Gisteren werd Steven De Geynst, de beroemde dumpster diver, veroordeeld door de correctionele rechtbank van Dendermonde. Zijn misdrijf: het ‘bedrieglijk wegnemen’ van vervallen etenswaren uit de containers van een supermarkt, om het door te geven aan de minstbedeelden van de maatschappij. Zijn straf: zes maanden met uitstel. Er is al veel inkt gevloeid over de zin(loosheid) van deze strafzaak. Wij juristen kunnen discussiëren of het strikt juridisch gezien wel om diefstal gaat maar zo’n discussie gaat voorbij aan de kern van de zaak.

Als een Robin Hood veroordeeld wordt voor diefstal, scheelt er iets met ons rechtssysteem. Rechtsregels zijn er net om het recht van de sterkste te vermijden en de zwakkeren te beschermen. Als de concrete toepassing van een rechtsregel leidt tot een situatie die manifest onrechtvaardig aanvoelt, dan moet die rechtsregel bevraagd worden. Wanneer wij juristen een rechtsregel blind toepassen, zonder ons af te vragen of het recht de rechtvaardigheid nog wel dient, moeten we ons misschien eens herbronnen over de vraag waarom ons beroep tout court bestaat.

De rechtbank van Dendermonde had nochtans wel oog voor het nobele doel van De Geynst, maar stelde niettemin dat “dit geen afbreuk doet aan het misdrijf”. Dura lex, sed lex. De rechbank tilde er zwaar aan dat de duim van de supermarktuitbater gewond raakte toen het tot een handgemeen kwam met De Geynst, die twee zakken muffins uit de container aan het vissen was. Er valt natuurlijk iets voor te zeggen dat een incident waarbij iemand gewond raakt, voor de rechter moet gebracht worden. Maar men had symbolisch kunnen kiezen om het incident als onvrijwillige slagen en verwondingen te omschrijven, in plaats van diefstal. Uitbater noch supermarkt hebben zich burgerlijke partij gesteld.

Ook verwees de rechtbank naar het risico voor de volksgezondheid als vervallen voedsel wordt uitgedeeld. Daar heeft de rechter een punt: we hebben strenge regels op voedselveiligheid voor een goede reden. Maar liever vervallen eten dan geen eten.

Tot slot was er nog een juridisch argument: handelaars zouden aansprakelijk kunnen worden als iemand ziek zou worden door het eten van het vervallen voedsel. Maar een consument kan net zo goed ziek worden van een pak muffins dat hij of zij te lang thuis heeft laten rondslingeren.

Misschien moeten we De Geynst net dankbaar zijn dat hij ons wakker schudt: 500.000 ton voedsel dat jaarlijks door ons in de vuilnisbak belandt? Alle bewondering voor wie deze decadente gevolgen van onze consumptiemaatschappij aan de kaak stelt.

Bron: De Morgen, 5 mei 2011

Laat een reactie achter