Steven Van Hecke: ‘Een interne markt, een eenheidsmunt én een sociaal Europa: hoe Jacques Delors het verschil wist te maken’

Hoe omschrijf je een politicus die eerst economisch adviseur is van een rechtse premier en later minister van Economie en Financiën van een linkse president? Jacques Delors zou wellicht antwoorden dat hij een personalist is die gelooft in een sociaal gecorrigeerde vrijemarkteconomie. En dat hij dus langs beide zijden de scherpe kantjes afvijlt. Een centrumfiguur die uiteindelijk belandt waar die vrijemarkteconomie bij ons in grote mate gestalte krijgt: aan het hoofd van de Europese Commissie. Het is daar dat hij het verschil wist te maken. Met gevolgen tot op vandaag.

Delors werd geboren in Parijs maar als praktiserend katholiek lagen zijn ideologische roots in het Rijnland. Zijn eerste echte baan had hij als monetair expert bij de Banque de France waar hij afgevaardigde werd van de christelijke vakbond. Als kenner van de sociale leer van de kerk wist hij zich binnen de christelijke arbeidersbeweging te ontpoppen tot een geëngageerd maar pragmatisch hervormer. Dat zorgde ervoor dat hij zich in de steriele tweedeling van de Franse politiek nooit ergens volledig thuis voelde maar wel dat hij met alle democratische strekkingen wist samen te werken.

Toegegeven, na te hebben gewerkt voor de gaullistische eerste minister Jacques Chaban-Delmas was het dankzij François Mitterrand dat hij nationaal minister werd. Maar toen hij in 1995 namens de Parti Socialiste het presidentschap op een gouden blaadje kreeg aangeboden, bedankte hij vriendelijk. Naar verluidt kon Delors zich niet vinden in het partijprogramma en vreesde hij te weinig vrijheidsgraden te hebben in het beleid dat Frankrijk nodig had en dat hij eerder met succes in Europa had gevoerd.

Berlijnse Muur

Toen hij in 1985 de leiding in handen kreeg van de Europese Commissie, deed Delors een ronde van de hoofdsteden om te zien waarmee hij meteen aan de slag kon. De verdieping van de interne markt, zo bleek, want alle lidstaten waren voorstander. Al in 1987 werd met de Eenheidsakte de juridische basis gelegd; het programma dat de interne markt moest voltooien werd ‘Objectief 1992’ gedoopt. In de aanloop naar 1 januari 1993 bracht Delors na jaren van eurosclerose opnieuw schwung in het integratieproces.

Als monetair specialist had hij intussen de gouverneurs van de nationale banken rond zich verzameld. In dat Delors-comité lag de eenheidsmunt op de tekentafel. Van dit project een succes te hebben gemaakt, is zijn tweede grote verdienste. Al kreeg hij ook onverwachte hulp. Met name de val van de Berlijnse Muur bracht alles in een stroomversnelling. In ruil voor het opgeven van het Franse verzet tegen de Duitse eenmaking bood kanselier Helmut Kohl aan om de D-Mark te laten opgaan in de euro. De strenge toetredingsvoorwaarden – de fameuze criteria van Maastricht – werden ook goedgekeurd door de armlastige lidstaten omdat ze in ruil extra geld kregen uit het Europese budget: de cohesiefondsen. Met de pakketten Delors I en Delors II – vandaag de meerjarenbegroting – werd beleid in de EU voortaan planmatig aangepakt.

Het Verdrag van Maastricht bracht op papier ook een Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. De gruwelijke praktijk van het uiteenvallen van Joegoslavië kon Delors niet verhinderen. En tijdens de financiële crisis bleek dat de eerste poot in de Economische en Monetaire Unie onderontwikkeld was gebleven. Zijn grootste mislukking was wellicht het uitblijven van een echt sociaal Europa. “Niemand wordt verliefd op een eengemaakte markt”, wist Delors. Hijzelf was een grote voorstander van een verregaand Europees sociaal beleid, als aanvulling op een geïntegreerd budgettair en economisch kader. Economische én sociale cohesie noemde hij het fundament van het ‘huwelijkscontract’ tussen de lidstaten. Maastricht draaide echter uit op een ontgoocheling want onder meer de Britten lagen dwars.

Oekraïne

Nadien werd de EU alleen maar groter en diverser: de ene groep landen wilde niet van een sociaal Europa weten omdat ze vreesden voor sociale dumping terwijl een groot aantal andere lidstaten de EU niet bevoegd vond voor kwesties van sociaal beleid. Delors zijn triptiek – competitie die stimuleert, samenwerking die versterkt en solidariteit die verenigt – bleef daardoor onvolledig. Zelf bleef hij altijd voluntaristisch. In zijn slottoespraak voor het Europees Parlement in januari 1995 verwoordde hij het optimistisch zo: ‘Het sociale Europa is geen lege slogan noch een illusie; het is reeds een realiteit.’

Pas met het aantreden van Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker kwam de tanker opnieuw in beweging, met meer aandacht voor solidariteit en sociale rechten. Tijdens een tweede termijn een definitieve stempel nalaten, daarvoor komt Ursula von der Leyen mogelijk in aanmerking. Maar het zijn alleszins grote schoenen om te vullen. In elk geval verdwijnt met Jacques Delors de laatste van de tweede generatie van founding fathers. Terwijl de eerste (met Adenauer, Schuman en Monnet) de Europese integratietrein op de rails zette, legden Delors samen met Kohl en Mitterrand er na de Duitse eenmaking enkele ferme sporen bij. Met de oorlog in Oekraïne dient zich opnieuw zo’n kantelmoment aan. En de roep naar politiek leiderschap. In de woorden van Delors: ‘Allons, courage, le Printemps de l’Europe est toujours devant nous!’

Bron: De Morgen

Laat een reactie achter