Steven Van Hecke en Wouter Wolfs: ‘Europese lessen voor Belgische politici’

In de aanloop naar de verkiezingen op 26 mei maakt deze krant een doorlichting van de Belgische democratie, zo lijkt het wel. Het beeld dat wordt geschetst, oogt niet bijzonder fraai. Terecht. De reeks ‘De onzichtbare macht’ (DS 16-23 maart) wees op de grijze zone waarin externe experts via ministeriële kabinetten wetten schrijven, zonder dat daar duidelijke regels over bestaan. Afgelopen weekend legde het artikel ‘Evaluatie van vijf jaar parlement’ (DS 6 april) de vinger op nog een wonde van de Belgische democratie. Slechts weinig politici slagen erin die andere kerntaak van parlementsleden te vervullen: de regering afdoende controleren.

Niemand betwist die kritiek, noch is de diagnose nieuw. Iedereen voelt immers aan dat de interne hygiëne van ons politieke systeem te wensen overlaat. Onze democratie verdient dus beter. Maar de vrees is dat we met alleen wat goede wil en hier en daar een uitmuntend parlementslid niet ver zullen raken. Evenzeer opvallend: in de zoektocht naar oplossingen verwijst niemand naar Europa. Nochtans wordt van de EU doorgaans een antwoord verwacht op de problemen van de lidstaten. Maar op het vlak van democratie? De EU heeft toch niemand lessen te geven nu ze zelf worstelt met de zogenaamde democratic backsliding in Polen en Hongarije?

Beter dan de lidstaten

De staat van de democratie in de EU is inderdaad verre van perfect. Ten aanzien van haar eigen lidstaten, maar ook tegenover derde landen, bijvoorbeeld in het Midden-Oosten, slaat de Unie een mal figuur, en dat is zacht uitgedrukt. Maar wat haar interne procedures betreft, doet ze het opvallend beter dan de meeste lidstaten, inclusief België. We kunnen er wellicht nog iets van leren, zowel op Vlaams als op federaal niveau. Een greep uit de lessen die Europa ons op democratisch vlak te bieden heeft:

“De websites van de EU-instellingen zijn een ware goudmijn voor wie transparantie hoog in het vaandel draagt”

1. Belangengroepen die het beleid en de wetgeving van de EU-instellingen willen beïnvloeden, moeten zich registreren in het Transparantieregister en een strikte gedragscode volgen. Iedereen die de moeite doet, kan daardoor zelf de handel en wandel van de talrijke lobbyisten in Brussel controleren. De Europese Commissie monitort ook zelf de nationale regelgeving. In de lijst van lidstaten is België niet eens opgenomen, wegens een totaal gebrek aan controle en regelgeving.

2. Alle EU-documenten zijn online beschikbaar, voor burgers en journalisten. Zelfs wetgevende initiatieven in een ontwerpfase worden gepubliceerd, en iedereen wordt uitgenodigd feedback in te sturen. De websites van de EU-instellingen zijn een ware goudmijn voor wie transparantie hoog in het vaandel draagt. Je vindt er zelfs terug welke commissaris en kabinetslid waar met wie over welk onderwerp heeft gesproken. In België mag je al blij zijn als alle kabinetsleden op de website van de minister staan.

3. Ook op Europees vlak ontvangen politieke partijen en fracties subsidies. Maar de controle op die vorm van overheidsfinanciering gebeurt door een onafhankelijk agentschap, niet door de politici zelf, zoals in België het geval is. En de controle is niet vrijblijvend. Zo heeft Marine Le Pen een deel van haar dotatie moeten terugbetalen, omdat ze Europees geld had gebruikt voor de financiering van haar nationale partij.

4. Iedereen die niet verkozen is en een topjob in de EU ambieert, wordt aan een hoorzitting onderworpen. Zo dienen kandidaat-commissarissen in het Europees Parlement te slagen voor een mondeling examen, waarin ze moeten bewijzen dat ze voldoende expertise hebben op hun beleidsdomeinen. De cultuur van accountability toont zich ook op andere vlakken. De voorzitter van de Europese Centrale Bank, nochtans genietend van een autonoom statuut, informeert op geregelde tijdstippen het Europees Parlement over het monetaire beleid in de eurozone. In België stuurt het parlement nooit een uitnodiging naar de gouverneur van de Nationale Bank.

5. Naar analogie met de Amerikaanse Library of Congress bouwt het Europees Parlement een heuse studiedienst uit. Dankzij deze Parliamentary Research Service wordt intern expertise opgebouwd, die de rol van parlementsleden ondersteunt in de controle op de uitvoerende macht van de EU, de Europese Commissie. In België staan individuele parlementsleden machteloos tegenover kabinetten en administraties.

Onbekend is onbemind

Veel van onze politici kijken ­helaas niet in Europese richting voor de versterking van de eigen democratie. Van Bart De Wever, wellicht de grootste criticus van de Belgische ­democratie, is bijvoorbeeld geweten dat hij geen hoge pet op heeft van Europa. Zo gaf hij onlangs Kris Peeters de Romeinse raad om ‘naar huis te gaan, zijn bad te laten vollopen en zijn aderen open te zetten’.

Beter dan hiermee indirect partijgenoot Geert Bourgeois te schofferen, die eveneens richting Europees Parlement trekt, kan hij te rade gaan bij zijn nieuwe goudhaantjes Sander Loones en Anneleen Van Bossuyt. Ze keren niet terug naar Europa, maar kiezen resoluut voor het federale ­niveau. Ze kunnen vast hun Europese ervaring nuttig gebruiken en, wie weet, helpen om enkele van onze tips toe te passen. Over goedgetrainde soldaten die het lokale politieke slagveld betreden en de oude cultuur grondig door elkaar schudden, kent de N-VA-voorzitter vast ook een pittig citaat uit het oude Rome.

Bron: De Standaard

Laat een reactie achter