Skip to content

Ilse Geerinck, Kristof Das en Fons Exelmans: ‘Niemand wordt ‘stout’ geboren’

Vrijdagnamiddag, het zesde lesuur, iedereen is moe. Achteraan in de klas – altijd achteraan – ontstaan rumoer en kabaal. Twee leerlingen schateren het uit. Meester Stanny ziet het. Hij kan ervoor kiezen om niets te doen, maar dan zal de situatie wellicht verergeren. Anderen ­zullen dan beginnen mee te doen, tot hij het niet meer kan negeren en het grove geschut moet bovenhalen om de rust te laten weerkeren.

De tweede optie is ingrijpen. Hij kan ermee dreigen om hen uit de klas te zetten of om straf te geven. Waarschijnlijk brengt dat de rust terug – voor even toch. De schade wordt pas zichtbaar op lange termijn: stress in de klas en een grotere afstand tussen hem en de leerlingen.

Hij kan ook een middenweg ­nemen. Zo kan hij vragen aan de leerlingen om ‘alsjeblieft te stoppen’. Al weet hij – en weten zijn leerlingen dat ook – dat die ‘alsjeblieft’ weinig te maken heeft met beleefdheid. Het is niet evident om een dialoog op te starten met leerlingen wanneer het moeilijk loopt: ‘Waarom doen jullie altijd zo lastig op vrijdagnamiddag?’ De kans dat ze antwoorden, is klein, en toch gebruiken zijn collega’s die waaromvraag graag en gretig.

Wanneer kinderen de keuze krijgen om zich beter te gedragen, dan zullen ze dat doen

Meester Stanny weet dat die opties geen soelaas bieden. Hij pakt het anders aan: hij gaat naar de leerlingen die kabaal maken en houdt halt achter hen, terwijl hij verder gaat met de uitleg die hij op dat moment geeft. Hij werpt een blik op de leerlingen, legt zijn hand op een van schouders en houdt de rest van de klas in de gaten. Zijn fysieke aan­wezigheid wordt de belichaming van de grens. De leerlingen aanvaarden die en kiezen ervoor om te zwijgen. De les loopt verder.

Soms draait het anders uit: zijn leerling past zijn gedrag niet aan en ontploft: hij scheldt, dreigt, slaat of spuugt. Ook in die situaties heeft meester Stanny geleerd dat hij moet volhouden. Hij behoudt zijn zelfcontrole en vraagt de leerling rustig om te stoppen. Hij weet dat emotionele reacties zoals ‘dat doen we hier niet hé man!’ leiden tot escalaties en handelingen waarvan hij achteraf spijt heeft. Meester Stanny gaat rustig naar de scheldende leerling toe en zegt ‘stop’ vanuit het vertrouwen dat die zal stoppen. Wanneer hij tijdig aanwezig is, weet hij dat de kans op succes groot is.

Wanneer hij de onrust (te) laat opmerkt en de situatie is geëscaleerd, zal hij de leerling ook vragen om te stoppen, tot driemaal toe: ‘Ik wil dat je rustig wordt, ik wil echt dat je nu rustig wordt, ik wil absoluut dat je nu onmiddellijk rustig wordt.’ Meester Stanny waakt erover dat hij dat rustig zegt en zelfvertrouwen uitstraalt. Hij zegt het telkens duidelijker, maar ook stiller, zodat hij rustig kan blijven. Hij bedankt de leerling onmiddellijk en nadrukkelijk wanneer hij stopt. De leerling past zijn gedrag aan, omdat hij voelt dat de meester in hem gelooft en het goed met hem voorheeft. In zijn interventie zitten warmte, duidelijkheid, aanwezigheid, rust en zelfcontrole.

Maak het goed

Wanneer een leerling over de grens is gegaan, dan moeten we dat duidelijk maken: erna, wanneer ­iedereen tot rust is gekomen. Daarnaast moet er ruimte zijn voor herstel. De leraar draagt daar de verantwoordelijkheid voor, om de eenvoudige reden dat hij volwassen en relatiebekwaam is. De leerling nog niet, maar hij kan het in die situaties ­leren. Zo’n ‘spannende situatie’ is dus ook een kans, en niet alleen een probleem dat opgelost moet worden. Herstel wil zeggen dat ze samen iets doen met het oog op de toekomst: het goed maken betekent meer dan ­‘sorry’ zeggen.

Wanneer leerkrachten het moeilijk hebben (gehad), hebben ze recht op ondersteuning van collega’s, ­ouders en de directie. Een gedragen schoolcultuur is cruciaal voor de persoonlijke veerkracht. Die veerkracht geeft rust en zelfvertrouwen op de moeilijkste momenten.

Elk kind wil erbij horen. Wanneer kinderen de keuze krijgen om zich beter te gedragen, dan zullen ze dat doen. Geen enkel kind is ‘stout’ geboren. We gedragen ons allemaal weleens slecht, maar we kunnen ervoor kiezen om daarmee te stoppen. De snelheid waarmee we stoppen, is recht evenredig met de interventiekwaliteit en handelingsbekwaamheid van de leraar. Zijn aanwezigheid is de sleutel. Hij moet blijven volhouden en erop vertrouwen dat de leerling zal stoppen. Dat idee staat haaks op de toenemende praktijken van uitsluiting, time-out en vrijheids­beroving.

Investeer in leraren

Het debat moet daarom niet gaan over ‘agressieve kinderen’ (en uitsluiting), maar over het vermogen van leraren (en scholen) om juist te handelen in deze complexe en uit­dagende situaties. Focussen op agressieve kinderen moedigt de polariserende gedachte aan dat ‘het niet meer gaat’, ‘dat onderwijs on­mogelijk geworden is’, ‘dat de leer­lingen onschoolbaar zijn’. We moeten de maatschappelijke focus dringend verleggen: de vraag is niet alleen of leraren nog mogen tussenkomen, maar ook of ze gesteund worden om zich verder te bekwamen om deze ­pedagogische opdracht te kunnen opnemen.

Welke overheid wil investeren in leraren die kunnen tussenkomen in die complexe en uitdagende klas­situaties? De nood aan professionalisering in het werkveld is groot, de waardering voor de vervolgopleidingen, zoals bachelor-na-bachelor­opleidingen ‘zorg- en remediërend leren’ en ‘buitengewoon onderwijs’, is dat ook. Toch zien we dat de financiering niet volgt. Banabaopleidingen die krachtige antwoorden bieden op ongewenst gedrag, krijgen de helft van de middelen die een initiële (leraren)opleiding krijgt. De ouders, het onderwijs en de samenleving hebben nochtans meer dan ooit nood aan enthousiaste, gedreven leerkrachten, ondersteuners en zorg­coördinatoren die er staan, en vooral: die kunnen blijven staan, wanneer het spannend wordt.

Bron: De Standaard

2 reacties

  1. Fabian Robert op 19 juni 2019 om 05:12

    Ok, we kunnen met de vinger naar de leerkrachten wijzen dit het zo gezegd niet juist aanpakken. (polariseren)
    Opvoeding begint toch voornamelijk thuis, en respect voor de leerkracht hebben wordt ook thuis aangeleerd. Het smalend zijn naar de leerkracht toe wordt ook thuis aangeleerd.
    Ik ben het er absoluut mee eens, er moet meer worden geinvesteerd in onze leerkrachten. Maar de titel van dit standaard artikel is vekeerd (Debat moet over leraren gaan, niet over stoute kinderen), want het gaat niet over het feit dat er te weinig wordt geinvesteerd in onze onderwijzers. Investeren is respecteren.En dat respect ontbreekt vaak.

  2. Robin DV op 24 oktober 2019 om 10:54

    Toch een artikel over bange leerkracht. Je vraagt toch éérst waarom ze schateren nadat je naderbij bent gekomen? Begrip tonen na inhoudelijk erop ingaan en zeggen dat het ook voor jou weekend wordt.

Laat een reactie achter