Heidi De Clercq: Vijftien jaar na de invoering van de euthanasiewet zijn er meer dan een paar kanttekeningen bij te plaatsen

Featured Video Play Icon

Heidi De Clercq van Logia pleit voor een herziening van de euthanasiewet.

Op zekere dag word ik opgebeld, of ik kon langskomen om een casus te begeleiden waar een niet terminale oudere dame met dementie euthanasie zou krijgen omwille van psychisch lijden. De behandelende arts, die LEIFarts én familielid was, meldde dit op zekere dag aan de hoofdverpleegkundige. Die stond versteld dat dit zou plaatsvinden, aangezien deze dame geen enkel signaal had geven aan de medewerkers van de zorginstelling dat ze wilde sterven, wel dat ze een andere kamer wenste.

Tijdens de procedure constateerden we dat de arts deze mevrouw dicteerde wat ze moest neerschrijven om de procedure te starten. Is er dan sprake van een ‘vrijwillig, overwogen en herhaald verzoek en vrij van externe druk’? De tijd tussen de eerste vraag via de behandelende arts en de geplande uitvoering was amper een maand. Kan men dan spreken van een duurzaam verzoek? De arts wou ook niet dat in het medisch dossier zou staan dat de dame in kwestie dementie had, juist omdat euthanasie bij dementerenden vandaag wettelijk niet kan.

En er waren nog inbreuken… Gegevens werden op één moment in het dossier ‘teruggaand’ ingebracht, hoewel de wet hier duidelijk zegt: “Alle verzoeken geformuleerd door de patiënt, alsook de handelingen van de behandelende arts en hun resultaat, met inbegrip van het (de) verslag(en) van de geraadpleegde arts(en), worden regelmatig opgetekend in het medisch dossier van de patiënt.” De arts stond er bovendien niet voor open dat multidisciplinair gezocht werd naar manieren om de mevrouw enige vorm van comfort te geven. Moest volgens de wet de behandelende arts hier er zich niet van “vergewissen van het aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden dat niet gelenigd kan worden”?

Kortom, er was geen sprake van het voldoen aan verschillende zorgvuldigheidscriteria die de wet voorschrijft. Toen ik een medisch jurist vroeg wat hier aan gedaan kon worden, adviseerde deze mij alle inbreuken goed op te volgen en te noteren, maar het zou pas na de uitvoering van de euthanasie zijn dat er verdere juridische stappen konden ondernomen worden. De mevrouw in kwestie kreeg een ruimere en klaardere kamer en is tot op de dag van vandaag gelukkig. De euthanasie werd uiteindelijk niet uitgevoerd. God dank hebben wij haar de nodige multidisciplinaire zorg gegeven die haar ‘psychisch lijden’ opving. Zo niet, leefde mevrouw misschien vandaag wellicht niet meer door een lethale injectie.

Dat is slechts één voorbeeld van hoe de wet met betrekking tot euthanasie vandaag toegepast wordt. Deze wet bestaat nu meer dan 15 jaar, maar er zijn meer dan enkele kanttekeningen bij te plaatsen. Euthanasie uitvoeren bij overtreding van de wet lijkt almaar meer te gebeuren en is vaak al sociaal aanvaard. Ik vind het vooral frappant dat er pas ná de feiten, dus na het uitvoeren van de dodelijke injectie – een arts juridisch vervolgd kan worden. Dat is ethisch-menselijk onverantwoord. Men neemt, nee doodt, hier een mens. Ik stel mij dan ook ernstig vragen bij de huidige wetgeving op dit vlak en een aanpassing of herziening van de wet is meer dan noodzakelijk als we niet willen evolueren naar een samenleving waar mensen al te simpel van het leven worden beroofd.

Een ander element uit de wet dat me zwaar tegen de borst stoot, is heel de procedure rond een tweede of zelfs derde advies dat vereist is, want deze adviezen moeten gewoon formeel aanwezig zijn, zonder dat er rekening mee hoeft gehouden te worden. Stel dat een tweede arts zijn advies is: ‘geen euthanasie bij deze patiënt’, dan kan de eerste arts toch bij zijn besluit blijven om de euthanasie uit te voeren en mogen er verder geen vragen worden gesteld. Van een ‘slechte’ komedie gesproken!

Een derde element uit de wet dat mijn haren doet rijzen, is de werking van de toetsingscommissie. Wat draagt zij bij als ze niet echt toetst? Niet alleen het feit dat zij pas na de daad een overtreding aan het parket kan bezorgen, doet de wenkbrauwen fronsen. Ook de werking en kwaliteit van het evalueren van euthanasiedossiers is bedenkelijk wetende dat er twee casussen per minuut behandeld worden. Inderdaad, twee casussen per minuut, van een grondig onderzoek kan hier geen sprake zijn. Wie het aangifteformulier al heeft kunnen bekijken, zal zien dat het een zakelijke opsomming van feiten is, bijna een soort checklist. Als de vinkjes en de weinige commentaar in orde zijn, is de casus ook in orde. Ik vraag me ernstig en bezorgd af of dit ook effectief altijd zo is? Als ik in het rapport van 2016 van de Federatie Palliatieve Zorg lees dat eenzaamheid, uitzichtloosheid, geen vermogen hebben om contact te krijgen enz. redenen zijn waarom mensen euthanasie krijgen, vraag ik me af in welke maatschappij wij leven vandaag?

Is het ook niet vreemd dat in deze dagen de ontslagbrief van neuroloog, Ludo Vanopdenbosch, grote aandacht krijgt in wereldpers zoals in Nieuw Zeeland, Frankrijk, Indonesië, Argentinië, Engeland, Canada, om er maar enkele te noemen, maar we in eigen land en media nauwelijks aandacht voor deze zaak krijgen. Vlaanderen gaf er aandacht aan in de Kerstperiode, maar toen is de boodschap verloren gegaan. Nochtans kan men uit het ontslag van de neuroloog en zijn motiveringbrief veel topics halen die media- en samenlevingsaandacht waard zijn.

Verder is het frappant dat deze brief rechtstreeks gericht was aan de voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordiging en de voorzitter van de Kamercommissie volksgezondheid. Volgens de wet ressorteert de toetsingscommissie rechtstreeks onder het parlement. Waarom duurt het zo lang vooraleer de voorzitters van Kamer en Senaat zorgen dat hierover een debat wordt gevoerd in het Parlement? Heeft het juridisch orgaan schrik om kritisch en eerlijk de wet te evalueren en de toetsingscommissie in vraag te stellen? Kunnen de procureurs des Konings wat meer initiatief nemen? Of gaan ze wachten tot er meerdere personen met dementie gedood zijn – of moet ik vandaag zeggen ‘waardig gestorven zijn’ vooraleer iets te doen? Of wordt dit misschien de nieuwe maatregel van de overheid om het begrotingstekort te dichten? Zorg kost immers geld.

Hoe een samenleving omgaat met haar meest kwetsbaren, zegt veel over onze samenleving. Kiezen we als maatschappij nog voor solidariteit, voor zorg voor kwetsbaren, of wordt het een maatschappij van ‘elk voor zich’ met een vals idee van autonomie en zelfbeschikking als hoogste norm? Krijgen politici die wel willen werken aan een solidaire maatschappij die zorg draagt en haar verantwoordelijkheid opneemt voor kwetsbaren überhaupt een stem in het debat? Mag ik hier nog hoop koesteren?

Bron: Knack.be

2 reacties

  1. karel peeters op 12 maart 2018 om 12:02

    Het wordt inderdaad meer en meer duidelijk dat er een nieuwe categorie in de maak is, nl. de “overbodigen”… Sommigen zijn enkel nog op zoek naar een juridische omschrijving om deze mensen in een wettekst onder te brengen !

  2. J.B. op 4 november 2018 om 15:25

Laat een reactie achter