Je hebt familierelaties en je hebt vriendenrelaties. De eerste soort krijg je cadeau, de tweede soort kies je zelf. Daar ergens tussenin zit een relatie die in deze Nieuwjaarstijd wel eens apart vermeld mag worden: die van peters en meters met hun petekindjes.

Het aantal doopsels daalt. Even was ik bang dat daarmee ook die unieke functie van peter of meter in de vergetelheid zou belanden, maar niets is minder waar. Steeds meer worden peters en meters trots op geboortekaartjes vermeld. Veel mensen ervaren het als een eer om voor deze functie gevraagd te worden, als een teken van vertrouwen en vriendschap. Grootouders worden vaak niet meer gekozen als peters of meters, omdat ze al een exclusieve band hebben met hun kleinkind. Broers of zussen van de ouders zijn heel populair, maar ook goede vrienden komen duidelijk in beeld. Veel ouders zoeken peters en meters in de kring van hun leeftijdsgenoten en vergroten zo het netwerk dat ze nodig hebben om het leven met kleine kinderen, een job en een drukke vrije tijd draaiende te houden.

Al maanden vóór de bevalling is een ‘aanzoek’ om peter of meter te worden een heuglijke en ontroerende gebeurtenis, die meteen een extra band schept tussen peter of meter en de ouders-in-spe. En als de baby er eenmaal is, worden peters en meters ingeschakeld voor diverse taakjes: van babysit over verhuisassistent tot stijladviseur voor kamer of outfit. Of ze komen zelf met originele initiatieven op de proppen: verwenbonnen voor de ouders of speciale voorleesrituelen voor de baby.

Dat wordt alleen maar beter als de baby een peuter, kleuter en spring-in-het-veld wordt: uitjes en logeerpartijtjes zijn altijd een succes. En in de puberteit is een vertrouwde volwassene die niet de ouderrol hoeft op te nemen een waar godsgeschenk voor elke jongere. Want een peter of meter hoeft niet alles tegen de ouders te zeggen, maar houdt wel altijd het welzijn van zijn petekind voor ogen. Van dergelijke volwassen steunfiguren kun je er tijdens het opgroeien van je kinderen best wel een aantal gebruiken.

Met gelovige opvoeding zijn de meeste peters en meters niet bezig. Of misschien wel, maar dan meestal niet expliciet. Want hun petekind heeft een warm plekje in hun hart en dat wordt snel wederzijds. Naast de ouders is zo’n peter of meter iemand bij wie je extra terecht kunt, iemand voor wie je bijzonder bent, iemand die voor je opkomt. Iemand die leuke dingen met je doet, die naar je luistert en met je praat.

Meestal zijn het mensen die de grote waarden delen met de ouders, en het kind dus mee een duwtje in de goede richting geven. Al is het ook fijn en verrijkend dat peters en meters net dat tikkeltje anders zijn dan de eigen ouders, zodat ze hun petekind kunnen inwijden in een stukje wereld dat nog onbekend was. Soms, als peters en meters daarmee bezig zijn, kan dat ook het geloof zijn. Met meter lezen in de kinderbijbel of mee naar de nachtmis mogen of met peter gaan stappen naar een oud bedevaartsoord, kan een heel zinvolle invulling van peterschap zijn. Het kan een gesprek op gang brengen over wat elk van ons nauw aan het hart ligt.

Is het niet heerlijk dat die traditie van peters en meters uit ons geloof komt en dat ze in die nieuwe vorm levendiger is dan ooit? Want peters en meters doen nu veel meer dan enkel een centje geven met Nieuwjaar. En op die manier omringen ze hun petekinderen met liefde en enthousiasme, en vaak ook met veel inzet. Allemaal goddelijke eigenschappen. God geve dat we ook voor andere mooie tradities van ons geloof zo’n nieuwe, warme invulling mogen vinden.

Bron: Knack.be

Laat een reactie achter