‘Geachte professor, Ik kan niet op onze afspraak aanwezig zijn, want vandaag kreeg ik te horen dat een goede vriend van mij uit het leven is gestapt. Ik moet die dag naar zijn begrafenis.’

Wat zou u, beste lezer, doen, als u net als ik in amper twee jaar tweemaal zo’n bericht te lezen kreeg? Of wanneer u weet dat studenten van me in diezelfde periode twee vrienden op deze manier verloren? Een van hen heb ik gekend. Hij was ook een student van mij.

Ik weet dat ik niet alleen sta tegenover deze pijnlijke werkelijkheid. Uit de cijfers, waar men al te snel een verklaring voor vindt, blijkt ook het aantal jongeren dat in België vrijwillig uit het leven stapt afgelopen jaar weer schrikbarend is gestegen. Vlaanderen gaat er graag prat op hoog te scoren in allerlei internationale rankings. Wel, in Europa staan wij nu voor een keer bovenaan. Maar het voelt wel koud aan op deze top.‘Wat bezielt die jongeren?’ hoor ik al zeggen. ‘Ze hebben het zo goed.’ Daar denken die vele jongeren blijkbaar anders over. Scheelt er dan iets met de jeugd? Uit eigen ervaring durf ik dit te bestrijden. Mijn studenten nu zijn met al hun tekorten boeiender persoonlijkheden dan die van pakweg tien jaar geleden. Ze zijn leergierig, geïnteresseerd en gedreven. Het is hier geen verhaal van mislukkelingen. Mijn student had zijn studie succesvol beëindigd, was graag gezien, sociaal, actief in de jeugdbeweging én muzikant. Hij had alles wat je nodig hebt om iets uit je leven te maken. Toch stapte hij voor die trein.

Waarom? Die vraag is te lezen in de pijn en het verdriet van duizenden ouders, in de wanhopige angst van vele duizenden vrienden en vriendinnen, hun leeftijdgenoten, en ook in de machteloosheid van leerkrachten en docenten. Waarom? ‘Ze hebben het zo goed.’ Toch in de ogen van beleidsmensen, politici, onderwijsverantwoordelijken en mediafiguren, die voortdurend beslissingen nemen en een wereld vorm geven, waarin zovele jongeren niet meer willen leven. Zij nemen de laatste vrijheid die hun rest, de gruwelijke vrijheid om niet volwassen te worden.

Elke jongere die uit het leven stapt, is een aanklacht tegen ons, volwassenen, die hun een wereld nalaten waarin zij voor zichzelf geen toekomst zien. Die ze alles hebben afgenomen waardoor zij nog zin kunnen hebben in het leven. Of erger nog: die ze alles hebben afgenomen, waardoor zij nog zin hadden kunnen geven aan het leven. Alles wat hun de moed gaf om het op te nemen tegen een werkelijkheid die niet beantwoordt aan hun verwachtingen.

Daar geldt geen enkel excuus meer. Wij zouden als volwassenen een voorbeeld moeten zijn, laten zien hoe het kan, hoe je volwassen kunt zijn. Maar wat laten wij ze zien? Het kan niet mooi zijn. Duizenden jongeren weigeren om volwassen te worden, om te worden zoals wij.

Ieder van ons is verantwoordelijk voor de wanhoop van al die ouders die elke dag een lege stoel moeten zien, van alle jongeren die een vriend, een vriendin missen, van alle leraars die zich blijven afvragen wat zij hadden kunnen doen. Ieder van ons blijft verantwoordelijk voor elke jongere die weigert volwassen te worden. Daar zijn medicaties of therapieën niet meer genoeg.

Daar wordt het tijd dat wij als volwassenen onszelf in vraag stellen en dat wij ons afvragen waar wij mee bezig zijn. Wat doen wij met onze wereld? Hoeveel jongeren moeten wij nog verliezen, voordat we als Vlamingen echt wakker zullen liggen? Voordat we hun duidelijk hebben gemaakt dat zij het beter kunnen doen dan wij? Dat zij het beter zullen doen, zolang ze maar het vertrouwen houden om in zichzelf en bij elkaar het houvast te vinden dat nodig is om aan de toekomst, hun toekomst, vorm te geven.

 

Bron: De Standaard

Laat een reactie achter