Een aspect wordt in deze coronatijd constant uit het oog verloren: een mens leeft van meer dan brood alleen, stelt Hans Geybels, theoloog aan de KU Leuven. “Geliefden moeten snel worden begraven, nauwelijks omringd door naasten, huwelijken in kerken kunnen maar met vier personen tegelijkertijd. En dat terwijl bij de eerste de beste apotheker 4 mensen staan. Om van Colruyts maar te zwijgen. Maar kerken – en alles waar zij voor staan – zijn in deze periode even veel nodig als de Colruyts.”

Ik had erg te doen met mijn zus in de periode van de eerste lockdown. Ze werkt als verpleegster in een regionaal ziekenhuis en ze heeft alles wat er toen te beleven viel, van heel dichtbij meegemaakt: de drukte, de onmacht, de improvisatie, de tekorten en noem het allemaal maar op. Maar dat heeft haar nooit klein gekregen. Het leidde tot ongenoegen en opstand, maar nooit tot burn-out.

Wat ze het aller ergste vond en haar gekraakt zou hebben indien de lockdown nog een maand langer had geduurd, was het feit dat ze patiënten alleen moest laten sterven. Het feit dat er geen contact mocht zijn tussen een stervende en diens meest dierbare naaste zou haar in een burn-out gedreven hebben, terwijl nu enkele bezoeken aan de psycholoog volstonden. Maar die bezoeken had ze wel degelijk nodig om niet te crashen. Terwijl ik dit schrijf realiseer ik me goed hoe ik enkel moet preken over de barmhartige Samaritaan, terwijl zij hem elke dag probeert te verpersoonlijken op haar werk. Ik word er heel klein van.

De eerste lockdown confronteerde ons ook met begrafenissen die helemaal geen begrafenissen waren. Als er iets gebeurt op een begrafenis is het aanraken, maar er viel niks aan te raken op begrafenissen waarbij slechts vier mensen aanwezig mochten zijn. Velen moesten moederziel alleen sterven en daarna moesten de nabestaanden moederziel alleen rouwen.

Meer nodig dan brood alleen

Alleen-zijn was ook troef in de woon- en zorgcentra. Niet alleen het virus raasde er met een dodelijke precisie rond, de eenzaamheid deed net hetzelfde. De verhalen uit die sector zijn schrijnend. Maandenlang geen bezoek, maandenlang alleen eten op de kamer, maandenlang die kamer niet uit mogen komen. Wie van wie dit leest, kan zich dat voorstellen?

Deze drie toestanden tonen aan dat een mens veel meer nodig heeft dan brood alleen. Een mens leeft van andere mensen. Een mens wil zin en liefde ervaren. Een mens wil gelukkig worden. Een lockdown toont ons echter waar de prioriteiten liggen voor de beleidsmakers. Dat lijkt helemaal niet het welzijn van de mens te zijn. Alles draait rond medische zorg en het vrijwaren van andere materiële behoeften. In de meeste woon- en zorgcentra is de dienst die met religie en zingeving te maken heeft als eerste gesloten. Wie begrijpt dat nu?

Wat in de Colruyt mag, kan niet in de kerk?

Ik heb alle begrip voor onze beleidsmakers die het niet eenvoudig hebben, maar sommige beslissingen begrijp ik niet. Vandaag is er een verbod op publieke liturgische vieringen, met uitzondering van begrafenissen (15 pers.), huwelijken (5 pers.) en tv-of internetmissen (10 pers.). De kerken zijn wel open voor persoonlijk gebed, maar kunnen volgens de letter van de wet slechts 4 personen tegelijkertijd toelaten, hetgeen de kerken in de praktijk gesloten zal houden wegens onmogelijk te controleren. Men valt voor de kerken terug op de algemene regels over samenscholing die maar vier personen toelaten. In Wallonië hebben verschillende provinciegouverneurs zich uitgesloofd om zo snel mogelijk politiebesluiten uit te vaardigen die de duur van een begrafenis beperken tot maximaal 30 minuten.

Het voert ons terug naar de eerste lockdown. Geliefden moeten snel worden begraven, nauwelijks omringd door naasten, huwelijken in kerken kunnen maar met vier personen tegelijkertijd. In de Basiliek van Koekelberg even veel als in de kleinste parochiekerk. En dat terwijl bij de eerste de beste apotheker 4 mensen staan. Om van Colruyts maar te zwijgen. Wie op dit punt aangekomen beweert dat een vergelijking tussen een kerk en een Colruyt niet opgaat, heeft mijn punt niet begrepen. Zoals de jezuïeten plegen te zeggen (“bis repetita placent”): kerken – en alles waar zij voor staan – zijn in deze periode even veel nodig als de Colruyts. 

1 reactie

  1. Luc Meeusen op 13 november 2020 om 11:05

    Ik begrijp eerlijk gezegd ook niet waarom onze religieuze overheden zich zo makkelijk neerleggen bij die nieuwe verbod op publieke kerkdiensten. Zoals in het artikel gezegd: in supermarkten – lang niet allemaal zo groot als een kerk en zeker, als het gaat om luchtcirculatie en concentratie van eventuele virusgeladen aerosol, niet zo hoog – mag je nog altijd met meerdere personen tegelijk binnen. Je moet er wel een winkelkar gebruiken die behalve dat ze als telsysteem wordt gebracht ook de onderlinge afstand moet waarborgen. Maar eenmaal binnen is er geen kat meer die controleert waar je loopt en hoe dicht mensen bij elkaar komen of elkaar kruisen aan dezelfde rekken.
    In een kerk zit ieder op afstand van elkaar, draagt een mondmasker én – vooral – blijft de hele tijd op zijn of haar plaats zitten.
    Het is wel duidelijk: niet alleen “essentiële winkels”, maar ook tuincentra enz. worden blijkbaar als belangrijker beschouwd. En wat me daarbij, zoals gezegd, vooral verbaasd: bisschoppen en andere religieuze leiders gaan daar zonder enige kritische noot telkens gedwee in mee.

Laat een reactie achter