Staatsgeleid onderwijs wordt al snel een eenheidsworst die scholen en leerkrachten herleidt tot louter uitvoerende instituten en ambtenaren. Hans Geybels vraagt scholen ruimte te geven voor een eigen, creatief opvoedingsproject.

 

Onze oudste zoon moet over anderhalf jaar aan zijn middelbare studies beginnen. Het klinkt misschien gek, maar we zijn nu al bezorgd. Welke school zullen we kiezen? Mijn vrouw en ik zijn het erover eens dat het niet noodzakelijk de dichtstbijzijnde moet zijn. We zoeken een school die bij hem past. Tegelijk ­maken we ons – samen met de minister van Onderwijs – zorgen over de kwaliteit. Dat die wel degelijk achteruitgaat, werd jarenlang ontkend, maar de huidige minister erkent die achteruitgang eindelijk en openlijk. De kwaliteit van het onderwijs, van buitengewoon tot ‘jezuïeten-aso’, is voor onze toekomst van uitzonderlijk belang. Daarom zijn we er nu al mee bezig voor onze zoon.

Om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren, heeft de minister ­bepaald dat de overheid voor 100 procent moet bepalen wat de scholen ­doceren. Dat was vroeger ongeveer 70 procent, waardoor de scholen de ruimte kregen om een eigen opvoedingsproject uit te rollen. Niet on­belangrijk, want alle kinderen zijn verschillend. En dat is wat vrijheid van onderwijs betekent. De minister pleit nu voor staatsgeleid onderwijs, een eenheidsworst waarbij scholen en leerkrachten herleid worden tot louter uitvoerende instituten en ambtenaren.

Brede geesten

Dat is zowat het laatste wat ik voor mijn kinderen wil. Ik wil een school waar er plaats is voor een eigen project, waar ze ook werken aan menswording, waar ze ruimte laten voor creativiteit en zelfontplooiing. Een echte humaniora met andere woorden. Kinderen die zich beter kunnen ontwikkelen in een steiner- of freinetschool, moeten die mogelijkheid blijven krijgen. Dat dient niet alleen het kind, maar zelfs de economie. Lang niet ­elke werkgever is blij met vooraf klaargestoomde werknemers. Gelukkig opteren velen voor brede geesten. Uiteindelijk leren we onze stiel allemaal op het werk.

Met de huidige gang van zaken is de kwaliteit van het onderwijs niet ­gediend. Ik herinner me nog dat ik ooit leerkracht was op een aso-school die zich een hoog wetenschappelijk profiel aanmat. De dochter van een collega, die daar ook schoolliep, ging er stilletjes dood. Haar vader besloot dat ze van school kon veranderen. Ze is verhuisd naar een Don Bosco­college waar zij zich als creatieve persoon volledig kon ontplooien. Inmiddels is ze professor ­filosofie aan een Nederlandse universiteit. Dat is wat de vrijheid van onderwijs concreet kan betekenen.

Strijden voor de school

De kwaliteit van onderwijs dien je niet door de vrijheid van het onderwijs te beperken. Integendeel. De minister weet ook dat de kwaliteit net veel beter was toen het onderwijs volledig verzuild was. Niet dat die twee noodzakelijk samenhangen, maar het toont wel de drogreden van de ­minister aan. Het lijkt hem eerder te doen om het afschaffen van sommige onderwijs­netten dan wel om het verhogen van de onderwijskwaliteit. Maar hij weet ook dat hij met het argument van de kwaliteit bij de meeste mensen zal scoren.

Ik begrijp onze minister van Onderwijs en ons parlement niet zo goed. Hoe halen zij het in hun hoofd om de huidige hervormingen door te voeren? Bovendien leggen zij een ­arrest van de Raad van State naast zich neer. Ook die is ervan overtuigd dat de huidige maatregelen te ver gaan en de grondwettelijke vrijheid van onderwijs in het gedrang brengen. Er staat enorm veel op het spel. Even veel als in de ­jaren 50 toen mensen massaal op straat kwamen voor onderwijs. Herinner u de wet-Collard. Wel, ik hoop dat de scholen mobiliseren. Mijn vlag ligt klaar en ik heb nog een retourtje op mijn ­coronatreinkaart.

 

Bron: De Standaard

Laat een reactie achter