Belgisch-Afrikaanse verenigingen en activisten gaven in een open brief harde kritiek op de adviezen van het Africa­Museum over de werking en samen­stelling van de Waarheids- en Verzoeningscommissie (DS 13 juli). Ik begrijp de geschrokken reactie van Guido Gryseels, de directeur van het AfricaMuseum. Zelf heb ik ernstige twijfels over de representativiteit van heel wat ondertekenaars van de brief. Bij mijn persoonlijke contacten, van wie een aantal de brief niet ondertekenden, stel ik onbegrip en verontwaardiging vast.

Ik moet denken aan twee anekdotes die ik als ambassadeur in Congo meemaakte. Op een dag nodigde de gouverneur van Kinshasa me uit om samen hulde te brengen bij het standbeeld van Leopold II. De nacht ervoor was dat van een moeilijk toegankelijk museum naar een openbare plek in de stad verhuisd en zichtbaar op een hoge sokkel gehesen. Ik heb hem moeten teleurstellen, omdat ik me niet wilde mengen in de manier waarop de Congolezen in eigen land met hun verleden omgingen.

Alleen nuancering biedt perspectief: we mogen niet overgaan tot de systematische en radicale bashing van het koloniale verleden

In die tijd kwam ik geregeld bij Antoine­ Gizenga, de voorzitter van de Parti Lumumbiste. Na de verkiezingen van 2006 was hij door president Joseph Kabila als eerste minister aangesteld. In de jaren 50 had hij zich ontpopt als een hevige antikolonialist, maar bij elke ontmoeting pleitte hij ervoor dat de Belgen massaal zouden terugkeren, voornamelijk om scholen en ziekenhuizen te bouwen en te bemannen. Het scheelde niet veel of hij zou de herkolonisering van Congo afgeroepen hebben. Ik bedankte hem voor het vertrouwen, maar heb hem ook aangemoedigd op eigen kracht werk te maken van de ontwikkeling van Congo.

Superioriteitsgevoel

Niet alleen valt de nostalgie van bepaalde Belgen en ex-kolonialen vaak niet in goede aarde, ook die van veel Afrikanen kan niet altijd op begrip rekenen. Moet elk onvertogen woord over de kolonisatie verbannen worden, moeten we de herinnering aan een verheven beschavingswerk blijven koesteren? Wat mij het meest heeft gestoord en stoort in Europees-Afrikaanse relaties, is het superioriteitsgevoel en de vernederende attitudes die daarmee vaak gepaard gaan, zowel in privékring als in officiële en openbare gelegenheden.

Het woord van een ex-politicus is hier wellicht op zijn plaats: we moeten het lef hebben om elkaar te blijven besmetten met het virus van de nuance. Alleen nuancering verzekert geloofwaardigheid en biedt perspectief. We mogen niet overgaan tot de systematische en radicale bashing van het koloniale verleden. We moeten niet alleen oog hebben voor de tekortkomingen, vergissingen en zelfs gruwel, maar ook voor ondernemingszin, belangeloze inzet, wetenschappelijk werk en de rechtvaardige rechtspraak die zich destijds hebben ontplooid. De bewoners van bepaalde arme gebieden namen het ons zelfs kwalijk dat ze door de Belgen links werden gelaten en minder van de kolonisatie hadden ‘genoten’.

Schuldcomplex

Ik kan me vergissen, maar ik vrees dat niemand baat heeft bij het etaleren van een schuldcomplex, hoe goedbedoeld ook. De mensen die anderen zo’n complex willen aanpraten, door kolonisering te rangschikken onder misdaden tegen de menselijkheid en structureel – dus veralgemeend – racisme, lopen het risico het omgekeerde te bereiken. Sommigen zien dat als een onrechtmatige en ongenuanceerde aanval op alles wat in een koloniale context gebeurde. Zo ontstaan verkramping en polarisering. Door die bedding stromen radicalisering, selectieve verontwaardiging en simplismen, gekruid met vervalsingen en leugens, al dan niet verwoord met emotioneel, hysterisch of kwetsend gekrijs. Dat is, veronderstel ik, het laatste wat een waarheids- en verzoeningscommissie wenst mee te maken.

Als we een gunstig momentum en een nieuwe dynamiek van onze relaties tot stand helpen brengen, dan is een open, eerlijke en verdraagzame aanpak van deze commissie de enige goede methode. Die benadering heeft al resultaten geboekt. Denk aan de excuses van toenmalig premier Charles Michel (MR) namens de Belgische staat aan metissen (kinderen van Belgische kolonialen en Congolese, Rwandese of Burundese moeders).

Brief aan Tshisekedi

Ik vermoed dat veel Belgen, Congolezen, Rwandezen en Burundezen de vurige hoop koesteren dat deze commissie de gevaarlijke klippen en valkuilen kan omzeilen, dat oprispingen en frustraties gekanaliseerd kunnen worden, dat vertrouwen, respect en nuance de bovenhand krijgen.

In zijn langverwachte, maar ook welgekomen, brief aan president Félix­ Tshisekedi had koning Filip het over gedachtewisselingen over ons gemeenschappelijke verleden. Misschien iets minder expliciet, maar even duidelijk, is zijn verzuchting om bouwstenen voor de toekomstige samen­werking aan te reiken.

Misschien zijn veel tijd en geduld nodig om zo’n proces een eerlijke kans te geven. Ik pleit niet voor oeverloos gepalaver, maar ook niet voor overhaast en drammerig werk, want er staat veel op het spel. In deze tijden van verschuivende geopolitieke verhoudingen hebben Europa en Afrika er alle belang bij elkaar te herontdekken en, op voet van gelijkwaardigheid en in het besef van wederzijds belang, aan de weg van de ontwikkeling te timmeren. Belgen en Afrikanen zullen er goed aan doen de vensters wagenwijd open te zetten en er een frisse en dynamische wind door te jagen.

Om die toekomst veilig te stellen, moeten we in het reine komen met ons verleden en met het heden, en een respectvolle, volwassen en kritische dialoog laten gedijen. Wars van verlammende politieke correctheden, beklemmende pensées uniques en unilaterale, gefabriceerde verhalen.

Bron: De Standaard

Laat een reactie achter