Verslag Herman De Dijn over politiek correct denken

In zijn spreekbeurt liet Herman De Dijn zich kritisch uit over het politieke correcte denken. Zijn voornaamste uitgangspunt was de contradictie tussen langs de ene kant het streven naar vrijheid en gelijkheid in onze samenleving en langs de andere kant de onvrijheid die met politieke correctheid samengaat. Politieke correctheid is ontstaan als een reactie tegen een enge, traditionele ethiek, maar in feite hanteert het volgens hem zelf een enge ethiek. De enige ethische principes waarop nog mag beroep doen zijn de principes van autonomie en het niet-schaden beginsel.

Het politiek correcte denken ontstond in de VS in de jaren ’80 vanuit de idee dat via de taal de mentaliteit of ‘de geest’ zou veranderen. Men trachtte bijvoorbeeld in plaats van ‘neger’ ‘zwarte’ of ‘Afro-Amerikaan’ te zeggen. Daardoor zou op den duur ook de manier waarop de blanke keek naar de zwarte veranderen. Maar in feite ging het volgens de Dijn uiteindelijk niet zozeer over het vermijden van racisme, uitsluiten en pesten. Het gaat dus vooral over het bevorderen van progressieve waarden via de taal zoals vrijheid, gelijkheid, (sentimentele) broederlijkheid, diversiteit,…

Hierdoor worden woorden die wijzen op (vooral traditionele) verschillen vermeden en mensen die traditionele woordenschat gebruiken aan de schandpaal genageld. Bijvoorbeeld: leraar en leerling wordt coach en lerende. Op den duur kan de wet bepalen wat we moeten zeggen (taalpolitiek).

De politiek correcte taal is soms niet realistisch. Ze weerspiegelen niet steeds goed de werkelijkheid. (Bijvoorbeeld ‘financieel ondergeprivilegieerde’ in plaats van ‘arme’) De nieuwe termen zijn vaak ook abstract en soms weten we niet goed wat daarmee wordt bedoeld. De termen zijn ook steeds aan verandering onderhevig: de nieuwe versie van een politiek incorrecte term wordt al snel zelf politiek incorrect. (zoals met voorbeeld ‘neger’)

Politieke correctheid treft ook de religieuze taal en symbolen. Religie zelf wordt gezien als politiek incorrect; de neutraliteit is politiek correct. Religie is niet inclusief genoeg. Opmerking: eigenlijk gaat het niet over een echte inclusiviteit, maar een sentimentele inclusiviteit: het gaat om het gevoel van er bij te horen.

Het debat verdwijnt: inhoudelijk wordt er niet meer gediscussieerd over ethische kwesties maar er wordt eerder ad hominem geargumenteerd: ‘wie zou nu de keuzes van een ander kunnen betwisten?’. Er ontstaan ook onmiddellijk twee kampen: ‘de goeden’ of de mensen die zich politiek correct uitlaten en ‘de slechten’ of zij die dat niet doen en verschil blijven uitspreken. Dat heeft als gevolg dat er algemeen aanvaarde simplismen ontstaan die evident lijken voor iedereen.

Herman De Dijn vergeleek onze samenleving met Brave New World van Aldous Huxley. Door de nadruk op de vrijheid en gelijkheid komen we terecht in een maatschappij zonder verschrikkingen, aangezien we ze niet meer mogen benoemen. Zo’n soort maatschappij is voor elke buitenstaander in feite verschrikkelijk. Bijvoorbeeld ‘levenskwaliteit’: we mogen de keuze voor euthanasie vanuit het politiek correcte denken niet meer in vraag stellen. Vanuit de vrijheidsgedachte en vanuit de gelijkheidsgedachte heeft iedereen er recht op. De vraag naar ‘wat houdt levenskwaliteit in?’ verdwijnt volledig van het programma.

Hoopvol toekomstvisioen:

Er komen kreuken in de uniformiteit of de common sense.

Mensen die zich vragen stellen bij de gang van zake worden niet meer a priori  niet beluisterd.

Wat kunnen we doen?

  • Het idee van neutraliteit en algemeen aanvaarde waarden en normen is een utopie: die heeft nooit bestaan. Er zijn altijd diverse meningen geweest. Wij mogen dus ‘ons eigen ding’ doen. Ons niet verstoppen als christenen, onze standpunten blijven kenbaar maken.
  • Zoeken naar goede analyses. We moeten nadenken of luisteren naar mensen die nadenken en hun publicaties lezen. Blijven studeren en denken. Leg misschien een archief of databank aan per thema: alles is al eens gedacht, niemand zegt iets nieuws, maar je kan wel dingen samenbrengen en herhalen en hertalen/herformuleren naar een bepaalde context of actualiteit.
  • Als een stuk in de media komt, moet je vermijden jezelf in het goede kamp te plaatsen en de anderen a priori in het foute kamp. Anders doe je waar de media zich al schuldig aan maken. Vermijd dus een denken in polariserende kampen: goed en slecht.
  • Fake news werkt zo: de enige vraag die men stelt: komt het van de ‘het goede kamp’? Hoe voel ik mij bij dit nieuws ook? De inhoud is niet zo belangrijk. En als ik mij daar goed bij voel, dan is het juist en waar … Als het nieuws dan niet helemaal waar is, dan is dat ook niet erg, want de bedoelingen zijn toch goed (cf. de alternatieve waarheid). Zo werken de media ook vaak, maar zo kunnen wij niet werken. We moeten trachten (retorische) vragen te stellen in onze eigen stukken: ‘Waarover gaat dit eigenlijk?’, ‘Zijn er dingen die niet gezegd worden maar die wel zouden moeten gezegd worden?’. Je moet je de vraag stellen: wat zijn de vooronderstellingen van deze bewering? Je kan ook gaan zoeken naar contradicties. Uiteindelijk moet je ook een alternatieve visie trachten te formuleren. Door contradicties in een redenering aan te tonen, kan je je eigen punt sterker maken.
  • Opiniestukken zijn enerzijds makkelijker dan een interview, want je kan je woorden meer wikken en wegen en veel nalezen en herstructureren etc.
  • Wie een opinie schrijft, moet tegen een stoot kunnen, want er kunnen heel wat tegenreacties volgen.
  • Als je het gevoel hebt dat je opiniestuk inhoudelijk niet sterk genoeg is, durf hulp vragen aan andere leden van Logia; je hoeft een stuk niet altijd alleen te schrijven
  • Een opiniestuk schrijven is moeilijker dan een artikel. Opinies leren schrijven vraagt coaching: ‘hoe schrijf ik een goed opiniestuk’? Hoe structureren? Je kan leren uit een ander opinieartikel (door dat te analyseren) Welke titel? …
  • Het is niet verwonderlijk dat christenen ook trachten te passen binnen een politiek correct denkkader. Het is geen goede strategie om enkel nog sociaal aanvaarde uitspraken te doen. Het is beter om trouw te blijven aan de eigen christelijke identiteit, ook is die soms in onze huidige samenleving tegendraads.
  • We moeten ook geloven in de hoop dat er barsten zijn in het politiek correct denken van de media: wanneer iets interessants is op zich, iets dat verrast, dan is er een grote kans dat de media het toch opnemen en geïnteresseerd zijn: ‘amai ja, dat is een origineel standpunt’. Dus bij bepaalde journalisten heb je kansen om je ‘eigen ding te doen’ dat afwijkt van wat ‘mainstream’ is. Alles raakt uiteindelijk afgezaagd en zo kan ook de aantrekkingskracht van het christelijk geloof terugkomen. Bijvoorbeeld: Herman De Dijn gebruikt soms gewoon het woord ‘ziel’ om op die verwondering in te spelen (wat zegt hij nu: een ziel?)

 

 

Laat een reactie achter