog steeds onschuldig) signaal kan zijn.

Vertimmerde naastenliefde

Straches FPÖ scoorde met de slogan “Naastenliefde”. Wie kan nu tegen naastenliefde zijn, het edelste waartoe een mens in staat is? Maar het ging wel over naastenliefde met een bijna gestrekte arm in plaats van naastenliefde met open handen. Niets minder dus dan een verkrachting van de solidariteitsgedachte.

Niet alleen in Oostenrijk maar ook elders in Europa weten nationalisten of populisten – soms zijn nationalisme en populisme synoniemen of schurken ze tegen elkaar aan – te scoren door de twee tegengestelde neigingen van de mens, egoïsme en altruïsme, bij elkaar te brengen in een dubbele leugen.

Ten eerste, men roept op tot een solidariteit die de zwaksten van de bevolking uitsluit, precies hen die op solidariteit zijn aangewezen: de armen, de werklozen, de vreemden… Ten tweede, men promoot het vrije initiatief van het individu tegen staatsinmenging, maar men keert zich tegen het middenveld dat het individu kan beschermen tegen te veel overheid (als de nationalisten de overheid in handen hebben, willen ze geen pottenkijkers die hun nationalistische organisatie van de samenleving tegenwerken).

Buiten is het koud

Het inclusieve begrip van de naastenliefde, dat ook de geseculariseerde mens op zijn goedheid blijft aanspreken, wordt opzettelijk vertimmerd tot een exclusief nationalistisch begrip: we zijn alleen solidair met de ‘goeden’, met ‘eigen volk’ of met die zogenaamde ‘middenklasse’ waartoe ook wij (willen) behoren.

Hoe kan het nu dat net die goede, ‘eigenvolkse’ middenklassers etnische, nationale, culturele of regionale grenzen rond hun solidariteit aanvaarden, terwijl het precies zij zijn die voor hun eigen mobiliteit landsgrenzen zinloos vinden en graag wereldburgers zijn? Omdat het crisis is!

Nationalisme is, in tegenstelling tot patriottisme, immers een angstreflex. Een mens die bang wordt, sluit zich op en gaat in zijn eigen hoekje zitten. Binnen is het warm, buiten is het koud. Buiten, daar zitten de vijanden. Dus trekt hij grenzen rond zichzelf. Dat doet een bange samenleving ook, ze trekt grenzen rond haar identiteit.

De leugen van het verleden

Maar die identiteit is nooit duidelijk. In een wereld waarin culturen en verhalen, ideeën en gedachten de oceanen overvliegen tegen de snelheid van het licht, zijn we allen ‘besmet’ zonder het te beseffen. Om het eenvoudig te illustreren, voor de meeste Vlamingen zijn pizza en spaghetti Vlaamse gerechten ‘geworden’.

‘Worden’, dat is het probleem. In tijden van crisis zijn we bang om anders te ‘worden’. We willen vooral niet meer veranderen, we willen ‘zijn’. Zijn wie we eigenlijk nooit waren maar dromen geweest te zijn. Vandaar dat nationalisme uitgaat van mythes over een groots verleden dat niet eens heeft bestaan.

Om het over onszelf te hebben, op 11 juli wordt op geen enkele plaats van ons land harder en overtuigder de Vlaams Leeuw gezongen, maar in 1302 streden op die dag de Antwerpenaren aan de zijde van de Fransen tegen de Vlamingen (want Antwerpen was Vlaanderen niet).

De leugen van het heden

De leugen van een groots verleden dat niet heeft bestaan, moet helpen om de leugen van het heden te verbergen, namelijk dat de crisis de schuld van de anderen is. Het vijandbeeld helpt om de eigen mislukking af te wentelen.

In wezen kan nationalisme maar gedijen zolang het geen verantwoordelijkheid opneemt. Eenmaal het proper nationalisme voor zijn verantwoordelijkheid wordt geplaatst en het risico loopt te falen (omdat de crisis toch niet binnen de eigen grenzen van land of regio op te lossen valt), is het gevaar niet denkbeeldig dat het vuil nationalisme op de proppen komt.

Er loopt dus wel degelijk een lijn van Straches populisme via Le Pens nationalisme naar Michaloliakos’ fascisme. En die lijn loopt over heel Europa, namelijk de rode lijn van de angst.

 

Bron: De Redactie 

Laat een reactie achter