Skip to content

Simon Van Damme: ‘Hoe een luisterend oor het verschil kan maken op de internationale dag van het geluk’

Al sinds mijn zestiende werk ik elke zomer bij de technische dienst van het lokale rusthuis. Mijn dagelijkse taken omvatten onder andere het verhuizen van meubels van de bewoners, geurig snoeisel van de vers geschoren hagen opruimen en onkruid wieden op een van de vele groene plekjes op het grote domein.

Op een dag was het te slecht weer om buiten te werken, dus kreeg ik een nieuw taakje: ik moest alle mousseurkes in het hele gebouw demonteren, ontkalken en terug monteren. Voor degenen die niet weten wat een mousseurke is: op elke kraankop zit er een soort zeefje dat ervoor zorgt dat het water in een mooie en gecontroleerde witte straal naar buiten stroomt.

Het zorgt als het ware voor een mousse-effect, vandaar de naam “mousseurke”. Geleerde types zouden dit zeefje ook wel een “straalregelaar” – of, nog beter – een “perlator” durven noemen.

Na een tijdje vormt er zich echter kalkaanslag, waardoor de waterstraal langzaam maar zeker onregelmatig wordt. Daarom is het belangrijk dat dit kleine onderdeeltje regelmatig eens ontkalkt wordt door een jobstudent.

Voor mijn nieuw taakje moest ik dus bij elke bewoner op de kamer komen om de kraankop te ontkalken. Een van de aangename neveneffecten hiervan was dat ik regelmatig van de gastvrijheid van deze bewoners mocht genieten; bewoners die maar al te graag eens een praatje maken met een jonge gast zoals ik.

Deze gastvrijheid nam de ene keer de vorm aan van een stukje taart, de andere keer van een colaatje, maar ze hadden allemaal één ding gemeen: een goed gesprek met iemand die veel verder in het leven staat dan ikzelf. Ik herinner me deze gesprekken nog goed, want ze lieten vaak een blijvende indruk op mij na. Twee onderwerpen kwamen namelijk steeds terug: geluk en eenzaamheid.

Eenzaamheid lijkt jammer genoeg de rode draad te zijn in het leven van vele oudjes. Hoewel ze allemaal trots zijn op hun kinderen en kleinkinderen, zijn ze ook verdrietig omdat ze niet vaker op bezoek komen. Elke dag hebben ze contact met het personeel, en toch hebben ze het gevoel dat deze geen tijd voor hen hebben.

Sommige oudjes hebben veel vrienden, maar het triestige is dat deze vrienden één voor één aan het sterven zijn. Sommige bejaarden zijn dan weer hun hele leven alleen geweest. Dit gevoel van eenzaamheid was uiteraard niet bij elke bewoner even sterk aanwezig, maar bij velen werd hun geluk wel degelijk ondermijnd door dit gevoel van alleen-zijn in een almaar kleiner wordende wereld.

Eén bewoonster maakte het meeste indruk op me. Na haar boeiende verhalen over de wereldoorlog aanhoord te hebben, greep ze mijn arm stevig vast en verschenen er tot mijn verbazing tranen in haar ogen. Ze zei: “Dankuwel jongen om naar mij te luisteren. Het is lang geleden dat ik nog eens zo’n leuke dag heb mogen ervaren. Dat maakt mij nu eens écht gelukkig.”

Ik wist niet goed wat te antwoorden. De verbazing moest van mijn gezicht af te lezen zijn, want ze glimlachte en zei: “Kom, vertrek nu maar, ge moet waarschijnlijk nog veel kamers doen!”

Terwijl haar tranen nazinderden in mijn hoofd, besefte ik iets: een mens hoeft geen grootse dingen te doen om anderen gelukkig te maken. Iemand hoeft geen bergen te verzetten om een “impact” te hebben op het verloop van iemands dag.

Welke taak je ook krijgt – hoe stom het ook lijkt -, ik kan aanraden om ze met dankbaarheid uit te voeren en open te staan voor een goed gesprek. Zo kunnen we allemaal op deze internationale geluksdag ons steentje bijdragen. En wie weet, wanneer u zich later eenzaam en alleen voelt op uw kamer in het rusthuis, komt er iemand bij u het mousseurke vervangen.

 

Bron: vrtnws.be

 

Laat een reactie achter