Stop met besparen, tijd voor een sociaal beleid

Het besparingsbeleid na de financiële en economische crisis heeft veel meer schade veroorzaakt dan tot nog toe werd aangenomen. Dat schrijft KU Leuven-onderzoeker Ides Nicaise in een opiniestuk in deze krant. ‘De langetermijneffecten moeten beter in kaart worden gebracht.’

Depressies, zelfmoord, uiteengevallen gezinnen, massale uitzettingen, zware gezondheidsschade… De onderzoekers van het Europese Re-inVEST-project schetsen een gitzwart beeld van de gevolgen van het besparingsbeleid sinds de financiële en economische crisis van 2008. “Het klinkt inderdaad erg alarmerend”, zegt een van de onderzoekers, Ides Nicaise van het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA) aan de KU Leuven.

Nochtans leek het de eerste jaren na de crisis alsof de Europese regeringsleiders een wake-upcall hadden gekregen, zegt professor sociaal-economische wetenschappen Ive Marx (Universiteit Antwerpen). “Aanvankelijk werd meer geïnvesteerd in de sociale vangnetten. Maar sindsdien zien we eerder achteruitgang dan vooruitgang.”

Dat illustreert volgens Nicaise de dubbelzinnige Europese houding: Europa promoot sociale investeringen, maar roept de lidstaten tegelijk op om te besparen. “Er zijn natuurlijk landen waar de impact van dat crisisbeleid minder erg is. België bevindt zich aan de betere kant, vooral Zuid-Europa is zwaar getroffen. Griekenland bijvoorbeeld, maar ook in Spanje zijn in een paar jaar tijd een kwart miljoen gezinnen uit hun huis gezet.”

Maar ook in België zijn de gevolgen merkbaar. “Globale statistieken verhullen soms bepaalde tendensen. Neem bijvoorbeeld de daling van het aantal vroegtijdige schoolverlaters. Als je die cijfers van dichterbij bekijkt, zie je dat jongeren uit de middenklasse inderdaad langer op school blijven, maar dat kansarme jongeren de school zelfs vroeger verlaten dan voor de crisis.” Nog een voorbeeld: er werd het afgelopen decennium heel wat minder geïnvesteerd in sociale huisvesting. Onder meer als gevolg daarvan verdrievoudigde tussen 2008 en 2015 het aantal Belgen die uit hun huis werden gezet. Nicaise: “Dat betekent dat de opvangsector overbevolkt raakt, waardoor meer mensen in kraakpanden of op straat gaan leven. Dat heeft dan weer gevolgen voor hun gezondheid.”

Te hoge drempel

Het kabinet van minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) wijst erop dat het aantal Belgische gezinnen dat zorg uitstelde om financiële redenen tussen 2008 en 2013 bijna halveerde en dat de minister blijft inzetten op meer laagdrempelige zorg. Zo is er een verhoogde tegemoetkoming voor een op de zes Belgen. En sinds 2015 is er de verplichte derdebetalersregeling, waardoor patiënten met zo’n verhoogde tegemoetkoming enkel het remgeld moeten betalen bij de dokter.

Volgens Nicaise bereikt die maatregel slechts een deel van de doelgroep, omdat voor velen de drempel om de verhoogde tegemoetkoming aan te vragen te hoog is. “Nochtans zou dat eenvoudig opgelost kunnen worden: als de fiscus de gegevens zou doorgeven aan de mutualiteiten, kun je de verhoogde tegemoetkoming automatisch toekennen. Maar dat gebeurt niet vanwege de privacy.”

Het kabinet-De Block wijst erop dat de minister verschillende maatregelen heeft genomen om de toegankelijkheid van zorg te garanderen. Volgens Nicaise zijn beleidsmakers in België en daarbuiten zich te weinig bewust van de gevolgen van hun besparingen. “Het is de optelsom van verschillende besparingen die mensen in de problemen brengt. Het is belangrijk dat langetermijneffecten meer in kaart worden gebracht.” Er kan volgens hem dan ook niet verder bespaard worden op de sociale uitgaven. “Nu is het tijd voor een sociaal herinvesteringsbeleid.”

Bron: De Morgen (p. 8)

De menselijke schade van het Europese crisisbeleid is enorm

Niet alleen de crisis zelf, maar vooral de harde besparingen op sociale uitgaven hebben een blijvende schade aangericht in het leven van heel wat kwetsbare mensen in Europa. Depressies, uiteengevallen gezinnen, zware gezondheidsschade, zelfdodingen, massale uithuiszettingen, stijgende dakloosheid… zijn zoveel tragedies die wijzen op een erosie van fundamentele rechten. Die schade is vaak hetzij onherstelbaar, hetzij zeer langdurig. De cijfers zeggen op dit vlak niet zoveel; kwalitatief onderzoek des te meer. Het wordt dringend tijd voor een ‘sociaal herinvesteringsbeleid’.

Dit zijn de bevindingen van de eerste fase van het Re-InVEST project (www.re-invest.eu) dat in dertien Europese regio’s wordt gevoerd. Op elke locatie hebben gemengde onderzoeksteams van academici, professionelen uit de sociale sector en mensen uit kansarme groepen een halfjaar lang samen gereflecteerd over de impact van de crisis en het besparingsbeleid. Het kernbegrip van het onderzoek is ‘sociale investeringen’: dat zijn sociale uitgaven die een duurzaam effect hebben op de levenskwaliteit. Omgekeerd betekenen sociale desinvesteringen een afbouw van die uitgaven, en een vernietiging van menselijk, sociaal en cultureel kapitaal op langere termijn.

Meer daklozen

Terwijl de crisis de gemiddelde jongere aanzet om langer te studeren, verlaten de meest kansarme jongeren precies vaker voortijdig de school: enerzijds om het gezinsinkomen

op te krikken wanneer ouders hun werk verliezen, anderzijds omdat ze merken dat zij zelfs met een diploma achteraan in de wachtrij voor jobs blijven staan. Hier en daar in Europa hebben overheden die schooluitval nog aangewakkerd door meer schoolkosten door te schuiven naar gezinnen, studietoelagen af te schaffen of dorpsschooltjes te sluiten.

Het wordt voor kansarme gezinnen en migranten steeds moeilijker om fatsoenlijke huisvesting te vinden. Gevolg: gettovorming in verloederde en onveilige buurten, blijvende gezondheidsschade door vochtige, slecht verluchte en verwarmde huisvesting, zwerfgedrag en dakloosheid, schuldoverlast en uithuiszettingen. De dakloosheid is tussen 2008 en 2013 de hoogte ingeschoten: +16 procent in Denemarken; +50 procent in Frankrijk; +21 procent in Duitsland; +17 procent in Nederland; +29 procent in Zweden. Steeds meer vrouwen en kinderen zijn het slachtoffer. Daklozen klagen over plaatsgebrek, extra kosten en dalende kwaliteit van de overbelaste opvangvoorzieningen: ongedierte, brutale behandeling…

Op zoek naar werk

De crisis op de arbeidsmarkt heeft vooral in Zuid- en Oost-Europa geleid tot meer hyperflexibiliteit en uitbuiting. Jongeren bieden zich zelfs aan als ‘gratis stagiair’ in de hoop om nadien aangeworven te worden. In het Verenigd Koninkrijk heeft de overheid sinds 2008 reeds één miljoen arbeidsplaatsen weggesaneerd, terwijl er in de privésector ongeveer één miljoen ‘nul-urencontracten’ zijn afgesloten (flexwerk volgens een oproepsysteem waarbij je nooit weet wanneer en voor hoelang je de volgende halve dag zult kunnen werken). Dit alles weegt op de gezinsrelaties, waardoor gezinnen uiteenspatten. Volwassenen migreren op zoek naar werk, maar kunnen zich niet permitteren om hun partner, kinderen of hulpbehoevende ouders mee te nemen. Werklozen grijpen naar alcohol of drugs en worden door hun familie verstoten.

Groeiende armoede leidt tot slechtere voeding en huisvesting, en bijgevolg tot gezondheidsschade. Tegelijk wordt overal in Europa bespaard op de gezondheidszorgen. Als geneesmiddelen onbetaalbaar worden (vooral voor chronisch

zieken) stoppen mensen met hun medicatie en verhoogt het risico op crisissen zoals hypoglykemie en epilepsie. Men stelt ook vaker noodzakelijke ingrepen uit. In sommige landen ontstaat een standengeneeskunde, waarbij armen minder betalen maar jaren moeten wachten op behandeling. De toestand is het ergst in de geestelijke gezondheidszorg. Heel wat kwetsbare mensen zijn opgebrand of mentaal onderuitgegaan. Het aantal depressies en zelfdodingen als gevolg van uitputting is duidelijk toegenomen. Tegelijk wordt bespaard op de mentale gezondheidszorgen zodat zelfs gezondheidswerkers overbelast geraken en onderuitgaan.

Op meerdere fronten wordt de vrijheid van mensen ingeperkt. Met een ondermaatse uitkering kun je al niet meer kiezen wat je koopt. Ook de sociale hulpverlening wordt aan steeds meer voorwaarden gekoppeld, en de arbeidsbemiddeling verplicht werkzoekenden om elk aanbod van werk of opleiding te accepteren, ongeacht of het verzoenbaar is met de gezinsverantwoordelijkheden, gezondheid, vaardigheden en aspiraties van mensen. Vooral jongeren raken verstrikt in een secundaire, hyperflexibele arbeidsmarkt tegen lonen beneden de armoededrempel. Verplichte gemeenschapsdienst en zelfs uitbuiting nemen toe in landen zoals het VK, Duitsland, Nederland, Slowakije, Bulgarije.

Het sociale weefsel verzwakt: onveiligheid, wantrouwen, racisme en individualisme nemen toe. Lokale overheden moeten besparen, infrastructuurwerken in kansarme wijken worden stilgelegd. Openbare diensten verliezen uit het oog dat zij geschapen zijn om de rechten van burgers te waarborgen. Zij stellen zich steeds meer bevoogdend en controlerend op. Kwetsbare mensen voelen zich voortdurend gewantrouwd door hun eigen overheid. Dit leidt tot rancune en antipolitiek.

Nog niet meteen herstel

Voor elk van de opgesomde effecten zijn in het onderzoek niet alleen concrete getuigenissen te vinden, maar ook cijfers en verwijzingen naar verdere literatuur.

Het is duidelijk dat de economische heropleving (die in Zuid-Europa zelfs nog erg precair is) niet meteen zal zorgen voor een herstel van deze enorme schade. Het zichtbaar maken ervan kan echter wel lessen opleveren voor het toekomstige beleid. In de eerste plaats maakt het onderzoek duidelijk dat het sociale investeringsbeleid, gepropageerd door de Europese Commissie, een beleid moet zijn met een langetermijnperspectief: (des)investeringen van vandaag kunnen gevolgen hebben voor een ganse generatie. Bovendien maakt de ervaring van kwetsbare groepen duidelijk dat de Europese pijler van sociale rechten een absolute noodzaak is. Beleidsmakers zouden trouwens meer aansprakelijk moeten zijn voor de impact van hun beslissingen op dit vlak.

 Bron: De Morgen (p. 27)

 

Laat een reactie achter