Wim Smit: ‘Bin Laden: much ado about nothing’

Niet zonder trots, maar met de gepaste bescheidenheid en terughoudendheid kondigde President Obama de dood van Osama Bin Laden aan. Een toespraak die leidde tot aanhoudende vreugdetaferelen en grootse uitspraken die even de schandvlek doen vergeten, nagelaten door het feit dat het maar liefst bijna tien jaar heeft geduurd om vijand nr. 1 van het Westen aan te pakken. De man die de grote wereldmacht, en bij uitbreiding haar bondgenoten, het diepste trauma heeft bezorgd uit haar geschiedenis, heeft – ondanks het target dat hij was – nog bijna een decennium lang het statuut van levende legende mogen genieten

Vandaag is dat allemaal vergeten; het is een groot moment voor Obama waarop hij in een historische toespraak kan onderstrepen hoe geweldig zijn land wel is, en hoe effectief in het nastreven van “vrijheid en rechtvaardigheid voor iedereen”. Het zet hem alvast in pole position voor de verkiezingsstrijd die volgend jaar wordt ingezet. Ondanks de terechte angst voor vergeldingsaanslagen in de komende weken en maanden, wordt de dood van Bin Laden wereldwijd toegejuicht door hoogwaardigheidsbekleders alsof het in de strijd tegen het terrorisme een wereld van verschil maakt. Een Amerikaanse burger noemde het zelfs een historisch keerpunt in de geschiedenis van Amerika, en dat is allicht zoals veel Amerikanen er vandaag zullen over denken.

Symbool

Maar de waarheid is wat Rik Coolsaet al eerder zei: Bin Laden was een symbool geworden, maar was zelf al een tijdje uitgespeeld, en van zijn eigen netwerk staat al meer dan een handvol jaren nog nauwelijks iets overeind. Hij was een heroïsche geest geworden, een inspirator voor sommigen, een boegbeeld waar je als terroristische organisatie kon mee uitpakken en het Westen schrik aanjagen, zelfs al had je er verder geen enkele link meer. Vandaag is dus een geest gedood; en al zet dat dan aan tot grote vreugdevuren, het betekent in wezen zo ongeveer niets.

Het staat bijna vast dat groepjes en splintergroepjes van radicale moslims – meestal amateurs, maar daarom niet minder schadelijk – deze dood zullen aangrijpen om zich te laten gelden. Allemaal in naam van de gevallen held, uiteraard. Een enkele keer zal dat misschien ook lukken, vaak zal het stranden in de klauwen van de steeds beter georganiseerde veiligheidsdiensten. Omwille daarvan, omwille van wat er zou kunnen gebeuren, wordt nu angstig vooruit gekeken, en wordt gemeden om terug te kijken: waar staan we vandaag met al onze antiterroristische ingrepen, en wat was hun nettoresultaat tot op de dag van vandaag?

De democratie verliest

Wat er ook beweerd wordt, de veiligheidsmaatregelen van de voorbije jaren waren bijzonder ingrijpend, hun effect in proportie verwaarloosbaar. Dat beginnen ook de burgers stilaan in te zien. Eind vorig jaar nog was er even een golf van stil protest tegen de bodyscans en de verregaande fouilleringen in de Amerikaanse luchthavens, waarbij mensen naar het vierde amendement verwezen (o.a. bescherming tegen onredelijk onderzoek en inbeslagnames) en de veiligheidsinspecteurs ‘perverten’ noemden. Hun reacties zijn begrijpelijk, want in het overheidsstreven om het onmogelijke te verwezenlijken: het creëren van een waterdicht veiligheidsnet, flirten beleidsverantwoordelijken al een hele tijd met de grenzen van het fatsoen en de aanvaardbaarheid.

Osama Bin Laden mag dan nu wel dood zijn, het doet niets af aan de overwinning op de democratie die hij indirect, en met dank aan de in leven gehouden Westerse angst voor een dramatische herhaling van de geschiedenis, al lang heeft gehaald. De aanslagen op 9/11 moesten worden gezien als een straf voor het arrogante Westen, door het (economische) hart van ‘de leider’ te treffen, maar door het aanhouden van een steeds uitdijende regelgeving met betrekking tot onze veiligheid, hebben we zelf de pijl dieper en dieper in ons (grondwettelijke) hart geduwd.

Richard Posner, één van de grote verdedigers van het grondrechtschendende Amerikaanse veiligheidsbeleid, zou antwoorden met de alom gekende leuze dat ‘de grondwet geen zelfmoordpact is’. Met andere woorden: als maatregelen die indruisen tegen de grondwet diezelfde grondwet en dus onze democratie kunnen redden, dan moeten we die maar nemen. Een kwestie van gezond verstand, noemt hij dat in één van zijn artikels.

Strijd tegen het terrorisme?

Maar wie het slagveld van het voorbije decennium, dat we zelf hebben aangericht, overschouwt, kan op zijn minst enkele fundamentele vraagtekens plaatsen bij het menselijke kostenplaatje van de genomen opties. Op zijn minst is de gevolgde logica van ‘meer veiligheid in ruil voor minder vrijheid’ vals en kortzichtig, zeker indien we het op lang termijn bekijken. Bovendien kan niet ontkend worden dat er in dergelijke aanpak een nauwelijks verholen discriminerende, zeg maar racistische, ondertoon is geslopen. Sommige groepen moeten collectief meer inbinden op hun vrijheid (bv. mensen van Arabische origine) dan andere. In de drang naar veiligheid worden zo dingen mogelijk, oogluikend toegestaan en zelfs deel van een officieel beleid, die hedendaagse democratieën onwaardig zijn.

Dat soort overwegingen over een steeds hallucinantere realiteit zijn veel belangrijker dan de vangst van een voormalig terroristisch kopstuk. Net zoals het de vraag is of het niet eens tijd wordt om na bijna tien jaar te durven besluiten wat sommigen met mij toen reeds vreesden en wat vandaag steeds meer met harde cijfers kan worden aangetoond, namelijk dat de strijd in Afghanistan op vele fronten een ramp is en in tegenstelling tot wat nog steeds beweerd wordt, en als een soort verplicht mantra door politieke en militaire leiders wordt aangehouden, niets bijdraagt aan de strijd tegen het terrorisme. Tenminste niet in positieve zin. Wat ons uiteindelijk moet redden, is niet de dood van een geest, maar een te herwinnen door realisme doordrongen gezond verstand.

 

Bron: De Redactie

Laat een reactie achter