Rogier De Corte: ‘Privacy als excuus’

Stel je voor: op een verlaten parking van een grootwarenhuis wordt een dame ’s avonds verkracht. De daar geplaatste camera’s hebben de feiten keurig geregistreerd en op grond van die beelden kan de politie de dader arresteren.

Wanneer je later van de Franse privacycommissie moet vernemen dat de verdachte vrijuit behoort te gaan omdat die camera’s daar werden geplaatst met het oog op de registratie van het parkerend verkeer – waardoor de gemaakte registratie van de verkrachting afwijkt van de finaliteit van de plaatsing van de camera’s – is het toch even schrikken.

In België is het niet anders: sommige rechters hebben dieven vrijuit laten gaan omdat de dieven niet wisten dat ze geregistreerd werden tijdens de diefstal. Volgens de rechter was hun privacy geschonden tijdens het stelen.

Een woordvoerster van de Privacycommissie heeft onlangs verklaard dat een autobestuurder die met zijn gsm een beeld opneemt van een zware verkeersovertreding, de privacy schendt van de overtreder. Of was het misschien omdat deze opname op YouTube werd geplaatst, met een leesbare nummerplaat, dat de privacy werd geschonden? Zeer duidelijk was de woordvoerster niet, hoewel we wel meekregen dat een autonummerplaat een persoonsgegeven is.

Nooit reageerde de Privacycommissie wanneer in de algemene media breed uitgesmeerd werd dat de chauffeur van minister X tegen een onbehoorlijke snelheid over de snelweg was geraasd. Niet alleen werd dan de nummerplaat vermeld, maar steevast ook de naam van de minister.

Luxe-recht

Privacy of de bescherming van de persoonlijke levenssfeer biedt elke burger een afgeschermde ruimte (die steeds breder wordt) waarin de overheid niet mag interveniëren, zodat elke burger zijn eigen ontwikkeling en ontplooiing in handen kan nemen en houden.

Dat recht op privacy werkt ook tegenover medeburgers: ook zij dienen ieders privacyruimte te eerbiedigen. Een van de belangrijkste kenmerken van dat recht tussen medeburgers is de afweging van de belangen van beide partijen: het recht van de partij die zich op de privacy beroept en het recht van de partij tegen wie de privacy wordt ingeroepen. Zo aanvaardt het hoogste rechtscollege van dit land, het Hof van Cassatie, dat het opnemen op klankband van een telefoongesprek waaraan men zelf deelneemt zonder instemming van de wederpartij, niet noodzakelijk de privacy schendt.

Privacy heeft in deze context behoefte aan twee steunpunten: een welvaartsstaat en een democratische structuur. De Aalsterse fabrieksarbeiders ten tijde van priester Daens hadden geen behoefte aan privacy, wel aan een behoorlijke voeding. De inwoners van de broussedorpjes in Congo kunnen het begrip zelfs niet duiden. In dictaturen, zowel rechtse als linkse, is evenmin ruimte voor enige privacy. Naarmate een individu prominenter optreedt in een maatschappij stijgt de vraag naar privacy.

Dat moet één zaak duidelijk maken: een individu kan niet op een gerechtvaardigde wijze een beroep doen op privacy om het plegen van misdrijven te vereenvoudigen of om de gevolgen van zijn asociaal, illegaal of crimineel gedrag te ontlopen.

Privacy is een krachtig middel dat aan de burgers in een democratische welvaartsmaatschappij is gegeven als garantie voor de zelfontplooiing, niet om ongestraft illegale handelingen te verrichten.

En op YouTube?

Een foto nemen van een gebeurtenis waarbij men zelf betrokken is, kan je moeilijk als privacy-schendend beschouwen. Of men die gebeurtenis nu schriftelijk vastlegt of er een foto van maakt of ze vastlegt via bewegende beelden, dat alles lijkt niets anders te zijn dan het optekenen van zijn eigen geschiedenis.

Wanneer men getuige is van ernstige feiten, bijvoorbeeld van een vluchtmisdrijf met ernstig lichamelijk letsel, houdt het vastleggen van die feiten op zich geen enkel incorrect gedrag in. Plaatst men die gegevens (foto’s, films) op een van de sociale media, dan publiceert men deze gegevens en komt er een dimensie bij. Dan ontstaat de kans dat het lijdend voorwerp van die publicatie de foto of film als een inbreuk op zijn privacy ervaart of dat de privacywet geschonden wordt. Hier gelden dezelfde regels als voor alle media en alle journalisten.

Een foto waarop alleen een leesbare nummerplaat voorkomt, kan in de regel niet als een schending van de privacy worden beschouwd als ze niet vergezeld gaat van de naam van de titularis of de autobestuurder. Een nummerplaat kan daarentegen wel een persoonsgegeven zijn als je ze aan een fysieke persoon kunt linken.

Ervan uitgaan dat een nummerplaat een persoonsgegeven is, lijkt derhalve onjuist – al is deze vaststelling geen vrijgeleide voor burgers om zelf het initiatief te nemen om op een systematische manier aan onderzoek en opsporing te doen.

Uit maatschappelijk oogpunt is het optreden van de woordvoerster van de CBPL echter verwerpelijk: niet de persoon die een flagrante overtreding vastlegt is een dader, hij die de daad pleegde, verdient de afkeuring. Van enige afweging van belangen was er zeker geen sprake.

Misschien had Mr. Q deze keer minder ongelijk.

 

Bron: De Standaard

Laat een reactie achter