Wim Verbeeck: ‘Armoede is dichterbij dan we denken, maar mogelijkheid om er iets aan te doen ligt binnen handbereik’

Leerkracht Wim Verbeeck van Logia schrijft over de ervaring die hij had met ‘ouders die je nooit ziet op het oudercontact’.

‘De ouders van de leerlingen die je echt wil zien, zie je nooit op het oudercontact’, zo werd er weer eens besloten toen de laatste ouders de ontmoetingsruimte van de school verlieten. Het rapport van Anna bleef wezenloos en alleen achter op de tafel, terwijl de andere rapporten netjes op een stapeltje lagen. ‘Het is toch op zijn minst een vorm van elementaire beleefdheid naar de leerkrachten toe om naar het oudercontact te komen. En vooral, hebben die ouders nu echt geen interesse in wat er met Anna op school gebeurt? Dit zou toch wel moeten, want het vlot niet zo goed. En dan is er nog dat taalprobleem. Anna zal nooit kunnen blijven verder gaan in deze richting. Het is gewoon te zwaar.’

Een moment van reflectie. Ik staar naar Anna’s blauwe rapportkaftje. Nu weet ik het plots: ik ga gewoon het rapport afgeven bij Anna thuis. Onaangekondigd. Nu zullen ze wel moeten luisteren. De dag nadien sta ik aan de deur van een toch wat verkommerd huis, op zoek naar de bel. Geen bel. Dan maar kloppen. De deur draait open en ik word begroet door het broertje. ‘Is uw vader thuis?’, vraag ik beleefd. Een beetje achterdochtig zet het kleine broertje een stap naar achter en roept zijn vader. Die laat te lang op zich wachten. Uiteindelijk vraagt het broertje om binnen te komen en een beetje later zie ik de vader in de inkomhal. Een peertje aan het plafond verlicht onze ontmoeting. Vanuit de duistere hal gaat het naar de woonkamer op de eerste verdieping. Elke stap op de trap doet het houten gevaarte daveren en even vrees ik dat ik heel snel weer beneden zal zijn. De muur vertoont gapende wonden waaruit pleister naar buiten dwarrelt. Zwarte plekken hier en daar tonen hoe ziek de muur eigenlijk wel is.

In de woonkamer staat enkel een witte kast en een zwarte tweezitsbank. Ik neem plaats. Vermoeid schuift de vader op een wit krukje nabij. Hij heeft gewerkt tot twee uur vannacht in de nachtwinkel. Binnen enkele uren begint de slopende routine opnieuw. Plots loopt Anna door de woonkamer, blij dat ze me ziet. Ze fungeert als tolk wanneer ik het rapport toelicht. De vader probeert te volgen. Het heeft geen zin. Anna zal nog enkele jaren naar school gaan en dan wacht haar een nieuw leven als huisvrouw. Dit terwijl haar klasgenoten hun eerste stappen in het hoger onderwijs zetten.

Tijdens het gesprek laat ik vallen dat ook Anna later kan verder studeren. Het vermoeide gezicht van de vader licht op. Is dat werkelijk mogelijk? Ja, zeker wel, verder studeren, een toekomst opbouwen, uit de cirkel van de miserie geraken, plots ligt het binnen handbereik.

Die dag zag ik vele gezichten. Het gezicht van de armoede dat grijnzend op zoek gaat naar slachtoffers om hen nooit meer los te laten en alle geluk te ontzeggen. Het gezicht van een vader zoals ik een vader ben, iemand die het beste wil voor zijn dochter, wat ook ik voor mijn dochter wil. Maar ik zag ook het gezicht van de hoop die stapje voor stapje het loodzware deken van de wanhoop kan oprichten. Armoede is er, wellicht dichter dan we durven dromen. Maar ook de mogelijkheid om er iets aan te doen, ligt zeker binnen handbereik.

Bron: Knack.be

Laat een reactie achter