Michaël Merrigan: ‘Niet elke Zwarte Piet schendt onze grondprincipes’

We moeten stilstaan bij een traditie als die van Zwarte Piet, maar mensenrechten gebruiken om een hele traditie zonder vraag naar de betekenis ervan overboord te gooien, is dwaasheid waarmee onze vrije samenleving snel een erg moralistische en onleefbare plaats kan worden.

De traditie van Sint en Piet ligt onder vuur, in die mate zelfs dat VN-mensenrechtenexpert Verene Shepherd een interview gaf waarin ze aangaf dat het hele feest maar beter meteen wordt afgeschaft. In één adem vroeg ze zich ook af waarom er eigenlijk nood was aan twee ‘Santaclaustradities’ oftewel: we hebben al een kerstman, waarom hebben we er nog een tweede nodig?

Het interview was om meerdere redenen ongelukkig. Vooreerst zou iemand die een potentiële mensenrechtenschending moet onderzoeken niet op voorhand mogen stellen dat haar conclusie al vaststaat. Dergelijke uitspraak laat vermoeden dat van een onpartijdig onderzoek al geen sprake meer kan zijn. Justice must not only be done, it must be seen to be done. Wat echter minstens even betreurenswaardig is, is het feit dat mevrouw Shepherd, in een poging om een algemeen en abstract mensenrecht te beschermen, schijnbaar niet stilstaat bij het feit dat zelfs de meest nobele principes en waarden steeds en enkel vorm krijgen in een heel erg feitelijke, complexe en traditie-gebonden context. Oproepen om tradities zomaar af te schaffen, zonder aandacht voor de complexe betekenis die deze tradities weerspiegelen, is daarom niet alleen dwaas, maar ook gevaarlijk. Zonder traditie als ‘drager’ kunnen immers ook erg mooie en waardevolle ideeën verloren gaan.

Waar gaat het over? Mevrouw Shepherd heeft problemen met de traditie van Zwarte Piet omdat deze voor haar ‘een terugkeer naar de slavernij’ vormt. Ze leest dus in onze Sint en Piettraditie een heel erg specifieke betekenis, één die, op de manier waarop zij het verwoordt, moeilijk niet racistisch kan worden bevonden. Met het grondbeginsel dat racisme niet kan, kunnen we het natuurlijk niet oneens zijn. Maar de wijze waarop mevrouw Shepherd een betekenis toekent aan een traditie, en er dan vervolgens de mensenrechten op loslaat, is in ieder geval erg kort door de bocht.

In ons dagelijks leven komen we zelden in contact met puur abstracte principes. Eerder komen we in aanraking met erg specifieke, bijzondere vertalingen ervan. Abstracte principes worden immers steeds opnieuw in concrete, tastbare en particuliere tradities en rituelen gegoten. Per definitie zullen deze dan ook op verschillende plaatsen en in verschillende tijden een verschillende vorm aannemen. Denk maar aan het verschil tussen een liefdesscene in een Hollywoodfilm en die in een Bollywoodfilm. Beide zullen hetzelfde principe van liefde en aantrekkingskracht in andere geuren en kleuren vertolken. Binnen een particuliere cultuur zijn die gebruiken ‘dragers’ van een bepaalde, vaak sterk aangevoelde, betekenis. Erbuiten worden ze echter niet noodzakelijkerwijze zo begrepen.

Waar ligt dan de grens van wat als traditie toelaatbaar is? Wanneer schaadt een bepaalde traditie een belangrijk algemeen principe zoals een mensenrecht? Dit is misschien wel de moeilijkste vraag in onze samenleving. Soms is die grens duidelijk, heel vaak ook niet. Doorgaans vinden we dat beperkingen enkel kunnen wanneer ze echt ‘noodzakelijk’ zijn voor het beschermen van het vrije samenleven. Hierover moet dan in de eerste plaats lokaal geoordeeld worden. Dit principe wordt ook wel eens het principe van ‘subsidiariteit’ genoemd. Om te beoordelen of de opgelegde grenzen werkelijk gerechtvaardigd zijn, kunnen we ons richten tot bepaalde instanties, zoals bijvoorbeeld de nationale rechter of, indien nodig, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Essentieel is dat deze instanties zich erg terughoudend opstellen alvorens ethische stellingen in te nemen.

Het orgaan waar mevrouw Shepherd lid van is, een expertgroep in de schoot van de VN Mensenrechtenraad, zou hetzelfde principe van terughoudendheid moeten volgen. Wanneer mevrouw Shepherd nu publiekelijk stelt dat een bepaalde traditie volledig moet worden afgeschaft, zonder zich daarbij de vraag te stellen waar deze traditie voor staat, hoe ze tot stand is gekomen, hoe ze wordt beleefd door de lokale bevolking, en welke maatschappelijke functie ze vervult, dan begeeft zij zich ver buiten het domein van de noodzakelijke mensenrechtenbescherming. In onze geglobaliseerde wereld is het immers niet moeilijk te zien hoe zowat elk particulier gebruik, gaande van wat iemand eet (of hoe dat eten is bereid), hoe iemands intieme relaties worden vormgegeven, of hoe een geloof wordt geuit, steeds bepaalde anderen tegen de borst zal stuiten. Tradities evolueren en inzichten veranderen. Elke keer als een idee, een waarde, een bepaalde ‘drager’ krijgt, zoals bijvoorbeeld in onze Sint en Piettraditie, moeten we ons blijvend de vraag stellen: zijn we nog trouw aan onze grondprincipes? In concreto: schendt ons concept van Zwarte Piet, en de uitvoering ervan, het non-racisme beginsel? Deze vraag mag en moet gesteld worden. En misschien komen we dan tot de conclusie dat een wijziging aan de traditie wel gerechtvaardigd is. Maar ook de nieuwe variant kan bij sommigen wellicht op onbegrip stuiten. Waarom is de Sint geen vrouw? Waarom is hij iemand uit de Christelijke traditie? Is de mogelijke link naar de Germaanse mythen wel gerechtvaardigd? Indien Zwarte Piet wit wordt, waarom enkel witte gezichten? Het is duidelijk: we kunnen deze traditie heel snel zó neutraal maken dat ze simpelweg verdampt als water op een hete plaat. Wat ons rest is de ‘naakte’ idee die ooit ons Sinterklaasfeest onderbouwde, maar geen enkel werkbare ‘neutrale’ wijze om deze nog gestalte te geven.

Net deze vaststelling maakt de discussie die nu gevoerd wordt wel bijzonder boeiend, want wat is immers die onderliggende idee van Sinterklaas? Wat is ons zo dierbaar in deze traditie? En, is dit idee, en de uitwerking ervan, nog wel in overeenstemming met onze basiswaarden? De eerste vraag, die naar de betekenis van de traditie, wordt door iedereen nogal intuïtief beantwoord. De emotionele reacties van de voorbije dagen geven aan dat Sint en Piet wel degelijk een betekenis hebben in onze maatschappij, een betekenis die bovendien lijkt te beantwoorden aan een diepgewortelde nood. Die betekenis heeft echter ook historische roots met vele culturele vertakkingen, en is daarom maar gedeeltelijk onder woorden te brengen. Wat echter duidelijk is uit de vele reacties is dat ze voor vele mensen iets moois en onschuldigs symboliseert, iets wat in ieder geval mijlenver van racistische overwegingen staat. Deze gehechtheid, al is ze dan niet volledig op rationele gronden te verklaren, ontslaat ons niet van de plicht om de Sint en Piettraditie steeds opnieuw te toetsen aan onze grondwaarden. Maar mensenrechten gebruiken, niet om een dialoog op gang te brengen, maar om een hele traditie, zonder vraag naar de betekenis ervan, overboord te gooien: dat is het soort dwaasheid waarmee onze vrije samenleving snel een erg moralistische en onleefbare plaats kan worden.

 

Bron: Knack – 25 oktober 2013

Laat een reactie achter