Skip to content

Yves Vanden Auweele: Rode kaart voor racisme in de sport

Rode kaart voor racisme

Na enkele racistische incidenten in het voetbal lanceert sportpsycholoog Yves Vanden Auweele een oproep. Sport moet helpen fundamenteel-maatschappelijke doelstellingen te realiseren. Het gaat om onder meer integratie, het positief waarderen van elkaars verschillen en een inzet voor gemeenschappelijke doelen.

Marco Ilaimaharitra (foto, boven), voetballer bij Sporting Charleroi, kreeg tijdens de wedstrijd tegen Mechelen een Hitlergroet te verwerken. De beschimpte voetballer protesteerde en werd daarop bestraft met een gele kaart. De Standaard schreef ook over oerwoudgeluiden en uitroepen als “kruip terug in je bananenboom” aan het adres van voetbalsterren zoals Romelu Lukaku (Inter Milan) en Mario Balotelli (Brescia).

Racisme of ordinair hooliganisme?

Hoewel, zullen sommigen opwerpen, worden die incidenten niet overdreven? Is het niet te gemakkelijk om die incidenten als racistisch te duiden? Gaat het in de context, de sfeer en de emotie van een sportwedstrijd niet eerder om het (onsportief) willen destabiliseren van de tegenstander door hem te viseren op zijn meest kwetsbare plek, of zit daar toch iets meer fundamenteels achter? Is het enkel het enthousiasme voor de eigen club, de strijd, de spanning? Is het meer dan onsportief gedrag of zelfs meer dan ordinair hooliganisme?

Dient de sport als gemakkelijk medium om de vooroordelen, met inbegrip van de angst voor de onbekende vreemde, voor de “niet blanke” te uiten? Want zowel de parodie – “Iedereen heeft dit als een grap begrepen” – als de (naïeve?) onschuld – “We wilden niemand beledigen” – kunnen heel comfortabel een verbloemen zijn van een meer fundamentele vrees of frustratie.

Elke reactie is politiek getint

De meeste reacties die ik lees, duiden die incidenten wel als racistisch en kaderen ze in het breder maatschappelijk debat over de toevloed van vreemde culturen, godsdiensten en gewoontes. Mensen verweren zich door zich agressief en smalend uit te laten tegenover het vreemde onbekende. Als je de andere niet meer als gelijkwaardig beschouwt, overschrijdt men gemakkelijk een bepaalde drempel.  Men stipt bovendien aan dat door het gedogen en banaliseren van dit soort uitlatingen ruimte wordt gemaakt voor een terugplooien op zichzelf, het benadrukken van verschillen in plaats van gelijkenissen en strakke nationalistische ideeën.

Dient de sport als gemakkelijk medium om de vooroordelen, met inbegrip van de angst voor de onbekende vreemde, voor de “niet blanke” te uiten?

De theorie van “enkele rotte appels” klopt niet

Onderzoek toont aan dat er systemische kenmerken in de sport zijn die dit soort uitlatingen vergemakkelijken. Ik geef er twee: de mogelijkheid om persoonlijke frustraties uit de leef- en werkomgeving te ventileren in de anonimiteit van de massa en spijts alle maatregelen de relatieve onmacht van de club om alle uitingen van de supporters te monitoren en in hun context te interpreteren als racistisch, onsportief of onschuldig.

De sportsector (niet enkel de KBVB en het betaald voetbal) mag daarom niet machteloos toekijken. Behoud van vertrouwen in de sport is heel onwaarschijnlijk als men gedrag gedoogt waarrond meer dan gerede morele twijfel bestaat. De sportsector mag zich in geval van duidelijk racisme en discriminatie niet opstellen als een loodgieter die lekken komt dichten; het kan en moet echter meer zijn dan repressief optreden, een sensibiliseringscampagne en een reclamespot waarin bekende voetballers “say no to racism” zeggen.

De sportwereld heeft alles om een enorme influencer te zijn

Sport is een medium dat heel wat mensen begeestert, waar mensen over religieuze, culturele en nationale grenzen heen elkaar blijven ontmoeten zelfs wanneer er ernstige spanningen tussen hun gemeenschappen bestaan. Het is dus niet zo uit de lucht gegrepen om via sport, naast de sport-specifieke doelstellingen ook andere meer fundamenteel-maatschappelijke doelstellingen te helpen realiseren zoals dat van integratie, het positief waarderen van elkaars verschillen en een inzet voor gemeenschappelijke doelen.

De sport zou hierin een voortrekker moeten zijn en zou niet enkel alle hindernissen (gescheiden clubs, lidgelden, kledij…) moeten afbouwen die toegankelijkheid en contacten moeilijker maken, maar zou proactief contacten moeten promoten tussen sporters, supporters, ouders, en andere betrokken partijen.

 

Bron: VRT NWS

Laat een reactie achter