We zijn meer dan maand in coronamodus, maar het went niet. Of toch? Enkel in een flits van een reflex. Bij de scène (in een tv-serie) van een overvol danslokaal dacht ik: Maar dat doen mensen toch niet! Nu even niet, corrigeerde ik mezelf. Straks weer wel? Misschien ook niet zo gauw, collectieve smetvrees verdwijnt niet meteen. Toch willen we terug naar het gewone leven. Maar wat is het ‘gewone leven’ en willen we wel terug naar toen?

Klemgereden

Corona heeft onze levenswijze klemgereden. Nu merken we dat we in overdrive aan het racen waren en dat veel fake was. De economie was meer gefocust op financiële winst dan op productie. De aandelenkoersen evolueerden meer op basis perceptie dan waarde.

Onze eigen sociale status steeg als we driewerf konden uitroepen dat we het druk hadden: Druk! Druk! Druk! Een nine to five job ambieerde je niet, want je zou je voor 200 procent engageren (dat schreef je bij elke sollicitatie, ofschoon je wist dat 100 procent het maximum is). Wie die stress van steeds meer niet aankon, had het aan zichzelf te danken. The winner takes it all! The sky is the limit!

“Nu merken we dat we in overdrive aan het racen waren en dat veel fake was”

Die hemel is op ons hoofd gevallen. We ervaren nu – is het niet aan den lijve dan aan het gemoed – dat we kwetsbaar zijn. Sterfelijk zelfs. Dat waren we blijkbaar vergeten, de dood was iets voor anderen. Nu staat hij met zijn zeis op minder dan anderhalve meter van ons. “Voor even zijn we gedwongen om de dood als harde deadline te zien”, schreef jurist en schrijver Naema Tahir in de Nederlandse krant Trouw.

We waren gewoon om voor alle fouten en ongemakken de schuld bij anderen te leggen. Externe zondebokken dienden om niets aan onze levensstijl te moeten veranderen. Maar COVID-19 kunnen we niet echt in iemands schoenen schuiven. We kunnen proberen de Chinezen met de vinger te wijzen, maar dat lukt niet echt.

Wij hebben hele delen van onze industrie in hun goedkopere handen gestopt en zo de globalisering groter dan noodzakelijk gemaakt. Het virus haalden we ook binnen omdat we al besmet waren, met het travelitis furiosus, de ongezonde reiskoorts.

Wapens tegen het coronavirus hadden we ook niet, omdat we aan dat onderzoek geen geld wensten te spenderen: investeringen moeten meteen opbrengen (o wee de kwartaalcijfers!). En dus helpt voorlopig enkel schuilen, de ergste nederlaag van de mens die denkt dat hij boven alles verheven staat.

Natuur is sterker dan mens

Soms is de natuur sterker dan de mens, vooral als de mens de natuur uitdaagt. Was dat al niet zo met de opwarming van de aarde? Ja, dat wisten we, maar we deden nauwelijks iets met dat inzicht. Later was ook goed: we stelden het einddoel steeds verder uit. We kregen dat klimaat wel onder controle, zeiden we, maar het mocht ons gedrag niet veranderen en de economische groei niet tegenhouden.

Van ons vooruitgangsgeloof wilden we niet vallen. Maar zie, met één onooglijk klein virusje heeft de natuur alles omgestoten wat onomstotelijk vaststond: de economische groei, de suprematie van de rede, de ontkenning van de sterfelijkheid, de zelfbeschikking van de mens, de autonomie van het individu, dat alles te koop is en dat het leven een continu feest hoort te zijn…

“Met één onooglijk klein virusje heeft de natuur alles omgestoten wat onomstotelijk vaststond”

En de natuur lacht ons ook nog eens uit in ons gezicht. Doordat de menselijke wereld stilvalt, herstelt de lucht, wordt het water schoon en – wie weet – zullen we straks vaststellen dat de opwarming een beetje is afgeremd. Vanzelf. Zonder de mens, ondanks de mens, tegen de mens. Hoe klein zijn we geworden!

En zo ontdekken we het intieme leven: thuis, gezin, familie, tuin, buurt, bezinning, reflectie, voor sommigen zelfs geloof of spiritualiteit… Ons oog wordt scherper, ons gehoor gevoeliger. De krimp van onze leefwereld maakt onze zinnen aandachtiger.

Terug naar intiem leven

Ook aandachtiger voor anderen. De solidariteit is voelbaar. Misschien wel omdat we de kwetsbaarheid en de afhankelijkheid van het leven, van elke leven en dus ook van het onze, onder ogen moeten zien. We kunnen niet meer denken: dit kan mij niet raken. We zijn samen kwetsbaar.

We hangen witte vlaggen uit voor verpleegkundigen, verzorgenden en anderen die onze kwetsbaarheid bijstaan. Omdat het ons vege lijf raakt, brengt de samenleving ineens meer waardering uit voor wie onderbetaald (en dus maatschappelijk ondergewaardeerd) op de eerste plaats zorgen voor wie niet meekunnen, en heeft de samenleving even geen oog voor wie overbetaald (en dus overgewaardeerd) op de eerste plaats zorgen voor dividenden.

“De krimp van onze leefwereld maakt onze zinnen aandachtiger”

Alles lijkt op z’n kop te zijn gezet. Zelfs de nieuwshonger. Plotsklaps geldt de stelregel niet meer: slecht nieuws is goed nieuws. We snakken naar goed nieuws, gesymboliseerd door de curve van de dagelijkse coronacijfers. Het politieke gestook over communicatiefouten boeit wel even maar enerveert heel snel. Fake news lusten we helemaal niet meer, we zijn blij dat het wordt rechtgezet.

Berichtgeving van omroep en kranten zijn weer in de mode, het gekrakeel op sociale media heeft grotendeels afgedaan. Kunnen vertrouwen, dat willen we. Alleen feiten en zekerheden kunnen ons uit de crisis helpen. Daarom zijn voor een keer politici aan het roer belangrijker dan deze aan de wal.

Terug naar voorheen?

Wat straks, als COVID-19 bedwongen is en het samenleven weer zijn normale bedding op kan zoeken? Terug naar voorheen? Het wordt geen business as usual, want de economie heeft meer dan klappen gekregen.

Natuurlijk zal de economie herstellen, en veel sneller dan vaak wordt beweerd. Maar hoe? De vraag van de economische wereld en het antwoord van de politiek (én Europa) zullen bepalen hoe wij straks gaan leven: opnieuw zoals voorheen of met lessen uit vandaag? Daarom beluister ik wantrouwig het geweeklaag van de economische toplaag: hoe dramatischer zij de toekomst voorstellen, hoe meer zij gebrand zijn om niets aan hun gedrag te veranderen.

“Als men kiest voor big business en bankwereld eerst dan is het over en uit met het vrije initiatief”

Ofwel kunnen big business en de bankwereld de overheidssteun vooral voor zichzelf binnenhalen – het lobbywerk is volop bezig – om met die overheidssteun opnieuw, zoals na de bankencrisis, nog groter te worden om vervolgens een zo klein mogelijke overheid te eisen, sociale afspraken af te bouwen en de lasten op de middenstand en de bevolking af te wentelen. Als dat gebeurt, zullen ook wij niets aan ons gedrag van voorheen willen veranderen. De verminderde koopkracht zal de enige rem op ons leven zijn.

Ofwel beseft de economie en de politiek dat het naar een ander spoor moet stomen en kiezen ze voor een economie van duurzaamheid, een globalisering met sterke continentale markten, een sterke Europese relance, een krachtige middenstand voor de korte keten, een verdelende rechtvaardigheid en eindelijk een faire belasting van de grote ondernemingen. Dan zullen ook wij ons gedrag willen en kunnen veranderen.

De groten zullen niet vallen, ze zijn too big to fail en hebben voldoende reserves om de crisis te overbruggen. De kleine ondernemingen daarentegen hebben die reserves niet en zijn kwetsbaar. Als men kiest voor het eerste scenario – big business en bankwereld eerst – dan zullen de meeste KMO’s worden opgeslokt door multinationale.

Dan is het over en uit voor het vrije initiatief. En op de lange baan misschien ook voor de democratie. Internationale concerns maken geen humane of ethische bezwaren tegen strak geleide staten. Daar hebben ze geen last van parlementair gesteggel  en sociale onrust. De Duitse socioloog Wilhelm Heitmeyer antwoordde (in Die Zeit) op de vraag of de coronacrisis de samenleving ten goede verandert: “Ik roep op tot nuchterheid… In de crisis neemt ook het autoritaire toe.”

De vraag luidt: wordt de toekomst solidair of autoritair? Laten we op het eerste hopen, zonder blind te zijn voor het gevaar van het tweede.

Bron: vrtnws.be

Laat een reactie achter