Skip to content

Ilse Geerinck & Kurt Leuridan: “Maak van scholen geen leerfabrieken”

Startkapitaal, vermogensbeheerders en dienstverleners: de beleids­nota Onderwijs staat vol economische termen, en dat baart Ilse Geerinck en Kurt Leuridan zorgen.

Minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) zal vandaag zijn beleidsnota Onderwijs toelichten in de parlementaire commissie. Voor de leerlingen ligt de focus opnieuw op kennis, voor de leraren op lesgeven. ‘Eindelijk’, zullen heel wat leraren zeggen. Maar er zit een addertje onder het gras.

De titel van de nota is ‘Ons kapitaal’ en de minister noemt zichzelf een ‘kapitalist’. Onderwijs moet rendabel zijn en iets opbrengen. Dat rendement haalt Weyts eruit door te gaan beleggen in leerlingen. Die worden omschreven als ‘het startkapitaal’. Leraren worden aangespoord om zich te (her)professionaliseren als ‘vermogens­beheerders’, en de administratie moet zich gedragen als ‘dienstverleners’ die aan klantgericht relatiebeheer horen te doen. Die terminologie hoort eerder thuis in een strategisch overleg van managers in een bedrijf dan in een school.

Kennis wordt in de nota beschreven als een schaars goed, waarmee de economische crisis moet worden opgelost. Onderwijs biedt op grote schaal een massa aan productiekrachten die de regering wil inzetten om het vermogen van dat startkapitaal, de leerlingen, te vergroten. Hoe meer hersencellen de leerlingen kunnen ontwikkelen, hoe meer kenniskapitaal er beschikbaar is om de economische crisis op te lossen.

De terminologie in de beleidsnota hoort eerder thuis in een strategisch overleg van managers in een bedrijf dan in een school

Hersenarbeid

In de 19de eeuw moesten kinderen handenarbeid verrichten. Wordt dat in de 21ste eeuw ‘hersenarbeid’? De regering ziet de school als een leerfabriek, waar leraren het vermogen beheren met het oog op een maximale kennisontwikkeling. In die kapitalistische visie op onderwijs worden het leerproduct en de winst losgekoppeld van het (leer)proces om de geproduceerde kennis te kunnen kapitaliseren. En om die vervolgens opnieuw als startkapitaal te kunnen investeren in de markteconomie.

In tegenstelling tot de klassieke schaarse goederen, zoals water, brandstof en lucht, is kennis oneindig deelbaar. De essentie van onderwijs is net kennis delen, en dat is ook de voorwaarde voor algemene vorming. In vorming excelleer je niet door jezelf te vergelijken met anderen, maar door te willen uitblinken in een materie. Door te oefenen, volharden en doorzetten creëer je een werkethos.

Het kapitalistische idee van ‘excelleren’ is dat je je permanent wilt en moet vergelijken met anderen. De pedagogische ‘excellentie’ steunt op nieuwsgierigheid, openheid en interesse. Die vorm gaat uit van het verlangen om te willen begrijpen, jezelf te overtreffen, en je steeds meer te willen verdiepen in een vak.

Het idee dat scholen (leer)fabrieken zijn die aanzetten tot kennisproductie, staat haaks op het idee van de school als humaniora, wat letterlijk ‘menselijker’ betekent. De school is de plek waar we jonge mensen leren denken, begrijpen en leren lezen om zich zo te oriënteren in een complexe wereld. Kennis delen vraagt steeds om een intern vertaalproces, waarin de kennis zelf opnieuw wordt herdacht in functie van haar mogelijkheden voor een nieuwe wereld en samenleving. Elk schoolwerk is een werk van onderhouden (en niet van produceren): de wereld cultiveren en humaniseren.

Blijven oefenen

In een kapitalistische visie op onderwijs ontlenen leerresultaten hun waarde aan neutrale en externe meetstandaarden, zoals een taxatie in de vorm van vergelijkende scores (zie Pisa en Oeso). Eigen aan elk schoolwerk is dat de waarde ervan samenvalt met het werk dat leerlingen verrichten: ze oefenen, doen ervaringen op en kunnen zich steeds meer verdiepen in een wiskundige, fysische, literaire, chemische, biologische, religieuze … wereld. Elke beweging waar het leerproces (hoe we iets leren) en leerproduct (wat we geleerd hebben) van elkaar worden los gemaakt, is een beweging weg van de school.

Brede vorming kan dus nooit een kwestie zijn van efficiëntie en effectieve processen van kennisproductie. Integendeel, vorming vraagt om de nodige aandacht, (oefen)tijd en ruimte. De school is daar net voor uitgevonden: een artificiële plek waarin iets moois kan gedijen voor het aan een externe waardetaxatie wordt onderwerpen.

Als we dat schoolwerk niet meer kunnen doen, zal er net een gebrek aan kennis én dus ook aan arbeidskrachten ontstaan. In een zo snel evoluerende technologische en economische wereld, zijn bepaalde jobs en beroepen erg tijdelijk. Dat we onze leerdoelen afstemmen op de bestaande beroeps(profielen) kan alleen maar leiden tot een neerwaartse beweging. Jonge mensen die geen breed vormend onderwijs genieten, worden nog kwetsbaarder voor de economische markt, want zij missen wendbaarheid en werkethos. Werkgevers zitten niet te wachten op arbeidskrachten die alleen de job kunnen uitvoeren, maar op gevormde mensen die gedreven zijn en de wereld willen veranderen.

 

Bron: De Standaard 

Laat een reactie achter