In één van de grootste vluchtelingenkampen ter wereld, ‘Bidi Bidi’, wonen en werken een kwart miljoen mensen op een humane wijze samen. Bidi Bidi ligt in Afrika, Oeganda, op zowat 550 kilometer ten noorden van de hoofdstad Kampala, dichtbij de grens met Zuid-Soedan en wordt bewoond door aan de burgeroorlog ontvluchte Zuid-Soedanese migranten. Het kamp is gesitueerd op de plaats waar zich eerder een dorpje bevond. Het werd als vluchtelingenkamp geopend in 2016.

Dat veranderde snel van een tijdelijk kamp in een permanente stad inclusief onderwijsvoorzieningen en opkomende particuliere ondernemersactiviteiten. Het doel van de Oegandese overheid is duidelijk: verschuiving van tijdelijke verblijf naar permanente stad. In tegenstelling tot andere kampen over de hele wereld waar vluchtelingen wettelijk beperkt zijn om het kamp te verlaten of om te werken kunnen ze hier vrij wonen, bewegen, de grond bewerken, … . Privé-initiatieven zoals het opstarten van een kleine onderneming zijn er legaal en worden zelfs aangemoedigd. Humanitaire organisaties stelden blauwdrukken samen en maakten budgetten vrij om de economische ontwikkeling van Bidi Bidi te faciliteren door het aanleggen van wifi-zones, mini-elektriciteitsnetten, grootschalige productiefaciliteiten.

 

De private lokale economische activiteiten bestaan onder meer uit het telen van papaja en passievrucht of het produceren van allerlei gebruiksvoorwerpen uit afval. Er wordt ingezet op hernieuwbare energie door het produceren van briketten uit biomassa voor het koken. Een 11-kilowatt mini-elektriciteitsnet op zonne-energie met een bevoorradingspotentieel voor een 40 à 50-tal nieuwe bedrijven stelt ook mensen te werk. Wat zich op die manier ontwikkeld heeft aan economische activiteiten heeft alles van een kleinschalige lokale en circulaire economische gemeenschap. Ook al is het kamp op dit moment nog gedeeltelijk afhankelijk van externe humanitaire hulp, op lange termijn zal het mede dankzij de input van de private sector winnen aan stabiele zelfredzaamheid.

Met het vluchtelingenkamp Bidi Bidi streeft de Oegandese regering naar een volwaardige stedelijke benadering met een normaal maatschappelijk leven. Het Oegandese initiatief is exemplarisch voor de in maart 2019 ondertekende Kampalaverklaring inzake vluchtelingen, terugkeerders en intern ontheemden in de IGAD-regio, het handelsblok van acht Afrikaanse landen uit de Hoorn van Afrika, de Nijlvallei en de Grote Meren. Deze voorziet in banen, levensonderhoud en zelfredzaamheid. De Kampalaverklaring is op haar beurt in overeenstemming met het Vluchtelingenpact van de Verenigde Naties uit 2018 (UN Global Compact on Refugees). Het heeft de ambitie om naast huisvesting, onderwijs, noodzakelijke gezondheidszorg en inclusieve sociale cohesie ook economische kansen, het openen van bankrekeningen, fatsoenlijk werk, het scheppen van banen en ondernemerschapsprogramma’s voor gastlanden en vluchtelingen te promoten. Dit alles heeft als doel een meer humane aanpak: steden volgens een inclusief maatschappelijk model komen in de plaats van tijdelijke vluchtelingenkampen.

De Kampalaverklaring ligt ook in lijn met de doelen van de, in Californië gevestigde internationale NGO, Refugee Cities. De NGO legt zich toe op het creëren van “Duurzame Ontwikkelings Zones” (SDZ’s) als een instrument voor de ontwikkeling van gemeenschappen in massale verplaatsingsscenario’s. De NGO lobbyt bij regeringen die vluchtelingen opvangen om ontwikkelingszones te bouwen die buitenlandse investeringen kunnen aantrekken. Rond het concept van de SDZ’s bestaat een netwerk van organisaties dat zich inzet voor het creëren van aankomststeden voor migranten. SDZ Alliance is een non-profit / NGO joint venture van organisaties die reageren op de complexe uitdagingen die verband houden met wanhopige migratie en snelle verstedelijking. Het netwerk, vertegenwoordigd door belanghebbenden uit de overheid, de particuliere sector, het maatschappelijk middenveld en de internationale gemeenschap, zet in op het ontwikkelen van fysieke en institutionele structuren voor SDZ’s, inclusief hun juridische, beleidsmatige, administratieve, financiële en operationele behoeften.

Het tolereren, zelfs aanmoedigen van economische activiteiten door ontheemden staat hierbij centraal. Voor vluchtelingen is het normaal gesproken wettelijk verboden om te werken in de aankomstlanden waar ze wonen. Daarentegen hebben velen in de vluchtelingennederzettingen en informele nederzettingen waar ze wonen bedrijven opgericht in kleinschalige handel, diensten en landbouw. Nakivale (Oeganda), Dadaab (Kenia), Za’atari (Jordanië) en Mae La (Thailand) zijn hiervan een paar voorbeelden. In de meeste situaties vormen deze economieën een netto voordeel voor de landen die ze herbergen, doordat ze goederen en diensten produceren die schaars zijn, inkomsten genereren die in de lokale economie worden besteed en banen creëren voor de lokale bevolking.

Paradoxaal genoeg staat het Afrikaanse kamp Bidi Bidi qua wonen en werken en de ermee gepaard gaande gastvrijheid in schril contrast met de realiteit van de meeste Europese gastlanden. Het nieuwe Europese vluchtelingenkamp van Moria op het Griekse eiland Lesbos dat het recent uitgebrande gelijknamige kamp moet vervangen heeft alles van een detentiecentrum. Omdat iedereen in inderhaast tegen elkaar opgezette, op de blote ondergrond opgestelde tenten woont, wordt er weinig tot geen beschutting geboden, afval stapelt zich op, er zijn geen bedden, geen douches, te weinig wc’s en nauwelijks water.

Alles heeft te maken met een gebrek aan menselijkheid en aan solidariteit met migranten. Bovendien is er ook gebrek aan solidariteit tussen de deelstaten. Het kamp van Moria past in de huidige Europese logica waarbij migranten, vluchtelingen en ontheemden geculpabiliseerd, erger zelfs gecriminaliseerd worden terwijl iedereen weet dat vluchten meestal de ultieme wanhoopsdaad is na ernstige politieke, economische of ecologische bedreigingen. Velen hebben nog niet de kans gekregen om een asielaanvraag in te dienen of leven in afwachting van de afhandeling ervan. Ze kunnen er dus ook niet van verdacht worden enige schuld te treffen laat staan hier illegaal te verblijven.

Aan mensen wordt alle menselijke waardigheid ontnomen, niet alleen hun recht op vrijheid ook hun recht op wonen en werken. Ook al zoekt slechts een fractie van de 80 miljoen ontheemden in de wereld bescherming in het rijkere Noorden, het lijkt alsof het hele migratieprobleem in Europa wordt herleid tot snellere procedures die meteen moeten vaststellen of asielzoekers – in het kader van een afschrikkings- en terugkeerbeleid – kans maken op bescherming of niet. We weten dat snellere procedures niet noodzakelijk betere procedures zijn, integendeel. Iedereen bepaalt hierin de sfeer, niet alleen politici, de media, bedrijven, … .

Ook het zopas door Ursula von der Leyen voorgestelde Europese ontwerp asiel- en migratiepact zal in eerste instantie de nadruk leggen op terugkeerbeleid, zij het dan op een efficiëntere en hopelijk meer humane wijze dan voorheen. Omwille van het – voor de lidstaten – niet dwingende karakter, hebben zowel migratiedeskundigen als NGO’s, er alle twijfels bij of dit nieuwe voorstel inderdaad menselijker zal zijn en respectvoller ten aanzien van de vluchtelingen. Ze zijn het er min of meer over eens dat de bescherming van vluchtelingen nog meer onder druk komt te staan. De tijd dat we het hadden over onthaalbeleid voor nieuwkomers lijkt heel ver weg, het lijkt wel iets uit ver vervlogen tijden.

En nochtans, vlakbij het nieuwe kamp van Moria in Griekenland ligt op minder dan 10 kilometer een kamp in Kara Tepe. Naast het feit dat de behuizing en voorzieningen er beter zijn omdat de mensen ondergebracht zijn in containerachtige modules in plaats van in tenten, krijgen de kinderen tot veertien jaar er pedagogische en sociale omkadering door onderwijs, sport en ontspanning aangeboden. Dit is een bescheiden begin en er is nog veel werk aan de winkel.

Zal voor België onze nieuwe federale regering het verschil kunnen maken? Tijdens het eerste ‘International Migration Review Forum’ in 2022 in het kader van het UN Vluchtelingenpact uit 2019 moet België alvast de eerste resultaten voorleggen van haar gewijzigd beleid.

 

Bron: Knack

Laat een reactie achter