Welke lessen kunnen we uit het akkoord over de EU-meerjarenbegroting en het herstelfonds trekken, nu iedereen wat heeft kunnen bijslapen?

Verrassing 1: wie dacht dat de crisis in de Europese Unie – ‘de grootste test uit haar bestaan’, dixit Angela Merkel – een doorbraak zou opleveren op het vlak van gezondheid, is eraan voor de moeite. Ondanks de massale impact van covid­-19, staat er geen Europees gezond­heidsbeleid in de steigers. Daarvoor is in de meerjarenbegroting en het herstelfonds nauwelijks geld vrijgemaakt.

Bovendien worden er geen nieuwe instrumenten in stelling gebracht om in de toekomst meer en beter samen te werken op sanitair vlak, toch een beproefd recept van EU-crisismanagement. Blijkbaar bestaat daarvoor onvoldoende animo. Zelfs een door Commissievoorzitter Ursula von der Leyen (nota bene zelf een arts) voor­gestelde budgetverhoging, werd ge­offerd op het altaar van de extra kortingen voor de ‘vrekkige vier’. De rol van de EU blijft daardoor beperkt tot coördinatie. Versta: Europa kan alleen in actie schieten als de lidstaten dat wensen.

Tijdens de coronacrisis overheerste de ‘ieder voor zich’-reflex in veel lidstaten, wat ik op deze pagina’s eerder het ‘coronationalisme’ noemde. Toch blijft het zwaartepunt onverminderd bij de lidstaten. Zal een heropflakkering van het coronavirus en een tweede golf aan nationale maatregelen alsnog een kentering inzetten?

Het antwoord volgt wellicht sneller dan gedacht. Wie dezer dagen naar het buitenland op vakantie gaat, is alleszins gewaarschuwd voor een nieuwe kakofonie.

Verrassing 2: Uitgerekend in een beleidsdomein dat geen rechtstreeks verband houdt met covid-19, zijn de lidstaten wel overstag gegaan. Voor de eerste keer breken de lidstaten hun monopolie op in twee cruciale bevoegdheden: de aanmaak van nieuwe schulden – coronabonds dus, maar noem het vooral niet zo – en de heffing van nieuwe belastingen. Uiteraard zijn er allerlei beperkingen ingebouwd: niemand heeft ooit beweerd dat de EU de rol van de hoofdsteden zou overnemen op fiscaal vlak. Maar wat de eurocrisis nooit voor elkaar kreeg en waar de Nederlandse minister-president Mark Rutte blijkbaar geen principieel bezwaar tegen maakte, lijkt nu een verworven recht.

Dat twee klassieke taboes uit de recente integratiegeschiedenis zijn gesneuveld op het coronaslagveld, is ook vanwege een andere reden opmerkelijk. Recente initiatieven, zoals de vermaledijde coronabonds of de Financial Transaction Tax (FTT), leken­ zich te hebben vastgereden in politiek drijfzand. Maar het akkoord is een ware gamechanger. Als de introductie van een belasting op niet-recycleerbaar plastic – vanaf 1 januari 2021, dus al over pakweg vijf maanden – een succes wordt, dan zet het de deur open voor nieuwe ‘slimme’ belastingen, zoals voorzien in de deal van afgelopen dinsdag.

Vooral het vooruitzicht dat het geld niet zal worden opgehoest door de eigen EU-burgers, maar door buitenlandse bedrijven die in de een­gemaakte EU-markt pakweg hun goedkope brol dumpen, kan een breed draagvlak creëren voor nieuwe, soortgelijke heffingen.

Corona dient hier als voorwendsel om oude plannen uit te voeren. Een mooi voorbeeld van integratie through the backdoor. En een extra bewijs­ dat Europa steeds meer een beleids­niveau wordt als alle andere. Lokale, regionale en statelijke over­heden maken eigen schulden en heffen autonoom belastingen. Nu dus ook de Europese Unie.

Verrassing 3: Die ommekeer was er niet gekomen zonder de Frans-Duitse tandem. Lang zag het ernaar uit dat de as Parijs-Berlijn haar beste dagen achter zich had. De tijd dat een Franse president en een Duitse bondskanselier het onderling op een akkoordje gooien en de andere EU-lidstaten ‘hoera’ roepen, leek onherroepelijk voorbij. Tot Merkel samen met Emma­nuel Macron op 18 mei onder meer een gemeenschappelijk schuldbeheer en nieuwe EU-belastingen op tafel legden.

Wat een verschil met de eerder defensieve houding van Merkel tijdens de eurocrisis. En wat een opluchting voor Macron, die eindelijk enkele van zijn EU-plannen in de praktijk kan omzetten. Niet voor niets verwees hij zelf naar zijn fameuze Sorbonne-speech – intussen bijna drie jaar geleden – waarin hij grootse ambities tentoonspreidde voor een relance van de EU. Daarvan was tot nu toe weinig of niets in huis gekomen. Na veel zoeken en tasten lijken Merkel en Macron elkaar eindelijk gevonden te hebben. Zonder covid-19 zou het hen niet zo snel of eenvoudig gelukt zijn om de rest van de EU op sleeptouw te nemen.

Daarmee is een cruciale drempel genomen. Nu kan de aandacht en de tijd uitgaan naar de onderhandelingen met het Europees Parlement dat zich vandaag voor de eerste keer over de deal uitspreekt. Zodra ook die horde genomen is, komt de afhandeling van die andere aanslepende kwestie die dringend haar beslag moet krijgen in het vizier: de Brexit.

Ook dat worden aartsmoeilijke onder­handelingen, maar de EU kan dezer dagen alleszins hoop putten uit een zoveelste bevestiging van dat hardnekkige cliché: dat het Europese integratieproces geenszins lineair verloopt, dat crisissen nodig zijn om opportuniteiten te creëren en leiderschap los te weken, en dat het eind­resultaat – tot spijt van wie het benijdt – telkens ‘meer Europa’ is.

Bron: De Standaard

Laat een reactie achter