Het naamspektakel van Vooruit illustreert volgens Mark Van de Voorde een diepere politieke malaise.

Elke nieuwe naam voor het Gentse kunstencentrum Vooruit zal onaanvaardbaar zijn, omdat je het collec­tieve geheugen van een stad niet kunt wissen. Dat gebouw is de Vooruit en zal in de hoofden van Gentenaars altijd de Vooruit blijven. Elke nieuwe naam zal bij de instelling en het gebouw passen als een tang op een ­varken, omdat de naam Vooruit letterlijk op de gevel staat en een zichtbaar deel van de architectuur en het uitzicht is.

Het dispuut en de heisa waren niet aan de orde geweest als de socialis­tische partij de moed had gehad om haar gedachtegoed grondig te restaureren en te renoveren zonder naamsverandering. Ze heeft historische rechten op de naam Vooruit: in Gent stond die naam voor een feestzaal, een hele organisatie van diensten en een krant van de socialistische zuil. Maar dat is verleden tijd. De nieuwe generaties en vooral de vele nieuwe Gentenaren, grotendeels geïmmigreerde West-Vlamingen, weten dat niet eens. Voor hen is Vooruit (of de Vooruit) dat kunstencentrum zonder politieke connotatie.

Schijnoperaties

De stilaan wansmakelijke discussie over de naam illustreert een diepere politieke malaise. Partijen denken dat een nieuwe naam ook een nieuw imago schenkt dat vanzelf wervend zal zijn. De SP.A dacht dat en straks doet CD&V, die een nieuwe naam niet uitsluit, dat misschien ook. Maar dat zijn schijnoperaties die een grondige reflectie over identiteit en waardegoed tegenhouden. Of is dat de bedoeling, omdat de partijen anders ­zouden ontdekken dat ze allang van de eigen ideologie en filosofie zijn ontworteld?

Het is geen toeval dat in de nieuwe naam van de politieke partij Vooruit de S van het bijvoeglijk naamwoord socialistisch is verdwenen. Ik durf erop te wedden dat in de eventuele nieuwe naam voor CD&V ook de C van het bijvoeglijk naamwoord christelijk of christendemocratisch niet meer te bespeuren zal zijn.

Als het bij beide partijen echt te doen is om de herbronning van het gedachtegoed (en niet om de weglating ervan), dan zouden ze het kernwoord van hun ideologie bewaren. Een partij die niet meer durft uit te komen voor wat haar ten diepste bezielt, maakt zichzelf overbodig.

Trouw aan gedachtegoed

Ik heb de jongste tijd vaak gedacht aan de overbuur van mijn ouders. Pierre was een zachtaardige man die zijn hele loopbaan op baggerschepen doorgebracht had en boven alles socialist was. Wat zou hij ervan denken dat zijn partij het adjectief van zijn identiteit overboord gooit? Zou hij zich verraden voelen?

De socialist Pierre en mijn vader, een christen, waren niet alleen goede buren, maar werden ook hechte vrienden. Beiden kwamen op voor rechtvaardigheid en tegen onrecht, elk vanuit de eigen overtuiging. Ze wisten van elkaar dat ze geïnspireerd waren om aan hetzelfde te werken en tegen hetzelfde te vechten. Hun verschillende identiteit was geen splijtzwam, maar een bindmiddel. Want ze was echt, gegrond, fundamenteel.

Datzelfde geldt voor politieke partijen: alleen als ze trouw blijven aan hun gedachtegoed, kunnen ze elkaar vinden voor het gemeenschappelijke. Partijen die met goed klinkende, maar nietszeggende, woorden hengelen naar allen, kunnen niet met elkaar samenwerken. Ze hebben geen echte overtuigingen waarmee ze elkaar kunnen aanvoelen en aanvullen.

Bron: De Standaard

Laat een reactie achter