Een brok zachte eenvoud

Onze zoon Leonardo is nu twee jaar. Hij heeft het syndroom van Down. Ik schrijf dit stukje met tegenzin, want ik wil onze zoon niet opvoeren om mijn punt te maken. Maar zolang hij niet voor zichzelf kan spreken, voel ik de verantwoordelijkheid het voor hem te doen.

Toen we ontdekten dat onze zoon down zou hebben, stortte onze wereld in. Ik weet niet of het anders kan, er is een rouwperiode waarin je afscheid neemt van alles wat je verwachtte van het leven, van dit ene kind. Tegelijkertijd werden we geconfronteerd met iets fundamenteels: wie zegt dat het volgende kind wél ons perfecte plaatje invult?

Iedereen is vrij een keuze te maken, maar net dat komt onder druk te staan. Want er is een tweede deel aan het verhaal. Leonardo is gevoelig, intelligent, attent voor hoe wij ons voelen, vrolijk en ongelooflijk lief. Hij zal wat later stappen en praten dan andere kinderen, maar zijn wilskracht om ergens te raken of te tonen wat hij wil, is voorbeeldig.

In een maatschappij die altijd harder en complexer wordt, is hij een brok zachte eenvoud. Door de omstandigheden ken ik ondertussen veel andere ouders met kinderen met down. Dat ik nooit iemand van hen hoorde zeggen dat ze hun kind liever niet gehad hadden, wat betekent dat? Dat wij collectief in een naïeve wereld gekatapulteerd werden vanaf de geboorte van onze kinderen? Of dat wij recht van spreken hebben, omdat we met onze kinderen samenleven en zien hoe zij de wereld ook mooier maken?

Vandaag hoor je zoveel mensen die de mond vol hebben van keuzevrijheid. Prenatale diagnose moet de mensen in staat stellen om te kiezen of ze bij slecht nieuws de zwangerschap voortzetten of niet. Maar is de échte vrije keuze er nog wel? Als je vandaag een kind op de wereld zet dat het downsyndroom heeft, moet je je verdedigen. Binnenkort is onze zoon misschien de laatste generatie met down (DS 2 november). En dat is jammer. Ik ben bang van een maatschappij waar er alleen nog een schijn van keuzevrijheid is. Waar de drang naar perfectie mensen die op papier voldeden, alsnog doet kraken. Hoe weerbaar zijn we nog als we alle defecten eruit filteren, voordat onze kinderen de kans krijgen om geboren te worden en zichzelf te bewijzen? Zijn de echte naïevelingen niet eerder de mensen die geloven dat de mens maakbaar is?

We hebben het vaak over sociale media die een ideaalbeeld ophangen van mensen die achter hun schermpjes niet altijd gelukkig zijn. Tegelijk maken we geen plaats voor wie ogenschijnlijk zwakker is. Als ik een van de laatste kinderen met down op de wereld gezet heb, ben ik blij dat er nog net niet genoeg druk was om het niet meer aan te durven.

Bron: De Standaard

3 reacties

  1. Marianne Verhegge -Lambert op 4 november 2017 om 16:10

    Bedankt voor deze getuigenis

  2. Alain Raick op 8 november 2017 om 13:03

    Ik ben heel dankbaar voor dit artikel. Het mag voor christenen een aansporing zijn om in de vrijheid van de kinderen Gods de duurzame en menslievende keuzen te maken. Zoals in het oude testament staat: Je kan kiezen tussen leven en dood, maar aub, kies voor het leven! (Letterlijk, uit Deuteronomium: “Leven en dood houd ik u voor, zegen en vloek. Kies dan het leven, dan zult gij met uw nakomelingen het leven bezitten, door de Heer uw God te beminnen, naar Hem te luisteren en aan Hem gehecht te blijven.”)

  3. Een brok zachte eenvoud | alain2015 op 17 november 2017 om 17:45

    […] Door Elisabeth Simoen | 4 november 2017 | 0 […]

Laat een reactie achter