Steven Van Hecke: ‘Dringend gezocht: Europees leiderschap’

In het federale en het Vlaamse regeerakkoord toonde ons land zich ambitieus over Europa. De praktijk liet iets anders zien. Steek de komende zes maanden een tandje bij, vraagt hoogleraar Europese politiek Steven Van Hecke.

‘Het Europees voorzitterschap in 2024 moet het orgelpunt worden van een hele reeks diepgaande economische, sociale en milieuhervormingen die ons land moeten moderniseren.’ Uit de jaarlijkse kersttoespraak van afgelopen weekend komt die boude stelling alleszins niet, want koning Filip repte met geen woord over de Europese Unie, laat staan over het nakende Belgische Raadsvoorzitterschap.

Zo’n voorspelling horen uit de mond van het staatshoofd zou trouwens weinig geloofwaardig zijn. Dat was ze voor premier Alexander De Croo (Open VLD) en partijvoorzitter Paul Magnette (PS) wel, toen ze eind september 2020 de federale regering boven de doopvont hielden. In hun formateursnota zetten ze de Europese ambities op scherp. Ze wijdden er zelfs een heel hoofdstuk aan, ‘België, een sterke stem in Europa en de wereld’, dat nagenoeg identiek werd overgenomen in het regeerakkoord waarmee de Vivaldi-coalitie drie jaar geleden uit de startblokken schoot. Geflankeerd door twee keer een Belgische driekleur en een EU-vlag loofde Magnette tijdens een persconferentie op de statige trappen van het Egmontpaleis De Croos ‘vraie capacité de leadership’.

De Vlaams regering had een jaar eerder de toon al gezet in haar regeerakkoord, al waren de verwijzingen naar de EU en het voorzitterschap van 2024 talrijker en concreter. Aan het Martelaarsplein lag de lat ook hoog: ‘Een ambitieus en impactvol Vlaams-Europese beleid dat bijdraagt aan een slagkrachtige en gedragen Europese Unie die haar burgers en bedrijven ondersteunt.’

Schade beperken

Wat is er sindsdien gerealiseerd? Hebben de regeringen in de laatste rechte lijn naar dat voorzitterschap een stevige aanloop genomen? De federale en Vlaamse diplomaten en ambtenaren hebben zich in elk geval de voorbije maanden in het zweet gewerkt. Niet alleen om alles klaar te krijgen tegen 1 januari 2024, maar vooral om de schade te beperken die hun ministers hebben veroorzaakt.

De keren dat België wegens de interne verdeeldheid op EU-niveau geen standpunt kon innemen, waren niet om aan te zien. Doorgaans ging het om een clash tussen de Vlaamse en de federale regering, meestal over klimaatmaatregelen. De winst was voor de binnenlandse politieke populariteit, het verlies mocht worden opgevangen door de eigen diplomaten en ambtenaren. Een kniesoor maalt om de reputatieschade bij de andere EU-lidstaten. Waarom zouden die nog met Vlaanderen of België rekening houden als we toch geen standpunt innemen?

Kwalijk is vooral dat steevast de indruk wordt gewekt dat Europa beslissingen oplegt waaraan we weinig of niets kunnen verhelpen. Alsof Vlaanderen en België niet in alle stadia van de besluitvorming betrokken zijn, van de voorbereidende werkgroepen tot de finale vergadering van Europese vakministers. Alsof Vlaanderen en België niet integraal deel uitmaken van de EU. Om daarna te klagen dat Europa onbekend en onbemind is. Dat is zoals een burgemeester van een middelgrote stad die klaagt over Vlaamse regelneverij, maar zelf al jaren in het Vlaams Parlement zetelt en ziet dat bij de eigen kiezers het Vlaamse beleidsniveau niet het respect krijgt dat het verdient. Tja.

De beleidsresultaten zijn evenmin om naar huis te schrijven. Van kampioen in het laattijdig of incorrect omzetten van Europese regelgeving tot het strafbankje waarop we mogelijk in 2024 belanden wegens het buitensporig begrotingstekort: België is niet bepaald een modellidstaat. Waar we wel goed in zijn, is onze bedrijfsbelangen verdedigen (weliswaar tot en met de Antwerpse diamant zo lang mogelijk uit de sanctiepakketten tegen Rusland houden). Terecht, want onze welvaart hangt grotendeels af van onze handel in de Europese interne markt. Er staat dus veel op het spel. Dat hebben onze politici gelukkig goed begrepen.

Navelstaren

Daar heb je zo’n Raadsvoorzitterschap niet voor nodig. Onze belangen dienen overal en altijd op de radar te staan. Leiding geven aan de EU betekent iets anders. Niet met nog meer overtuiging naar de eigen navel staren, maar duidelijk maken hoe Vlaanderen en België de EU willen vormgeven. Welke accenten willen we leggen? Waarin moet Europa het voortouw nemen in deze instabiele wereld? Wat is onze visie op de toekomst van dit continent? Concreet: hoe kunnen we van de aankomende uitbreiding met bijvoorbeeld Oekraïne een succes maken?

De komende zes maanden zijn een uitgelezen kans om eens geen platitudes te debiteren over ‘haalbaar en betaalbaar’, om niet alleen nietszeggende slogans en tenenkrommende filmpjes te lanceren of louter te herhalen wat andere staatshoofden en regeringsleiders eerder hebben verkondigd. Onze politici moeten in de eerste helft van volgend jaar tot meer en beter in staat zijn. Slechts één keer per politieke generatie dient zich zo’n kans op Europees leiderschap aan.

De betreurde Nederlandse hoogleraar Mathieu Segers hield begin deze maand in zijn laatste kranteninterview een warm pleidooi voor zo’n Europees leiderschap: ‘Europa zal de bakens echt gigantisch moeten verzetten. En dat gaat zeker niet snel genoeg.’ Daarom Vlaamse en federale excellenties: steek een tandje bij. Kom uit uw comfortzone. Keer terug naar de ambities van jullie regeerakkoorden. Verbaas ons. En de rest van de EU.

Bron: De Tijd

Laat een reactie achter