Politici mogen zich niet laten verleiden tot een retoriek die neerkomt op veredeld scheldwoordslingeren. Misschien interessant voor de eigen achterban, maar het draagt niets bij aan het politieke klimaat en schaadt de democratie.

De voor intern gebruik bedoelde email die minister Ingrid Lieten per abuis doorstuurde naar alle ministers in de Vlaamse regering, waarin collega’s van CD&V en de N-VA omschreven werden als ‘uit teflon en beton opgetrokken gevoelloze karikaturen’ en ‘mannelijke macho’s in maatpak’, heeft voor de nodige commotie gezorgd, met geschrokken reacties, terechtwijzingen en terechte excuses.

Het incident roept herinneringen op aan gelijksoortige voorvallen op de nationale en internationale politieke scène. Onlangs brachten gelekte documenten waarin politieke leiders spottend of neerbuigend werden omschrevende Amerikaanse diplomatie in verlegenheid. En werd Herman van Rompuy geschoffeerd door een collega die hem omschreef als
‘een man met het charisma van een natte dweil en het uiterlijk van een tweederangs bankbediende’. Voorbeelden uit de nationale politiek zijn het omschrijven van politici als ‘mestkevers’ of als ‘iemand met het charisma van een kartonnen bekertje, de uitstraling van een lavabo’. En in het Nederlandse politieke debat is het bon ton om te spreken van ‘kutmarokkaantjes’ en ‘kopvoddentaks.’

Dit taalgebruik bezoedelt ernstig het politieke klimaat en het democratische bestel. Experts benadrukken het belang van goede communicatie en van een professioneel correcte omgang met elkaar. Maar wat is dat? Die vraag is zo oud als de agora, de publieke plaats in de Griekse Oudheid. Van daar stamt hetverschil tussen een socratische redenering en een sofisme. De eerste probeert op basis dialoog te komen tot een goed begrip van de inhoud van waarover men discussieert. Een sofisme daarentegen is gericht op het onderuit halen van de tegenstander om het publiek te behagen.De dialoog is een polemiek, geen samenwerking, en de verbale overwinning is belangrijker dan een goed resultaat. De man, niet de bal, en er kan er maar één winnen.

Cabaretier

Toen al werden zulke technieken als immoreel bestempeld, want gericht op vlug en goedkoop succes,maar bezoedelend voor de democratie. Het is wellicht een belangrijke maatschappelijke taak van de hofnar, de cabaretier, de kunstenaar of muzikant om een satirische kritische stem te laten horen. Ze scherpen onze geesten, geven ernstige zaken een humoristische tint en schudden ons zo vaak wakker. Maar van beleidsmakers verwacht je toch dat ze deze rol niet overnemen. De politieke retoriek mag zich niet laten verleiden tot satire van sofistische aard. Want als het misloopt, veroorzaakt het enkel publiekegêne en plaatsvervangende schaamte.

Zijn er regels van fair play in de politieke retoriek? De publieke gêne bij incidenten lijkt dit ergens wel aan te geven. Toch is het adagium ‘If you can’t stand the heat, stay out of the kitchen’ een veelgehoord antwoord. Daarmee lijkt er toch een strekking te zijn die sofismen een geheel eigen rol geeft in het politieke debat. We halen dan de schouders op en zeggen: ‘Ach ja, politiek is een harde stiel. Je moet al uit beton en teflon bestaan om hier stand te houden.’ Maar spelen met vuur mag wel niet de hele keuken doen opbranden.

Hoffelijkheid in het taalgebruik en in het bejegenen van je tegenstander -ook in interne mails-getuigt van respect.Wiedat nietkan opbrengen voor de tegenstander, of voor zijn ideeën en stellingen, moet minstens respect voor de waarde van het democratisch debat kunnen opbrengen. Het getuigt ook van zelfrespect: ‘Bepaalde woorden en omschrijvingen neem ik niet indemond.’ En precies dit levert een goede reputatie en het bijbehorende vertrouwen op, op zich een niet onbelangrijke sleutel voor duurzaam succes.

Bron: De Tijd – 24 februari 2011

Laat een reactie achter