Ik vraag de lezer meteen om vergeving. Ik schrijf vanuit het standpunt van iemand die als christen probeert te leven. Dat houdt voor sommigen die betrokken zijn in de problematiek rond de vrijlating van Michelle Martin wellicht wat beperkingen in. Ik vraag om nog meer vergeving vanwege de slachtoffers, want ik schrijf vrij neutraal. Ik bedoel, ik ben geen vader van mishandelde en vermoorde kinderen. Ik probeer dat laatste, meer dan het eerste, wel in het achterhoofd te houden. En ik beken onmiddellijk: indien het om mijn kind zou gaan, weet ik niet of ik het woord vergeving zo snel in de mond zou nemen. Maar het is me eigenlijk om iets anders te doen: de samenleving.

Als christen kan ik niet anders dan spreken over vergeving. Vergeving is net een van de meest centrale kenmerken van het christendom. Mensen vragen zich soms terecht af of er wel een verschil is tussen de christelijke en de humanistische moraal. En inderdaad, zo veel verschil is er niet. Maar vergeving maakt wel degelijk een onderscheid. Vergeving gaat ten diepste over het feit dat elk mens fouten maakt en een tweede kans verdient. Dat betekent niet dat elke christen eenvoudig kan vergeven. Dat zal wel blijken uit wat volgt.

Zwaard van Damocles

Vergeving komt net in deze tijd erg onder druk te staan. Niet alleen in het penitentiaire domein, maar in alle domeinen. Het wordt niet langer geduld dat we fouten maken. Artsen, leerkrachten, juristen en andere beroepscategorieën werken meer en meer onder het zwaard van Damocles. Fouten maken is uit den boze. Onze samenleving wordt ook repressiever. Fouten worden niet alleen niet geduld, ze moeten ook onmiddellijk bestraft worden. De kans dat mensen nog een tweede kans krijgen, wordt met de dag geringer. Willen we onze kinderen echt zo’n samenleving doorgeven?

Ongewild legt Michelle Martin bovenstaande ontwikkeling in alle scherpte in onze maatschappij bloot. Het gaat dan ook om een extreme situatie. Zo extreem dat het haast onmogelijk wordt om überhaupt van vergeving te durven spreken. Toch is het opportuun de discussie te verbreden naar de vraag over de toekomst van ons samenlevingsmodel en ik spreek de fundamentele hoop uit dat er daarin plaats blijft voor een tweede kans en voor vergeving.

Vergeving is een bijzonder complex en langdurig proces, dat kan niet genoeg beklemtoond worden. Het is in deze zaak nog veel te vroeg om van vergeving te spreken. Het zou zelfs misplaatst zijn. Niet alleen zou Martin geen echte herkansing krijgen, maar bovenal zijn de slachtoffers nu allesbehalve gediend met de vraag om vergeving. Dat is heel menselijk, er is niks mis mee. Vergeving is trouwens ook geen must. Mensen moeten elkaar niet noodzakelijk vergeven. In deze zaak, waarbij mensen zo fundamenteel gekwetst zijn, is het heel goed denkbaar dat het nooit tot vergeving komt. Wat de samenleving daar ook over moge denken: vergeving blijft een zaak tussen dader en slachtoffers.

Vergeven, niet vergeten

Waar komt het op aan in vergeving? Vergeving is het herstellen van een relatie tussen mensen. Het komt er niet op aan om te vergeten. Gedane zaken nemen geen keer. Het gaat erom om die gedane zaken een plaats te geven in het leven. Een plaats die niet langer oproept tot wraak en die niet langer de wrok en de haat aanwakkert. Van de kant van de dader wordt een oprecht berouw verwacht. Vandaar dat vergeving een proces van lange duur is. Het is niet opgelost met de uitdrukking: ‘Ik heb spijt.’ De oprechtheid van die uitdrukking kan pas na lange tijd blijken, als de slachtoffers opnieuw vertrouwen durven schenken aan de dader.

Van de slachtoffers wordt nog iets veel moeilijkers verwacht, namelijk niet alleen dat ze in vrede kunnen leven met het verleden, maar dat ze de dader ook een nieuwe toekomst gunnen. Net dat laatste maakt van vergeving haast iets bovenmenselijks en het verklaart waarom de meeste slachtoffers er niet toe in staat zijn. Maar nogmaals, dat is perfect menselijk – en begrijpelijk – en het kan van niemand geëist worden. Zelfs niet van een christen. Echter, het feit dat het zo moeilijk blijft, betekent niet dat we er niet naar moeten blijven streven.

Ik wil de zaak-Martin opnieuw opentrekken en terugkeren naar het begin van dit stuk. De vraag luidt dan: is onze samenleving bereid om een klimaat te scheppen waarin niet haat, maar vergeving centraal staat? Uiteindelijk blijft vergeving iets tussen de betrokken partijen, maar de samenleving kan er wel de voorwaarden voor scheppen. Een heel belangrijk element in dat verhaal is de geloofwaardigheid van justitie, die overigens afhangt van ons allemaal en niet alleen van de gerechtsdienaars. Ik ga ervan uit dat een meerderheid van de mensen bereid is om gedetineerden een tweede kans te schenken, maar dan moet penitentiair ook alles geloofwaardig blijven. De huidige wrevel wordt voor een stuk zeker verklaard door de als veel te kort ervaren gevangenisstraf van Michelle Martin. Iedereen voelt scherp aan dat de huidige strafmaat te gering is. Daarmee dooft meteen elke hoop op vergeving

 

Bron: De Standaard

Laat een reactie achter