Ik had een krop in de keel en vochtige ogen toen ik Barack Obama in januari 2009 als eerste zwarte president van de Verenigde Staten de eed zag afleggen. En velen in de hele wereld blijkbaar dezelfde emotie: de zwarten in Amerika in de eerste plaats, maar ook in de gereserveerde kanselarijen in Europa en de slums van Kenya en Indonesië. Het “ Yes, We Can” kende elk schoolkind en die slogan stond op muren van Berlijn tot Buenos Aires.

Als de Europeanen in november 2008 hadden mogen meestemmen, had een grote meerderheid voor Obama gestemd. Na de moeilijke confrontatiejaren tussen de Bush administratie en Europese regeringen kwam er zowaar iets wat op een Europese honeymoon met de nieuwe Amerikaanse president leek.

De favoriet van de Europa, maar je zag het niet in de praktijk

Maar die honeymoon duurde niet lang. Obama mocht dan wel de favoriete president voor de Europeanen blijven, gemakkelijk hebben ze het hem niet gemaakt.

Als de nieuwe president de gevangenis in Guantanamo wilde afbouwen, waarover in Europa zoveel verontwaardiging en zoveel publiek protest was, bleken de Europese regeringen niet bereid een deel van de gedetineerden op te nemen. Het is natuurlijk begrijpelijk dat we die kerels niet in onze eigen samenleving wilden loslaten, maar waarom dan zo hardnekkig de Amerikaanse president het vuur aan de schenen leggen? Die episode is men in Europa vergeten, maar binnen de Obama-administratie niet.

Met de kwestie van de kernwapens liep het ook zo. Van bij zijn aantreden wilde Obama met Moskou het belangrijke START-verdrag over strategische kernwapens heronderhandelen. De Russen beseften dat Obama dat verdrag nodig had en dus verhoogden ze hun prijs. Ze sjacherden over verificaties, inspecteurs, enz. Wat ze wilden was dat Washington afzag van het rakettenschild dat de VS samen met Europa wil bouwen om verrassingsaanvallen te verhinderen vanuit landen zoals Iran. In plaats van Obama te helpen, spraken verschillende Europese leiders zich uit tegen dat rakettenschild. Op die manier maakten ze het de Russische onderhandelaars dubbel gemakkelijk. Een wig drijven tussen Europa en Amerika, is altijd Russisch beleid geweest. Het akkoord over de strategische kernwapens kwam er uiteindelijk wel, maar Obama kwam verzwakt uit de onderhandeling. Was dat de manier om onze voornaamste bondgenoot en de president die we in Europa zo graag hadden, te behandelen?

In een bevlogen toespraak voor tienduizenden op het Wenzeslasplein in Praag in 2009 droomde Obama over een ideale wereld zonder kernwapens. Hem ging het erom de proliferatie van kernwapens, met name in landen zoals Noord Korea en andere risicostaten te reduceren. De Europeanen waren enthousiast over het edele idee, maar velen, vooral in Duitsland, vonden velen dat Obama dan maar dringend de eerste stap moest zetten en het Amerikaanse arsenaal nog verder afbouwen. Zijn ideaalbeeld werd een instrument om hem zelf onder druk te zetten. Elders, met name in Parijs en Londen, groeide daarentegen wrevel over wat daar gezien werd als Obama’s naïef idealisme van louter declaratoire politiek van wereldwijde ontwapening van kernwapens. Obama kon het voor geen van beide kampen in Europa goed doen.

Tijdens de Libië-crisis in 2011 weigerde president Obama de leiding van een operatie ter ondersteuning van de rebellen op te nemen. Londen en Parijs namen dan het voortouw voor een operatie waar ook België aan meewerkte. De episode liet in Europa een wrange nasmaak na over de manier waarop de president het Amerikaanse leiderschap in deze kwestie uit handen gaf. Dat werd hem in Europa kwalijk genomen. Met betrekking tot Syrië wordt nu sotto voce een gelijkaardige kritiek geuit.

Maar de Obama administratie maakte het de Europeanen ook niet gemakkelijk. Sinds de start van de economische crisis vechten Europa en de VS hun scherpste debatten uit over economische thema’s. Toen de Europese regeringen vanaf 2009 besparingsprogramma’s startten en een strengere begrotingsdiscipline accepteerden, bleven de Amerikanen grote kapitalen in de economie pompen. Zij vonden en vinden dat Europa, met name Duitsland, hetzelfde moest doen, om de groei van de wereldeconomie te steunen en om de Amerikaanse economie uit de recessie te halen. Volgens Paul Krugman, Obama’s keynesiaanse trompet, liggen de Europeanen met hun besparingen economisch volkomen fout en hij vindt ook dat Europese consumenten hun welstand uitleven op de rug van de Amerikanen.

Obama’s weinig assertieve internationale politiek

Wie ook heel tevreden was met het aantreden van Barack Obama, waren de regimes in Teheran, Khartoum, Damascus en Pjongjang. En dat zijn ze nog steeds. Toen de ambtstijd van George Bush ten einde liep, vermoedde heel de wereld dat de opvolger van Bush, of hij democraat of republikein was, minder assertief zou optreden dan zijn voorganger. En in die vier hoofdsteden vinden ze dat heel geruststellend. Obama’s tegemoetkomende toespraak in Cairo in juni 2009, de versnelde terugtrekking uit Irak, zijn tegenzin om de troepen in Afghanistan tijdelijk te versterken, zijn geste van de uitgestoken hand naar Teheran, had op deze regimes maar één effect: van deze man hoefden zij niets te vrezen. Diezelfde boodschappen werden over de hele wereld geanalyseerd, zowel bij Amerika’s bondgenoten als onder de gehaaide tegenspelers in Moskou en Beijing. En er werden conclusies getrokken over wat gezien werd als de lankmoedigheid van deze Amerikaanse president. De bewonderenswaardige hardnekkigheid waarmee Obama in de VS zijn agenda van armoedebestrijding en veralgemeende ziekteverzekering wil doorzetten, contrasteert met de afkoppelingsignalen die hij naar het buitenland stuurt. Die signalen hebben regionale machtsvacuüms doen ontstaan, die anderen zonder aarzelen zullen opvullen. Hierin schuilt de tragedie van deze integere, consensuele president.

Europa bereidt zich voor op de volgende president

Europese regeringen weten (of vergeten) dat de VS garant blijft staan voor onze veiligheid, ook al doen we daar zelf niet zo veel voor. En dus kijken die regeringen bij elke nieuwe president nauwkeurig uit naar tekenen die wijzen op een mogelijke verslapping van de Amerikaanse aandacht voor Europa. Ronald Reagans prioriteiten ging aanvankelijk inderdaad uit naar Azië en Bill Clinton concentreerde zich uitsluitend op de binnenlandse economie (It’s the economy, stupid!), terwijl George Bush aanvankelijk Amerika’s te uitgestrekte internationale engagementen ging afbouwen. Na hun eerste internationale crises keerden diezelfde presidenten zich dan toch naar Europa als de meest natuurlijke bondgenoot, hoewel de manier waarop zij dat deden niet altijd verliep zoals de Europeanen hadden gehoopt. Obama is anders: met wrevel stelden de Europese regeringen vast dat hij weinig belangstelling blijft vertonen voor het oude Europa. De trans-Atlantische crisissfeer uit de tijd van de Bush-administratie was weliswaar voorbij en Obama blijft persoonlijk populair in Europa, maar er is een nieuwe sfeer ontstaan van ontgoocheling over niet ingeloste verwachtingen, van vervreemding, van onverschilligheid tegenover elkaars belangen, en van amper verborgen gebrek aan respect.

Wie zal winnen op 6 november?

Zittende presidenten winnen in de VS gewoonlijk de verkiezingen voor een tweede ambtstermijn. Uitzonderingen waren Jimmy Carter, die in 1980 van Ronald Reagan verloor, en Lyndon Johnson, die in 1968 ontmoedigd afzag van een tweede ambtstermijn. Barack Obama ligt ook nu voor op Mitt Romney, maar de marges tussen beide zijn wel heel klein geworden.

Wordt Obama op 6 november opnieuw verkozen, mag men ervan uitgaan dat hij zijn binnenlandse prioriteiten, met name de veralgemeende ziekteverzekering, kordater gaat aanpakken. Internationaal echter is geen zwenking te verwachten van een president die zijn land vier jaar lang terugtrok uit conflicttonelen en de confrontatie steevast uit de weg ging. . Het vacuüm dat deze president internationaal open laat, verhoogt de druk op de Europeanen om actiever op te treden. Dat is reeds in Libië gebleken. Maar de Europeanen zijn teveel geconcentreerd op hun intern crisisbeleid om middelen of energie vrij te maken voor een voluntaristisch buitenlandse beleid.

Voor de Europeanen blijft Obama ook nu de favoriete kandidaat. Het patriottisch conservatisme van Romney maakt hen onwennig, en zijn religieuze overtuiging stemt de geseculariseerde Europese elites tot wantrouwen. Met een Romney-administratie zouden de Europeanen van scratch moeten beginnen. En er smeult nog heel wat rancune en nijd en wantrouwen ten aanzien van een nieuwe republikeins president.

Wat Europa van de VS verwacht, en de VS van Europa

Zoals al hun voorgangers sinds de tweede wereldoorlog, zal de volgende Amerikaanse president, wie het ook zij, de Europeanen onder druk zetten om een grotere bijdrage te leveren voor de collectieve veiligheid. En naar goede traditie gaan de Europese regeringen daar weer nee zeggen. In normale tijden is een verhoging van onze militaire uitgaven bijna onbespreekbaar. Nu, in tijden van besparingen, is zo’n verhoging uitgesloten. Tegen een president Romney gaan de Europeanen kordaat weigeren; tegen Obama gaan ze ook weigeren, maar ze zullen het hoffelijk formuleren.

Onze eigen waslijst van verwachtingen aan Amerika zal voor de volgende president ongeveer dezelfde blijven. Europa wil dat de VS met zijn militaire macht blijft instaan voor onze veiligheid, maar het mag ons niet lastig vallen met een rakettenschild dat veel kost en de Russen op stang jaagt. Amerika moet uiteraard ook de vrede in het Midden Oosten blijven garanderen, maar dan zonder gewaagde operaties. Washington moet streng zijn met Iran, maar blijven praten en niet dreigen met militaire actie, want wij willen met Iran blijven zaken. De Israëli’s moet Washington het kort aan de leiband houden want die irriteren ons met hun veiligheidsproblemen. Washington moet uiteraard Al Qaeda en het internationaal terrorisme blijven bestrijden, maar wel zonder dat wij daar last van ondervinden of en wij willen ook niet onwaardig gecontroleerd en afgetast worden als we naar Amerika vliegen. Dat alles krijgt de nieuwe Amerikaanse president op zijn bord.

 

Bron: De Redactie

Laat een reactie achter