De dag van gisteren: de prof komt het auditorium binnen met een emmer, zet die neer op de lessenaar, vult hem met grote keien en vraagt dan of de emmer vol is. Ja, is het antwoord. Dan giet hij tussen de grote stenen nog enkele koppen kiezels, tot aan de rand van de emmer. Is die vol? Ja? Vervolgens strooit hij een bekertje zand over de keien en de kiezels. Vol? Ja, maar er kan toch nog een litertje water bij…

Zo was het ook lange tijd met ons onderwijs. De overheid legde eindtermen vast, minimumdoelstellingen, massieve keien, die de leerlingen aan het einde van hun schoolloopbaan houvast bieden. Kiezels, zand en water, zeg maar diversiteit, worden toegevoegd door de school. Dankzij de grondwettelijke vrijheid van onderwijs. Ons onderwijs voer daar wel bij, het was wereldtop.

Ik zag dat veranderen. Een goed uitgebouwde overheid moeide zich steeds meer met het leven van de burger. Soms nuttig: meer culturele, sport- en andere mogelijkheden. Soms minder fraai: bij elke onderwijshervorming nam de omvang toe van de minimumdoelstellingen. Bij de hervorming van het basisonderwijs (1996) kon het Grondwettelijk Hof in alle redelijkheid niet aannemen dat de bekrachtigde ontwikkelingsdoelstellingen en eindtermen minimumdoelstellingen waren.

Onze overheid weet echter van geen ophouden. Er vloeien voortdurend meer eindtermen als een amorfe vloeistof in de emmer waar ze elk mogelijk gaatje vullen met onredelijk veel details en daardoor keien, kiezels, zand en water verdringen en daarmee  ook de vrijheid van onderwijs. Leerkrachten worden bandwerkers, afgerekend op het aantal emmers dat ze jaarlijks vullen met overheidspasta.

In dit coronajaar, met weinig belangstelling voor iets anders en minder kans op tegenkanting, lanceert de Vlaamse overheid een decreet dat beslag legt op de volledige onderwijstijd in het secundair onderwijs – in Vlaanderen nu reeds duidelijk langer dan gemiddeld in Europa. De Raad van State heeft ernstige twijfels of de omvang en de gedetailleerdheid van de voorgestelde eindtermen en onderwijsdoelen voldoende ruimte laten om de doelstellingen van het eigen pedagogisch project te verwezenlijken.

Wat moet er nog meer gezegd worden? Wanneer keren we terug naar een emmer met flinke keien – leesvaardigheid, wiskunde, wetenschappen, … – omringd door de kiezels, het zand en het water van het pedagogisch project dat deze keien efficiënt tot hun recht laat komen en voor de ouders een echte schoolkeuze mogelijk maakt? Op deze ‘grote keien’ worden we afgerekend in de PISA- en andere internationale onderzoeken.

De kwaliteit van onderwijs wordt niet bevorderd door een gedetailleerd programma van kleurloosheid en nivellering dat creativiteit, diepgang en profiel wegdrukt. Misschien opnieuw beginnen, vertrekkend van de essentie? In der Beschränkung… Onze kleinkinderen verdienen dat.

Bron: Het Belang van Limburg

Laat een reactie achter