Goede vrienden van Logia,

Ongewild is onze verbondenheid met elkaar enigszins verbroken en leeft ieder van ons nu vooral in zijn eigen kring. Daarom zend ik u graag enkele woorden van bemoediging en bekommernis voor elkaar.

Laat ons vooral blijven vertrouwen en hopen dat het weer lente wordt in deze wereld, die vrij onverwacht zo door elkaar is geschud en haar evenwicht enigszins is verloren. Vele Logia leden zijn van ver of dichtbij betrokken bij de coronazorgen en hun inzet en geestdrift wekt bewondering. Een kort bericht van een bevriend arts is veelzeggend: we ploegen voort…

Vooreerst graag mijn woorden van dank en waardering voor éénieder die hulp biedt aan mensen in nood of voor hen die mee zoeken naar structurele oplossingen voor de vele problemen die zich stellen.

Laat ons ook bekommerd blijven om hen die eenzaam zijn en worstelen met gevoelens van verlatenheid en angst. De verhalen uit ziekenhuizen en woonzorgcentra zijn niet altijd vrolijk maar tonen vooral aan dat zorgverlening geen mechaniek mag zijn en dat de techniciteit van het medisch handelen zo verweven is met het nabij zijn van mensen in nood, met naastenliefde.

Humanior worden wordt ook deze dagen totaal anders ingevuld. Leraars en onderwijsinstellingen moeten veilige paden verlaten en zoeken naar nieuwe wegen. Ouders lijken nu ook nog leraar te worden en vooral jonge gezinnen worstelen met het probleem hoe zij al hun opdrachten moeten combineren. Een spijtige vaststelling is helaas dat kwetsbare jongeren nog meer kwetsbaar worden en slachtoffer dreigen te worden van onverschilligheid.

Een samenleving streeft naar welzijn en welvaart. Niemand kan voorspellen welke de economische gevolgen deze coronacrisis nog zal hebben. Helaas worden vele markten door elkaar geschud en weet niemand wat ons nog te wachten staat. Ongewild, onverwacht en zonder eigen verantwoordelijkheid worstelen mensen en ondernemingen met financiële zorgen en een gebrek aan perspectieven of houvast. Er is weinig aandacht voor de ernstige zorgen die vele medemensen op dit vlak moeten ondergaan en overwinnen.

Verder durf ik hopen dat uw “kot” vooral een “thuis” mag zijn en dat u mag ervaren hoe belangrijk het is om huisgenoten te hebben, die voor vreugde, warmte en gezelligheid zorgen. Wellicht is het zo dat je thuissituatie zo bepalend kan zijn voor wat je als mens kan betekenen voor anderen. Dit alles beseffen we allen meer dan ooit. Toch mag je eigen leefwereld geen eiland blijven en moeten wij ook met open ogen bekommerd blijven over alles wat er gebeurt in de wereld. Moge de tijden van afzondering ook kansen bieden tot meer bezinning en nadenken om wat echt belangrijk is.

Ik hoorde een psychiater pleiten dat humor heilzaam kan zijn en deze barre tijden kan verzachten. Een vrouwelijke dokter zei spontaan op televisie dat de strenge maatregelen haar niet beletten om haar kinderen toch maar een kruisje te blijven geven voor het slapen gaan.

Binnen Logia is het geloof ter sprake brengen nog bespreekbaar. Ik hoop dat voor u allen het geloof ook een vorm van troost, hoop en vertrouwen kan bieden. Meer dan ooit beseffen wij dat de mens de wereld niet domineert maar dat wij slechts rentmeesters zijn. We kunnen enkel op een juiste, gewetensvolle en integere wijze onze verantwoordelijkheid opnemen voor onze naaste in eigen kring en ook in ruimere omgeving.

Tijdens de goede week en met Pasen worden wij herinnerd aan het lijden van Jezus en zijn verrijzenis. Ergens las ik “verrijzenis is door het nulpunt gaan en zichzelf terug ontvangen uit Gods handen”. Tijdens onze laatste Logia meeting in Brugge getuigde een jonge leraar hoe hij zich laat inspireren door de woorden uit een lied van H. Oosterhuis, waar ik deze brief mee wil afsluiten. De boodschap is meer dan actueel: ieder van ons wordt weer opgegooid en uitgedaagd om er weer tegen aan te gaan. Ik krijg de tijd om krachten te verzamelen, om “opnieuw” om “en toch” steeds weer te herbeginnen.

Van harte wens ik u een zinvolle Paastijd en alle goeds voor de dagen van morgen.

 

Die mij droeg op adelaarsvleugels

die mij heeft geworpen in de ruimte ;

en als ik krijsend neerviel

mij ondervangen door Uw wieken

en weer opgegooid

totdat ik vliegen kon

op eigen kracht

op eigen kracht …

 

Paul Quirynen

 

Laat een reactie achter