Mag een volksvertegenwoordiger in een privé-lokaal, waar ook een kerststal staat, een joodse kandelaar aansteken? De ‘kandelaarkwestie’ rond Michael Freilich zwengelde het gesprek over secularisme, neutraliteit en symbolen aan. Ik zoek naar een modus vivendi in het omgaan met symbolen in onze samenleving.

Een neutrale overheid

Secularisme wil zeggen dat de invloed van religie actief teruggedrongen wordt tot de privé-sfeer. In weinig publicaties zie ik voorstanders van secularisme kritisch denken over hoe daarmee de eigen niet-religieuze levensbeschouwing of ideologie verheven wordt tot de maatstaf. Waarom zou, in een open en vrije samenleving, degene met een niet-religieuze levensbeschouwing meer ruimte krijgen dan degene met een religieuze levensbeschouwing? Secularisme zorgt daarmee voor exclusivisme.

Neutraliteit daarentegen zorgt voor inclusiviteit. In een neutrale samenleving is er ruimte voor verschillende levensbeschouwingen en hoeft het niet problematisch te zijn als iemand denkt en handelt vanuit een al dan niet religieuze ideologie.

Een seculiere overheid kan secularisme vooropstellen, maar kiest daarmee de facto voor een bepaalde ideologie. Ze kan ook besluiten om neutraliteit hoog in het vaandel te dragen en ruimte te creëren voor diverse ideologieën. Dat zou ook eerlijk zijn, want bij heel wat politieke beslissingen speelt de levensbeschouwing van politici op de achtergrond mee. Bij Freilich, maar als je kijkt naar de ethische stellingnames van de voorbije maanden, dan zie je ook daar politici acteren vanuit een bepaalde (al dan niet religieuze) levensbeschouwing.

Grenzen

Een neutrale overheid mag natuurlijk grenzen stellen. Een symbool kan namelijk ten goede en ten kwade gebruikt worden. Onder aanvoering van het kruis werden vele gruwelijkheden begaan, hebben duizenden het leven gelaten. Vreselijke, gitzwarte bladzijden in de kerkgeschiedenis. Maar onder aanvoering van datzelfde kruis werden scholen, ziekenhuizen en andere levensreddende initiatieven in het leven geroepen. Wie begrijpt dat het kruis gaat over liefde en genade, begrijpt dat die gitzwarte bladzijden niet thuishoren in het verhaal van de Kerk. Overigens, ook niet-religieuze symbolen kunnen ideologisch zijn en dood en vernieling zaaien. Dat bewijzen de communistische hamer en sikkel en de swastika in Nazi-Duitsland. Vooral die laatste doet nog steeds denken aan de vele miljoenen die tijdens WO II gedood zijn.

Bovenstaande voorbeelden zijn extreem. Meestal ligt het veel lastiger om de grens te bepalen. De kandelaarkwestie is daar een voorbeeld van. Overschrijdt dat de grens van het toelaatbare? En is dan die de kerststal in het lokaal waar Freilich de kaarsen aanstak toelaatbaar? Het hoofddoekenverbod in GO!-scholen is een ander voorbeeld. Heel die kwestie is één grote chaos geworden. Wie weet nog wat er mag of niet? Waar ligt de grens?

Symbolen van (on)vrijheid

Op 6 januari 2020 startte OpenVLD een internetcampagne met als titel: ‘Er komt een verbod op alle religieuze symbolen in het gemeenschapsonderwijs.’ Dat is exact die ogenschijnlijk eenvoudige grens. Toch is die grens niet zo eenvoudig. Wat doe je met niet-religieuze symbolen die een ideologische achtergrond hebben? Hoe eerlijk is het om enkel religieuze symbolen te weren en de niet-religieuze toe te laten? En als je zowel religieuze als niet-confessionele symbolen wil weren, zoals demens.nu voorstaat, hoe vrij is een samenleving dan nog?

Denk maar aan Marianne, de vrouw op de barricade, de verbeelding van de vrijheid, die in Frankrijk en daarbuiten een belangrijk symbool is. We vinden haar terug op postzegels en euromunten. Dat symbool staat niet los van een bepaalde ideologie (liberté, égalité, fraternité) en is nauw verbonden met de Verlichting en secularisatie in Frankrijk. En wat met de regenboogvlag die in Vlaanderen op 17 mei her en der gehesen wordt. Een niet-religieus symbool, maar wel met een ideologische achtergrond. De beslissing in Antwerpen dat loketbedienden de regenboogpin niet mogen opspelden, is voor de ene het bewijs van de ideologische achtergrond en voor de andere is die beslissing onzin.

Passieve symbolen

De zoektocht naar een werkbare grens kunnen we misschien vinden in de Europese rechtspraak. In maart 2011 sprak het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uit in de zaak Lautsi versus Italië. Mevrouw Lautsi was deze zaak begonnen (op basis van grondwetsartikel 2 en 9), omdat ze vond dat het kruisbeeld in de openbare school een belemmering vormde om haar kinderen in vrijheid op te voeden. Een van de argumenten van het Europees hof om haar niet te volgen, was dat het kruisbeeld een passief symbool was: ‘Whatever the evocative power of an “image” might be, in the Government’s view, it was a “passive symbol”, whose impact on individuals was not comparable with the impact of “active conduct”, and no one had asserted in the present case that the content of the teaching provided in Italy was influenced by the presence of crucifixes in classrooms.’ (Wat de suggestieve kracht van een “beeld” ook is, volgens de regering was het een “passief symbool”, waarvan de impact op individuen niet vergelijkbaar is met de impact van “actief gedrag”, en niemand had in dit geval beweerd dat de inhoud van het onderwijs in Italië werd beïnvloed door de aanwezigheid van kruisbeelden in de klas). Het EHRM maakte dus onderscheid tussen actieve en passieve symbolen.

In de kandelaarkwestie gebeurt het aansteken van de kandelaar met een kerststal op de achtergrond. Freilich zet Chanoeka in het breder kader van de feestdagen en wenst ook een zalig kerstfeest een gelukkig nieuwjaar. Ik denk dat dit een goed voorbeeld is van een passief symbool. Het hoofddoekendebat is lastiger. Er zijn mijns inziens situaties waarin een hoofddoek inderdaad een actief symbool is, maar dat is eerder een kwestie van casuïstiek.

Modus vivendi

In onze samenleving heerst hier en daar angst voor religieuze symbolen die nu of in de toekomst opgedrongen worden; actieve symbolen. Vanuit die angst lijkt het secularisme te verkiezen boven neutraliteit. Het creëren van een cleane openbare ruimte staat voor sommigen, OpenVLD voorop, gelijk aan het verwijderen van alle religieuze symbolen. Zo’n houding zorgt echter voor ongelijkheid. Het zou intellectueel eerlijk zijn om niet enkel religieuze symbolen, maar alle symbolen uit de openbare ruimte te verwijderen. Dat zal dan weer zorgen voor een gesloten samenleving waarin weinig bewegingsvrijheid is. Symbolen hebben altijd bestaan en zullen blijven bestaan. Mensen veruiterlijken hun overtuigingen met symbolen: een kruis, een Catalaanse vlag, het logo van een voetbalclub, de afbeelding van een idool, een kandelaar, merknamen als SuperDry of Napapijri…

Daarom denk ik dat het aanvaarden van passieve symbolen en het consequent afwijzen van actieve symbolen in de openbare ruimte een modus vivendi kan betekenen richting de toekomst. Wordt een religieus of niet-religieus symbool actief dan wel passief gebruikt? Zo’n onderzoekende houding geeft ruimte aan verschillende (religieuze of niet-religieuze) levensbeschouwingen en ideologieën en zal op langere termijn meer voor onderling begrip zorgen dan het consequent verwijderen van symbolen uit de openbare ruimte.

 

 

Bron: Doorbraak

Laat een reactie achter