Hoe komt het dat partijpolitieke programma’s in België zo goed als niets zeggen over godsdienst? In de Verenigde Staten moet de eerste politicus die niets zegt over God nog geboren worden.

Voor wie de Amerikaanse presidentsverkiezingen volgt vanuit België, valt de rol van religie sterk op in vergelijking met de verkiezingen in West-Europa. De VS baseert zich op een strikte scheiding tussen kerk en staat. Religie krijgt er geen overheidsfinanciering en ieder mag vrij zijn religie beleven.

En toch is die scheiding minder strikt dan ze op het eerste zicht lijkt, zeker in de aanloop naar de verkiezingen. Er is geen presidentskandidaat die het aandurft om niet “so help me God” te zeggen, of de gekende uitspraak “God bless America”.

President Trump verklaarde tijdens een videoconferentie op 7 oktober dat zijn coronabesmetting “a blessing from God…a blessing in disguise” was. Hij stond de voorbije maanden op de foto met een bijbel in de hand bij een kerk, en op de Republikeinse conventie deed kardinaal Dolan het openingsgebed en kwam zuster Byrne spreken tegen abortus.

Kandidaat Biden op zijn beurt komt openlijk uit voor zijn katholieke identiteit en had op de Democratische conventie niet alleen katholieken en protestanten over de vloer, maar ook een Joodse rabbi en een imam. Ze spraken over het belang van sociale rechtvaardigheid, het verminderen van ongelijkheid en discriminatie, en het belang van actie rond het klimaat.

We kunnen het ons moeilijk voorstellen hier in België: een priester, een rabbi en een imam die op het partijcongres van de groenen of socialisten zouden spreken en bidden. Niet dat ze niet te vinden zouden zijn, maar de politieke partijen in België zouden ervan huiveren zich niet religieus-neutraal op te stellen en de associatie met één of meerdere religies aan te gaan – op de christelijke partijen na en in zekere zin ook de NV-A.

Dit past toch niet binnen een visie van scheiding tussen kerk en staat? En is het wel verstandig dat religieuze figuren zich uitspreken voor een bepaalde politieke partij? We hebben toch gezien tot wat religieus fundamentalisme kan leiden zoals in het Ancien Regime of bij de recente terroristische aanslagen in ons land?

Een deel van de verklaring ligt zeker bij het feit dat religiositeit in Amerika nog een veel grotere rol speelt dan in Europa in het dagelijkse leven van mensen. Maar toch is er meer aan de hand: de scheiding tussen kerk en staat kan op verschillende manieren worden ingevuld.

Het erkennen van verschillende religieuze groepen als belangrijke maatschappelijke actoren gaat niet in tegen de scheiding tussen kerk en staat. Integendeel: religie erkennen als een belangrijk onderdeel van het maatschappelijk middenveld versterkt het sociaal weefsel. Het geeft religieuze groepen de plaats die hen toekomt: niet in de plaats van de overheid, maar een stem onder vele anderen die er mag zijn.

De partijen zijn in ons land wellicht nog te getraumatiseerd van de “almacht” van de katholieke kerk vroeger, maar door religie volledig terug te duwen naar de privésfeer en uit het maatschappelijk debat bewijzen ze de samenleving ook geen dienst. Ze ontkennen hiermee ook de belangrijke inspirerende rol die religie gespeeld heeft in de emancipatie van mensen, bijvoorbeeld via de christelijke arbeidersbeweging en onder meer priester Daens, de inzet van zuster Devos voor kastelozen in India, en zo zijn er nog vele voorbeelden. Beseft men bijvoorbeeld voldoende dat religies de grootste actor zijn in de niet-gouvernementele zorg in Afrika?

Kan God dan een politieke voorkeur hebben? Wij geloven niet dat God deze of gene kandidaat volmondig steunt: de perfecte politieke leider bestaat niet, en zeker niet de leider die zonder zonde is. Het is hier duidelijk dat de twee presidentskandidaten elementen uit het christendom plukken die zinvol zijn voor hun programma. De religieuze leiders die de kans krijgen om zich te uiten, moeten trouw blijven aan de christelijke boodschap. Het mag geen verhaal zijn van exclusief wij tegenover zij, maar een inclusief verbindend verhaal in respect met het leven van Jezus.

Wat houdt dat dan in? De Bijbel en de katholieke leer spreken zich wel degelijk uit over maatschappelijke kwesties. Jezus kwam duidelijk op voor de meest kwetsbaren in zijn tijd en Paus Franciscus pleit niet enkel voor minder ongelijkheid tussen mensen, maar ook om het stoppen van de klimaatverandering als een prioriteit te zien.

Het bonum commune of het algemeen welzijn is niet alleen een begrip uit de sociale leer van de kerk, maar ook een radicaal politiek statement. Álle mensen uit een samenleving moeten erop vooruit gaan door de beslissingen die worden gemaakt. Niet slechts enkele individuen of diegene die al aan de macht zijn. Vanaf het moment dat een iemand floreert ten koste van de samenleving, is dat volgens de kerk een slechte zaak. De Paus heeft dat vorige zondag nog eens sterk onderstreept in zijn nieuwe encycliek “Fratelli Tutti”.

Ook de andere religies hebben een kijk op het leven en de maatschappij die iets te zeggen heeft aan de politiek, zonder daarbij partijpolitiek te worden. In de Verenigde Staten, maar ook in België, hebben de verschillende politieke partijen elementen van deze visies in hun beleidsplannen en voorstellen, terwijl ze ingaan tegen andere aspecten.

De Democraten zijn voor abortus en de Republikeinen zijn voor de doodstraf en tegen immigratie. Op wie te stemmen blijft een individuele keuze van iedere burger, in eer en geweten, maar religie mag daarbij zeker een leidraad zijn en handvatten aanreiken om de politieke agenda af te toetsen.

Bron: VRT NWS

Laat een reactie achter