Skip to content

Ides Nicaise: ‘Een nieuw rondje verplichte gemeenschapsdienst’

Langdurig werklozen in de gemeenschapsdienst duwen is vaak contraproductief, zegt Ides Nicaise. Versoepel voor hen liever de regeling over vrijwilligerswerk.

Het is nauwelijks een jaar geleden dat het Grondwettelijk Hof de federale wet op verplichte gemeenschapsdienst voor leefloners vernietigde. Toch wordt de carrousel opnieuw aangezwengeld, ditmaal door de Vlaamse regering in spe. Zowel de N-VA als Open VLD hebben zich vastgebeten in het idee dat – in een tijd van tekorten op de arbeidsmarkt – je de langdurig werklozen de duimschroeven moet aandraaien om hen aan het werk te krijgen. Het klinkt logisch, maar het is heel kort door de bocht. Overigens hebben notoire N-VA- en Open VLD-leden (Karel De Gucht, Philippe Muyters) zich al tegen het idee gekant.

Wat politici er ook van mogen vinden, in een studie van buitenlandse systemen kwamen wij tot het besluit dat het idee contraproductief is, en wel om verscheidene redenen.

De opeenvolgende Britse Workfare-programma’s (‘work for welfare’, of werk in ruil voor een uitkering) zijn ernstig geëvalueerd, met een econometrisch verantwoorde vergelijking tussen twee soorten regimes en een vergelijkingsgroep die de gewone werkloosheidsregels bleef ondergaan. Het resultaat was een ‘netto-tewerkstellingseffect’ van minder dan 1 procent na twee jaar. Nochtans deden de betrokkenen vaak hetzelfde werk als reguliere werknemers – zij het dan gratis. Je zou a priori verwachten dat ze de ‘ideale’ gemeenschapsdienst vervulden. Maar het ‘opstap-naar-werk’-idee werkt in de praktijk niet. Dat komt gedeeltelijk door zogenaamde ‘lock-in’-effecten: tijdens de verplichte gemeenschapsdienst rest er minder tijd om te solliciteren of zich bij te scholen. Sommigen leggen zich neer bij de behandeling en zoeken niet verder naar gewoon werk. Werkgevers gaan zelfs vinden dat er aan deze werklozen een geurtje zit, anders had men ze toch niet moeten verplichten tot gemeenschapsdienst?

Pseudo-werk

In hetzelfde Britse warenhuis kon je twee personen de rekken zien vullen – de ene betaald, de andere niet

Nog erger is dat de activiteiten van de workfare-deelnemers in het VK dezelfde waren als die van reguliere werknemers. In hetzelfde warenhuis kon je twee personen de rekken zien vullen – de ene betaald, de andere niet. Of in hetzelfde tehuis zag je twee personen helpen bij het middagmaal van bejaarden – de ene betaald, de andere niet.

De betaalde kracht riskeerde op elk moment zijn baan te verliezen omdat hij kon vervangen worden door een onbetaalde workfare-kracht. Die laatste vroeg zich ook af waarom hij/zij geen recht had op een normaal loon voor zijn/haar werk. Op macro-vlak oefent zo’n systeem uiteraard een neerwaartse druk uit op de lonen en arbeidsvoorwaarden, waar ten slotte beide partijen armer van worden (dumping-effect). Als je die neveneffecten meerekent, wordt het duidelijk dat de workfare eerder tewerkstelling vernietigt dan schept.

Je kunt ervoor opteren om de gemeenschapsdienst strikt te scheiden van reguliere arbeid om dit te vermijden. Dan moet je wel goed kunnen verantwoorden waarom activiteiten buiten het reguliere arbeidscircuit werkzoekenden zouden voorbereiden op regulier werk. Op beperkte schaal is dat wel mogelijk, bijvoorbeeld met innoverende niches in de social profit. Maar wanneer overheden proberen om alle langdurig werklozen in dit soort activiteiten te duwen, is hun creativiteit snel uitgeput en zoeken ze steeds meer naar pseudo-werk van bedenkelijke kwaliteit om hun targets te halen – zoals met de Participatiewet in Nederland, waar sommige uitkeringstrekkers aan het ‘werk’ werden gezet om elkaars schoenen te poetsen. Wie zich met ervaring in dit soort pseudo-werk achteraf bij een werkgever meldt, zal snel weer op de stoep staan.

Een leger consulenten

Hoe definieer je het begrip ‘passende arbeid’ in de regelgeving op de verplichte gemeenschapsdienst? Hou je rekening met de scholing, mobiliteit, gezinssituatie en gezondheid van de werkzoekende? Beseft de overheid dat zowat vier op de tien langdurig werklozen kampen met fysieke of geestelijke gezondheids­problemen? Ga je vrijstellingen geven aan wie zorgt voor hulpbehoevende familieleden?

Als de VDAB dit voor al haar langdurig werklozen moet toepassen, zal ze een legertje bijkomende consulenten moeten aanwerven. De arbeidsrechtbanken zullen de handen vol hebben met het beslechten van conflicten. En de overheid mag, zoals in het VK, een boycot verwachten vanwege de vakbonden en het middenveld. Waar is dan het netto­rendement van de maatregel?

Opgelet: de doorsnee langdurig werkloze is helemaal niet werkschuw. Velen smeken zelfs om vrijwilligerswerk te mogen doen, of doen het effectief. Paradoxaal, klagen heel wat van die mensen over de strengheid waarmee de RVA het vrijwilligerswerk beperkt – uiteraard om zwartwerk en verdringing van regulier werk te voorkomen. Maar hier bijt de hond dan in zijn eigen staart: de ene overheid bemoeilijkt (om legitieme redenen) het vrijwilligerswerk van werkzoekenden, terwijl de andere het hen door de strot zou duwen. Misschien kunnen we het best beginnen met een versoepeling van het zelf gekozen vrijwilligerswerk voor langdurig werklozen, zoals men vorig jaar met gulle hand het bijklussen van werkenden heeft versoepeld?

Bron: De Standaard

Laat een reactie achter