Vrijheid voor de één, ongelijkheid voor de ander

Vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid. De drieling die door de verlichting gebaard werd, wordt in ons land door een aantal politieke partijen gretig in de mond genomen. Hoewel, broederlijkheid is het zieke broertje en wordt vaak vergeten. Vrijheid en gelijkheid daarentegen zijn de vlaggen die overal geplant worden en zelfbeschikkingsrecht als uitloper daarvan wordt hoog in het vaandel gedragen.

De abortuswet

Dat zien we met name in het wetsvoorstel rond abortus dat momenteel voorligt. Het advies van de Raad van State op vrijdag 28 februari is door Covid-19, waarin ironisch genoeg de bezorgdheid om de gezondheid en het leven vooraan staat, naar de achtergrond gedrukt. Het advies komt erop neer dat de RvS het wetsvoorstel weinig in de weg legt. Abortus tot achttien weken. Check. Ingekorte bedenktijd tot 48 uur (hierover schreef Silke Brants van Fara vzw een interessant opiniestuk in De Standaard. Check. Abortus wordt uit de strafwet gehaald en verwordt tot een medische ingreep als een andere. Check.

De Raad van State heeft het wel moeilijk met één kwestie: het strafbaar maken van het ‘fysiek of op enigerlei andere wijze’ proberen te weerhouden van abortus. Stel dat je de partner bent van een vrouw die abortus wil, maar wel een duidelijke kinderwens hebt… Mag je dan nog op haar inpraten om haar van gedacht te doen veranderen? Wat mag wel? Wat niet? Het wetsvoorstel biedt daar geen afdoend antwoord op en de vragen van parlementsleden aan de indieners van het wetsvoorstel bleven eind december 2019 onbeantwoord. Er wordt een grijze zone gecreëerd, waardoor het heel tricky wordt als een partner zich tegen de abortus wil verzetten. Daar heeft de Raad van State, terecht, vragen bij.

Vrijheid en gelijkheid?

Ik wil niet schrijven over de juridische kant van de zaak, maar ze tegen het licht van vrijheid en gelijkheid houden. Ten diepste komt de wet erop neer dat het vergroten van vrijheid en zelfbeschikkingsrecht van de ene (de zwangere vrouw) de inperking van vrijheid en zelfbeschikkingsrecht van de andere (de partner) betekent. Je kan je de vraag stellen of de partner nog wel gelijk is aan de zwangere vrouw. Inzake de positie van de partner gebeurt er zelfs iets pervers in het huidige wetsvoorstel: je kan je partner niet meer ongestraft weerhouden van, maar haar wel ongestraft dwingen tot abortus. Hoezo, vrijheid en gelijkheid?

Dat vrijheid en gelijkheid niet absoluut kunnen zijn, is niet enkel in de abortuskwestie het geval. Roger Scruton (waar ik het niet onverdeeld mee eens ben) duidt in het Het nut van pessimisme op de onmogelijkheid van het samenvoegen van vrijheid en gelijkheid. In een maatschappij die vrijheid wil creëren op elk vlak, zal ongelijkheid de kop opsteken. Als je de burgers van een maatschappij volledige vrijheid geeft, zullen sommigen (of velen?) keuzes maken die voor ongelijkheid zorgen.

Collateral damage

Dat zien we nu al, ondanks alle wetgeving, gebeuren in criminele milieus waar mensen uitgebuit, verkocht of tot prostitutie gedwongen worden. En vice versa, wanneer gelijkheid nagestreefd wordt, zal onvrijheid de kop opsteken. In een maatschappij waarin niemand omwille van zijn geslacht slechter behandeld mag worden, zal men niet meer vrij zijn om dat wel te doen. Niet dat ik vind dat men omwille van zijn of haar geslacht slechter behandeld moet worden.

Een partij die focust op de vrijheid en het zelfbeschikkingsrecht van één groep zal, als een soort collateral damage, de vrijheid en het zelfbeschikkingsrecht van een andere groep beperken. Het moet duidelijk zijn dat de inperking van vrijheden een normale gang van zaken is. Dat wordt maar zelden gezien, laat staan verwoord, door de partijen die op de barricades van het zelfbeschikkingsrecht staan. Hoewel ze vrijheid en gelijkheid voor ogen hebben, tekenen zij een smal (ethisch) pad uit, dat iedereen moet bewandelen.

Dat zien we in het wetsvoorstel dat voorligt. Het zelfbeschikkingsrecht voor de zwangere vrouw wordt absoluut gemaakt. Al het andere moet ervoor wijken, inclusief de rechten van de partner en die van het kind. Vrijheid voor de één, ongelijkheid voor de ander. Een smal pad. In onze maatschappij hebben we, zo bekeken, een heel gamma smalle ethische paden. Ik bedenk wel eens dat een en ander verdacht veel lijkt op hoe de katholieke kerk (of protestantse kerk in Nederland) haar ethische overtuigingen destijds oplegde aan de maatschappij.

Terug naar de abortuswet

Het voorbeeld van de abortuswet toont aan dat zelfbeschikkingsrecht en vrijheid geen stevige basis vormen voor ethische wetgeving. De roep om het zelfbeschikkingsrecht, de vrijheid, van de zwangere vrouw perkt het zelfbeschikkingsrecht, de vrijheid van de partner in.

N-VA, CD&V en CDH verzetten zich tegen de uitbreiding zoals die nu voorligt. Els Van Hoof (CD&V): ‘De Raad van State zegt dat er juridische ruimte is voor de wetgever om de abortuswet uit te breiden, ik blijf vragen naar een grondige evaluatie van de medische praktijk.’  Bij N-VA schrijft Valerie Van Peel: ‘Dergelijke gevoelige debatten over leven en dood verdienen meer studiewerk en parlementaire discussie dan deze paars-groene coalitie wil toelaten.’

Intussen wapperen de vlaggen van het onoordeelkundige zelfbeschikkingsrecht voor de zwangere vrouw. De PS wil vóór 8 maart, Internationale Vrouwendag, een plenaire stemming over het wetsvoorstel. Een grondige evaluatie en een op studiewerk gebaseerd debat komen er niet, als het van hen afhangt. Ook de andere partijen die voorstander zijn leggen de druk hoog. Dan vraag ik mij af: is er, binnen die partijen, niemand die zich afvraagt hoeveel zo’n opgedrongen manier van werken met vrijheid te maken heeft?

 

Bron: Doorbraak

Laat een reactie achter