De Britse premier Cameron spreekt dreigende taal. Als de macht van de Europese Unie niet teruggeschroefd wordt, dan stappen de Britten misschien op na een referendum. Of die dreiging reëel is of louter bluf valt moeilijk in te schatten. De Britten zijn alleszins steeds koele minnaars van Europa gebleven. Dat neemt niet weg dat de Britse kritiek ons ook de ogen kan openen voor de tekortkomingen van het Europese project.

De Europese burgers hinken achterop

De Europese instellingen hebben zichzelf ruimere bevoegdheden toe bedeeld om effectieve oplossingen voor de crisis te kunnen aanreiken. Op die manier lossen we misschien de economische en financiële crisis op, maar we moeten beducht zijn voor een andere crisis. Die van onze democratie.

Het fiasco van de volksraadplegingen in Frankrijk, Nederland en Ierland over de Europese Grondwet en het Verdrag van Lissabon heeft ons in het voorbije decennium al een flinke waarschuwing gegeven. De Europese integratie gaat sneller dan de Europese bevolking. Er is een ‘democratisch deficit’ in Europa, zo luidt de diagnose. Enkele jaren later blijkt de integratie wederom tekort te schieten om een slagkrachtige Unie te verzekeren. De crisis veroorzaakt een versterking van de machtsconcentratie op Europees niveau.Dat dit een noodzakelijke evolutie is, met het oog op de aanpak van de huidige crisis én op de uitdagingen op middellange termijn, wil ik geenszins tegenspreken. We moeten echter wel stilstaan bij de gevolgen voor de democratie wanneer de Europese integratie weer versnelt terwijl de burgers en hun participatie achterop blijven hinken.

De tweeslachtigheid van de politiek

Ruim een halve eeuw geleden formuleerde de Franse filosoof Paul Ricoeur de zogenaamde ‘politieke paradox’. Die paradox wees op een fundamentele tweeslachtigheid van de politiek. Enerzijds zijn we door de politiek in staat tot grootse dingen. Via de politiek hebben we het vermogen om gezamenlijk te beslissen over de toekomst van onze gemeenschap. Anderzijds kan politiek pas functioneren op basis van macht. Alles wat de politiek kan realiseren gebeurt omdat er sommigen zijn die de macht uitoefenen over de anderen. Macht heeft bovendien de onontkoombare neiging om haar eigen grenzen steeds te willen overschrijden. Geen politiek zonder macht en geen macht zonder het gevaar van machtsmisbruik. Dit is de politieke paradox: politiek confronteert ons met grote mogelijkheden, maar ook met grote risico’s.

Betekent dit dat we gedoemd zijn? Neen, als we ons maar ten volle bewust blijven van de gevaren van de politiek, dan kunnen we ons immers wapenen. Dit betekent dat we elke machtstoename moeten compenseren door een toename van de democratische controle. De machtstoename bij de Europese instellingen moet dus gecompenseerd worden door een toename van de democratische controle over de EU, en dat terwijl de EU nu al te kampen heeft met een ernstig democratisch deficit…

Het recht van elke burger

Democratische controle is uiteindelijk een kwestie van elke burger. Wij allemaal moeten in staat zijn om waakzaam de politiek te volgen en om actief gebruik te maken van onze politieke vrijheid. Politieke vrijheid begint bij de vrijheid om te contesteren. Als we vinden dat de machthebbers hun boekje te buiten gaan en/of geen rekening houden met onze belangen, dan hebben we het recht en de plicht om te protesteren. De massabetogingen in Athene, Madrid, Lissabon en elders tonen dat het in Europa wel snor zit op dat vlak. Als het de spuigaten uitloopt, dan weten de Europese burgers hun protest wel te uiten.

Het belang van betrokkenheid

Onze politieke vrijheid moet echter meer zijn dan de vrijheid om te contesteren. Democratische controle vergt niet alleen dat de burgers hun protest kunnen ventileren. We moeten ook de vrijheid hebben om te participeren. We moeten ons betrokken weten in de politieke besluitvorming van een gemeenschap die we als de onze beschouwen. Als technocratische instellingen die ver boven ons hoofd functioneren steeds meer macht krijgen zonder dat de waakzaamheid én de participatie van de burgers gelijke tred houden, dan komt de legitimiteit in het gedrang.

Zo toont zich misschien de meest fundamentele crisis waarmee we worden geconfronteerd. In zijn rapport ter voorbereiding van de Europese Raad van juni jongstleden identificeerde Herman Van Rompuy vier wezenlijke uitdagingen voor de Unie. Naast de realisatie van een geïntegreerd financieel toezicht, een geïntegreerd begrotingskader en een geïntegreerd economisch beleid had hij het ook over het waarborgen van democratische legitimiteit. De eerste drie uitdagingen gaat de Europese Raad enthousiast te lijf. Veel minder vindingrijk zijn ze echter wanneer het erop aankomt een manier te vinden om de democratische legitimiteit van de Unie te verstevigen. Misschien is de laatste vraag dus de meest prangende. Dat zou betekenen dat de economische en financiële crisis vooral een crisis van de democratie is. Als het gepoker van Cameron iets oplevert, laat het dan een antwoord zijn op dit probleem.

 

Bron: De Redactie

Laat een reactie achter