Is het in deze coronatijd beter wonen in een huis met een tuin op het platteland of in een appartement in de stad? Wie zijn tijd in de tuin kan doorbrengen, is bevoorrecht. Het maakt de quarantaine minder hard te verduren.

Is wonen in de stad dan minder aantrekkelijk geworden? Is het pleidooi van stedenbouwkundigen en architecten om de stad te omarmen en verder te ontwikkelen als onze natuurlijke habitat (arch. Bob Van Reeth: “het platteland is voor de koeien” ) dan wel realistisch?

Het virus toont ons de kwaliteit van de private buitenruimte, het private moestuintje, het grasveldje om te ravotten met de kinderen. De stad daarentegen is gesloten. Publieke ruimten in de stad, het park en het plein, kunnen in tijden van quarantaine niet gedeeld worden. Het vreemde is dat diegenen die vandaag bewust kiezen voor een stadsleven, en dus het platteland vrijwaren, nu benadeeld worden. Zij lijden onder een gebrek aan vrije en groene ruimte. Wordt je nu gestraft omdat je een milieubewuste houding hebt? Is het niet ongepast om nu een oproep te doen om terug te keren naar woningen op ‘de buiten’? Een gezond evenwicht tussen gemeenschapsleven (solidariteit) en persoonlijke droom; my house is my castle (individualisme) wordt op de proef gesteld.

Hopelijk trekken we de juiste conclusies. Want er is geen weg terug. De curve van de coronapandemie zal wellicht ‘bescheiden’ zijn vergeleken met de curves en oversterfte die ons staan te wachten als we niet radicaal beschermen wat ons nog rest aan ecosystemen en als we er niet alles aan doen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. De ketting van aangekondigde milieuproblemen en daarmee gerelateerde gezondheidsrisico’s maken mij ongerust.

Als reactie op de quarantainemaatregelen nu het landelijk gebied verder verkavelen, verharden, de grond verarmen? Het is uitgesloten. Onze aandacht zal blijvend naar de stad gaan. En die stad zal leefbaar moeten worden. Door, naast te ijveren voor privaat groen, betere en groenere publieke ruimte te realiseren. Door te ontharden. Door hoger te bouwen maar in balans vrije ruimte in de plaats te geven. Zodat nieuwe gebouwen minder grond innemen. Door minimaal de woonuitbreidingsgebieden aan te snijden. Door naast de stadskernen ook de dorpskernen te herwaarderen. Door inzetten van braakliggende ruimte als ‘vrije’ ruimte. Door leegstaande panden aan te pakken in de binnensteden en aan de eigenaars op te leggen ze verplicht bewoonbaar te maken. Door de afkoeling van de steense stad te verbeteren door opnieuw open water te voorzien. Te ontharden waar mogelijk. Waarom geen sportpleinen in de stad?

Geweldig toch als we daar decompressieruimte hebben door het creëren van overmaat. Zoals de foyer de decompressieruimte is voor de theaterzaal. De stedelijke ruimte dus als foyer! De gedisneyficeerde winkel-wandelstad heeft in dit nieuwe stadsbeeld afgedaan. Een leefbare en belevingsvolle stad willen we en dat is een rijke stad in vrije ruimte. Een stad met overmaat zoals de natuur ons die ook heeft geschonken. Die overmaat hoeven we niet te vinden in een zwembad in eigen tuin. Ik heb het intussen echt gehad met de promotie van zwembaden dezer dagen. De zorg voor ons stad zal ons wapenen tegen de bedreigingen van onze habitat en ons laten samenleven met een weliswaar veranderende natuur. Het zal ons minder angstig maken en onze gezondheid ten goede komen.

Bron: Het Belang van Limburg

Laat een reactie achter